Ga naar de inhoud van deze pagina Ga naar het zoeken Ga naar het menu
Vorige pagina

GS-Besluiten

dinsdag 26 januari 2021

09:30 - 12:30

Locatie
Microsoft-Teams vergadering
Voorzitter
J.H. Oosters

Agendapunten

Essentie / samenvatting:
Om de Utrechtse drinkwatervoorziening duurzaam veilig te stellen, moeten de drinkwaterwinningen worden beschermd tegen verontreinigingsrisico’s. De provincie is hiervoor verantwoordelijk. Voor de 27 grondwaterwinningen (en de oppervlaktewaterwinning te Nieuwersluis) heeft de provincie voor de periode 2021 – 2027 nieuwe maatregelen ontwikkeld, in samenwerking met de gebiedspartners zoals de drinkwaterbedrijven, uitvoeringsdiensten, gemeenten en waterschappen.
De maatregelen zijn vastgelegd in het Uitvoeringsprogramma drinkwater 2021 – 2027. De basis voor deze nieuwe maatregelen vormen de geactualiseerde gebiedsdossiers drinkwaterwinningen. Deze gebiedsdossiers zijn geactualiseerd in 2019 – 2020. In de gebiedsdossiers zijn per drinkwaterwinning de bestaande knelpunten en mogelijke risico’s (restopgaven) beschreven voor de kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater binnen het intrekgebied van de winningen, en voor de kwantitatieve beperkingen voor het
uitnutten van de vergunning. Deze (rest)opgaven hebben de basis gevormd voor het formuleren van de maatregelen en het maken van afspraken met gebiedspartners.
De actualisatie van de gebiedsdossiers en het opstellen van het Uitvoeringsprogramma drinkwater sluit aan bij de plancyclus van de KRW. Met deze maatregelen voldoet de provincie voor de Kaderrichtlijn Water aan de grondwateropgave voor de openbare drinkwatervoorziening. De maatregelen worden gebruikt als input voor het op te stellen provinciaal Bodem- en waterprogramma 2022 - 2027 en enkele maatregelen zijn als input gebruikt voor de KRW-maatregelen in het derde stroomgebiedbeheerplan. Het Uitvoeringsprogramma drinkwater wordt uitgevoerd in samenwerking met de gebiedspartners en sluit aan op de reguliere taken.

Besluit

Gedeputeerde Staten besluiten:
1.het Uitvoeringsprogramma drinkwater 2021 – 2027 vast te stellen;
2.de statenbrief ‘Uitvoeringsprogramma drinkwater 2021 – 2027’ vast te stellen en ter informatie toe te zenden aan Provinciale Staten;

Essentie/samenvatting:
Op basis van de in de Ontwerp Omgevingsvisie geïntroduceerde nieuwe systematiek, werkt de provincie met gemeenten aan regionale programma’s voor wonen en werken. De essentie van deze regionale programma’s wordt opgenomen in het provinciale programma wonen en werken. Omdat dit provinciale programma kaderstellend is voor plannen van gemeenten die mogelijk m.e.r.-plichtig zijn, is een planMER noodzakelijk. Als eerste stap voor het opstellen van deze planMER is een Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) opgesteld. Hierin wordt beschreven wat er wordt onderzocht en op welke manier dat gebeurt.

Besluit

Gedeputeerde Staten besluiten:
1.de Notitie reikwijdte en detailniveau Provinciaal programma wonen en werken vast te stellen;
2.de Notitie ter inzage te leggen;
3.de statenbrief ‘Notitie reikwijdte en detailniveau Provinciaal programma wonen en werken’ vast te stellen en ter informatie toe te zenden aan Provinciale Staten.

Essentie/samenvatting:
Gemeente Amersfoort en provincie willen gezamenlijk werken aan de ontwikkeling van het Hoefkwartier, de toekomstige woon-/werkwijk in Amersfoort die nu nog bekend staat als kantorengebied De Hoef-West. In de periode tot 2030 worden in dit gebied circa 2500 tot 4000 woningen toegevoegd (waarvan 55% betaalbaar) via nieuwbouw en door transformatie van kantoorpanden. Het doel is een stadsdeel te ontwikkelen waar het prettig is om te wonen, werken, leren en te verblijven.
De samenwerking is gericht op onder meer het vertalen van de ambities voor het gebied in een Omgevingsplan en het realiseren van versnelling in de woningbouw met als uitgangspunt een aantrekkelijk gebied met een mix aan functies in een gezonde leefomgeving. Om deze samenwerking te bekrachtigen willen beide partijen een samenwerkingsovereenkomst aangaan als opmaat naar een langjarige samenwerking rond de transformatie van het gebied.

Besluit

Gedeputeerde Staten besluiten:
1.de samenwerkingsovereenkomst met de gemeente Amersfoort vast te stellen en aan te gaan;
2.een bedrag ad €124.500 toe te kennen vanuit het programma Versnelling Woningbouw aan de gebiedsontwikkeling (cofinanciering) dat wordt ingezet als werkbudget met als doel de versnelling van de woningbouw.

Essentie/samenvatting:
Naar aanleiding van berichtgeving door COA en in de landelijke media over de opvang van asielzoekers en huisvesting van statushouders zijn statenvragen gesteld door O. Suna (PvdA).

Besluit

Gedeputeerde Staten besluiten de beantwoording van de schriftelijke vragen ex art. 47 van het Reglement van Orde Provincie Utrecht van het Statenlid Suna van de PvdA betreffende de ‘oproep van COA over tekort aan opvang van asielzoekers’ vast te stellen en te verzenden.

Besluit

Gedeputeerde Staten besluit aan het verzoek van de Rekenkamer te voldoen, waarbij de stukken met behoud van de opgelegde geheimhouding worden aangeleverd aan de Rekenkamer.

Essentie/samenvatting:
Met de Omgevingsvisie en de (Interim) Omgevingsverordening provincie Utrecht leggen Provinciale Staten (PS) van Utrecht 10 maart 2021 de integrale lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving van de provincie Utrecht vast (Omgevingsvisie) en de doorwerking hiervan (Omgevingsverordening). Hiervoor zijn door Gedeputeerde Staten (GS) op 17 maart 2020 en 4 september 2020 een Ontwerp Omgevingsvisie, Ontwerp Interim Omgevingsverordening en bijbehorende milieueffectrapport (planMER) vastgesteld. PS hebben deze documenten van 22 september t/m 2 november 2020 ter inzage gelegd en hebben in die periode 175 zienswijzen ontvangen. GS hebben hierover een concept nota van beantwoording opgesteld die ze middels een Statenvoorstel aan PS toesturen. Ook hebben GS en PS drie adviezen ontvangen, van de Commissie m.e.r., van de Provinciale Commissie Leefomgeving en van de Provinciale Adviseur Ruimtelijke Kwaliteit. Hier geven GS een reactie en beantwoording op.

Besluit

Gedeputeerde Staten besluiten:
1.de concept nota van beantwoording over zienswijzen op de Ontwerp Omgevingsvisie, de Ontwerp Interim Omgevingsverordening en het milieueffectrapport (planMER) vast te stellen;
2.de reactie op het toetsingsadvies van de Commissie m.e.r. op het milieueffectrapport (planMER) voor de Omgevingsvisie vast te stellen;
3.de beantwoording van de adviezen van de Provinciale Commissie Leefomgeving en de Provinciale Adviseur Ruimtelijke Kwaliteit vast te stellen en te versturen;
4.het statenvoorstel vast te stellen en ter besluitvorming toe te zenden aan Provinciale Staten.
5.het besluit ‘Wijziging in buurt van Tramweg 5.0’ (WijT) in te trekken gelijktijdig met het inwerking treden van de Interim Omgevingsverordening;
6.portefeuillehouder Van Essen mandaat te verlenen tot het aanbrengen van redactionele wijzigingen in de onder beslispunten 1 t/m 4 genoemde documenten.

Essentie/ samenvatting:
Het beleidskader Sport en bewegen gaat in op de doelen: sport in de openbare ruimte, verduurzamen van sport en inclusieve sport. De sport ambitie sluit aan bij de provinciale kerntaken en draagt bij aan een gezonde leefomgeving waar het prettig werken, wonen en recreëren is. Samen met gemeenten en andere partijen wordt een provinciaal sportakkoord opgesteld. Hiermee wordt een netwerk van partijen op regionaal niveau opgebouwd waar kennis en ervaring gedeeld zal worden en nieuwe initiatieven uit voortkomen. Binnen het netwerk van de sport met onder andere gemeenten is voor de provincie een aanvullende en aansluitende rol en een ondersteunende en aanjagende rol weggelegd.

Besluit

Gedeputeerde Staten besluiten:
1.het Statenvoorstel met het beleidskader Sport en bewegen 2021-2025 ‘Sport en bewegen geeft nieuwe energie’ vast te stellen, onder voorbehoud van toekenning van de benodigde financiën bij de Kadernota 2022 (zie beslispunt 3);
2.de voor het jaar 2021 benodigde incidentele extra middelen à € 53.000 te betrekken in de Voorjaarsrapportage 2021 en op basis van het daarin gepresenteerde financiële beeld tot een afweging te komen om deze aanvullende middelen toe te kennen;
3.de voor de jaren 2022 en daarna benodigde incidentele en structurele middelen te betrekken in de afwegingen en besluitvorming van de Kadernota 2022;
4.Gedeputeerde Bruins Slot te mandateren om inhoudelijke wijzigingen te doen voor het beleidskader Sport en bewegen 2021-2025, het persbericht en het Statenvoorstel.

Essentie / samenvatting:
In dit A-stuk wordt voorgesteld om af te wijken van het advies van de Awb-adviescommissie van PS en GS. Een aanvrager van POP3-subsidie heeft een bezwaar ingediend naar aanleiding van het besluit waarin de aangevraagde subsidie is afgewezen. De Awb-adviescommissie adviseert GS de aanvraag alsnog te honoreren en het eerdere besluit te herroepen. Er bestaan zwaarwegende redenen om - alles afwegende en overziende - van het advies van de Awb-adviescommissie af te wijken. In verband daarmee is het voorstel dan ook om het ingediende bezwaar ongegrond te verklaren zodat het afwijzingsbesluit in stand blijft.

Besluit

Gedeputeerde Staten besluiten:
1.af te wijken van het advies van de onafhankelijke Awb-adviescommissie en het bezwaarschrift tegen het POP3-besluit van GS ongegrond te verklaren;
2.het bestreden besluit d.d. 10 juli 2020 in stand te laten;
3.de beslissing op bezwaar vast te stellen en te verzenden aan bezwaarmaker, incl. het commissieadvies

Essentie / samenvatting:
In maart 2020 is PS geinformeerd over van de voorbereidingen voor de verlening van de nieuwe OVconcessies per december 2023. De huidige concessies lopen op dat moment af. Inmiddels is door de ontwikkelingen rondom COVID-19 de situatie aanzienlijk veranderd. Op 29 september 2020 heeft GS daarom besloten (document nummer 82167A7D) tot een aantal maatregelen om de continuïteit van het OV te borgen en een principebesluit genomen over een aantal aanpassingen aan de concessie. Een van de aanpassingen is het verlengen van de huidige concessies. De verwachting is dat over twee jaar de reizigerspatronen en -aantallen en daarmee een goede businesscase voor de vervoerder weer
beter te voorspellen zijn. De marktwerking is naar verwachting dan weer voldoende aanwezig. Op dit moment worden (ook landelijk) de mogelijkheden onderzocht om in alle provincies, die de komende jaren moeten aanbesteden, de concessies met twee jaar te verlengen. Met deze verlenging volgt de provincie derhalve de landelijke lijn.
Verlengen van de concessies betekent dat het tijdpad voor de voorbereidingen van de concessieverlening verandert en de start van de concessie(s) eind 2025 is. Het definitieve verlengingsbesluit wordt pas genomen in het voorjaar. De voorbereiding voor de concessie 2025 kunnen echter niet wachten tot dat moment. Daarom ligt dit besluit nu voor.

Besluit

Gedeputeerde Staten besluiten:
1.vooruitlopend op het definitieve besluit tot verlenging (uiterlijk juni 2021), de voorbereiding te richten op een ingangsdatum voor de nieuwe concessie per december 2025.
2.de Statenbrief vast te stellen en te versturen naar Provinciale Staten.

Essentie/samenvatting:
Regelmatig ontvangen Provinciale Staten een overzicht van de stand van zaken met betrekking tot de corona maatregelen. In dit overzicht wordt een stand van zaken gegeven met betrekking tot corona gerelateerde maatregelen en steunpakketten en de uitwerking daarvan op het gebied van economie, cultuur en erfgoed, recreatie en toerisme en openbaar vervoer. Daarnaast wordt een overzicht gegeven van de uitkomsten van de derde ondernemerspeiling.

Besluit

Gedeputeerde Staten besluiten de Statenbrief Corona januari 2021 en de Statenbrief Uitkomsten derde ondernemerspeiling januari 2021 vast te stellen en ter informatie te verzenden aan Provinciale Staten

Essentie / samenvatting:
In de loop van 2020 zijn in toenemende mate signalen bij de provincie Utrecht binnengekomen dat er zich bij de applicaties, die BIJ12 voor de provincies faciliteert, beveiligingsissues voordoen. Op dit moment wordt onderzocht wat de omvang en impact van deze beveiligingsissues is. Vanuit het IPO is centrale communicatie voorbereid om alle provincies te informeren over de stand van zaken. Daarvoor is bijgevoegde Statenbrief opsteld.

Besluit

Gedeputeerde Staten besluiten bijgevoegde Statenbrief vast te stellen en naar de Staten te versturen op het moment dat een van de andere provincies ook een openbare Statenbrief stuurt over de situatie bij BIJ12.

Essentie / samenvatting:
In het Statenvoorstel over de ROM Regio Utrecht d.d. 29 januari 2020 is een passage opgenomen over de samenwerking met de Economic Board Utrecht (EBU). “Om ervoor te zorgen dat de ROM en de EBU straks effectief op elkaar aansluiten zal een aantal werksessies worden georganiseerd om te komen tot een gedragen plan voor de rol/taak en bijbehorende begroting van de EBU.” De afgelopen maanden hebben de ROM en de EBU op basis van deze werksessies afspraken gemaakt over de rol- en taakverdeling en de onderlinge samenwerking. Met bijgevoegde Statenbrief informeert GS, Provinciale Staten over de uitkomst en richting. Daarnaast geeft de brief informatie over het kabinetsvoornemen voor een extra storting van aandelenkapitaal in de Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen (ROM’s) en een uitnodiging aan PS voor een kennismakings- en
informatiebijeenkomst met de ROM Regio Utrecht op 24 maart 2021.

Besluit

Gedeputeerde Staten besluiten:
1.Provinciale Staten te informeren over de stand van zaken inzake de rol- en taakverdeling en samenwerking tussen de ROM Regio Utrecht en de Economic Board Utrecht (EBU).
2.de Statenbrief (821E75C8) vast te stellen en samen met het Jaarplan ROM Regio Utrecht 2021 (Bijlage: 821E75EB) ter informatie toe te zenden aan Provinciale Staten.
3.Gedeputeerde Strijk te mandateren tot het doorvoeren van tekstwijzigingen in de Statenbrief ten behoeve van de meest actuele informatieverstrekking richting Provinciale Staten.

Essentie/samenvatting:
Provinciale Staten stellen begin 2022 een Bodem- en waterprogramma provincie Utrecht 2022-2027 (BWP) vast. Hierin zijn de ambities voor bodem en water uit de Omgevingsvisie provincie Utrecht uitgewerkt. Onderdeel van het programma is het wettelijke verplichte Regionaal Waterplan onder de Waterwet en het voldoet aan de eisen van een Regionaal Waterprogramma volgens de Omgevingswet (2022). Het programma is een vervolg op het Bodem-, Water- en Milieuplan 2016-2021.
Als eerste stap stellen Gedeputeerde Staten een concept Ontwerp van het Bodem- en waterprogramma vast. Dit concept Ontwerp is bedoeld om in een vroeg stadium de inhoud te delen met Provinciale Staten en de samenwerkingspartners. Ook bevat het concept Ontwerp de doelen en maatregelen voor de Kaderrichtlijn Water (KRW) als inbreng voor het Ontwerp Nationaal Water Programma. De planning is dat GS in april 2021 op basis van de reacties een Ontwerp BWP vaststellen voor de inspraak.

Besluit

Gedeputeerde Staten besluiten:
1.het concept Ontwerp Bodem- en waterprogramma provincie Utrecht 2022-2027 vast te stellen en vrij te geven voor informele consultatie;
2.de verplichte onderdelen ter uitvoering van de Kaderrichtlijn Water, te weten paragraaf 3.2.1, 3.3 en Annex 1, van het concept Ontwerp Bodem- en waterprogramma provincie Utrecht 2022-2027 vast te stellen om te worden opgenomen in het Ontwerp Stroomgebiedbeheerplan 2022-2027, onderdeel van het Ontwerp Nationaal Waterprogramma;
3.de statenbrief vast te stellen en ter kennisname toe te zenden aan Provinciale Staten;
4.de portefeuillehouder Bodem en Water te mandateren om zo nodig redactionele aanpassingen aan te brengen in de onder 1 en 3 genoemde documenten.

Essentie/ samenvatting:
De Voortgangsrapportage Samenwerkingsagenda Landbouw 2019-2020 geeft een overzicht van de uitvoering van de activiteiten uit de Samenwerkingsagenda Landbouw 2019. In de voortgangsrapportage wordt ingegaan op de behaalde resultaten. Dit gebeurt aan de hand van de zes thema’s uit de Samenwerkingsagenda, namelijk Verbinding Stad-Land, Gezondheid, Economisch rendabel, Circulaire landbouw, Natuurinclusieve landbouw en Klimaatneutrale landbouw. In een apart hoofdstuk wordt ingegaan op hoe de moties zijn opgepakt die zijn aangenomen tijdens de behandeling van de Landbouwvisie en de SAL.

Besluit

Gedeputeerde Staten besluiten:
1.de Voortgangsrapportage Samenwerkingsagenda Landbouw 2019-2020 vast te stellen;
2.de Statenbrief ‘Voortgangsrapportage Samenwerkingsagenda Landbouw 2019-2020’ vast te stellen en ter informatie toe te zenden aan Provinciale Staten.

Essentie / samenvatting:
Gedeputeerde Staten hebben voor 2021 een nieuw Uitvoeringsprogramma Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (VTH) opgesteld. De uitvoering is grotendeels belegd bij de Regionale Uitvoeringsdienst (RUD) Utrecht en voor wat betreft risicovolle bedrijven bij de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied in Zaandam.
De vergunningverlening natuur wordt uitgevoerd binnen de provincie. Het nieuwe VTH-programma anticipeert op de nieuwe Omgevingswet en heeft lering getrokken uit de effecten
van de corona crisis. Hiermee komt het accent minder te liggen op toezicht en handhaving van de Verordening Natuur & Landschap (VNL), onderdeel borden. Daardoor komt ruimte voor extra aandacht voor de Wet natuurbescherming, maar ook voor de actualisatie van vergunningen op aspecten van afval, energie en Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS). Daarnaast is er ruimte gemaakt voor voorbereidend werk met het oog op de komende Omgevingswet. Monitoringsresultaten over 2020 hebben geleid tot een herschikking van enkele taken. Alle geprogrammeerde werkzaamheden passen financieel binnen de Begroting 2021. Gedeputeerde Staten besluiten om het Uitvoeringsprogramma VTH 2021 ter informatie toe te sturen aan Provinciale Staten (vergadering 17-2-2021).

Besluit

Gedeputeerde Staten besluiten:
1.het Uitvoeringsprogramma VTH 2021 vast te stellen (incl. de Dienstverleningsovereenkomst 2021 RUD Utrecht en Dienstverleningsovereenkomst 2021 Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied);
2.in 2021 de binnen het Uitvoeringsprogramma 2021 niet te realiseren ambities ten aanzien van het toezicht buitengebied (groene boa’s), toezicht op de houtopstanden en toezicht op soortenbescherming nader uit te werken.
3.de benodigde dekking voor de borging van de adequate uitvoering van de programmaonderdelen uit punt 2 te betrekken bij de integrale afwegingen van de Kadernota 2022.
4.de Statenbrief vast te stellen en deze met het Uitvoeringsprogramma VHT 2021 ter informatie toe te zenden aan Provinciale Staten (Commissie M&M – vergadering 17 februari 2021);
5.de portefeuillehouder te machtigen om, waar nodig, de documenten onder de punten 1 en 4 tussentijds nog op detailpunten aan te vullen en/of aan te passen.

Essentie/samenvatting:
Op 17 november 2020 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat het Tracébesluit (TB) voor het project ‘A27/A12 Ring Utrecht’ vastgesteld. Dit nieuwe Tracébesluit 2020 is opgesteld na vernietiging van het Tracébesluit 2016/2018 door de Raad van State op 17 juli 2019. In de vergadering van Provinciale Staten van 2 december 2020 is gevraagd naar de waardering van Gedeputeerde Staten van het Tracébesluit. Met de nu vast te stellen statenbrief worden Provinciale Staten nader geïnformeerd over de waardering (appreciatie) van het Tracébesluit door Gedeputeerde Staten.

Besluit

Gedeputeerde Staten besluiten de Statenbrief “Waardering Tracébesluit A27/A12 Ring Utrecht” vast te stellen en ter informatie toe te zenden naar Provinciale Staten.

Essentie / samenvatting:
De ambtelijke gedragscode integriteit 2020 wordt ter besluitvorming voorgelegd. Deze gedragscode zal de gedragscode integer handelen 2017 vervangen.
De ambtelijke gedragscode integer handelen 2020 geeft een helder kader voor het integer handelen door de ambtenaren van de provincie Utrecht door verder invulling te geven aan de door de provincie vastgestelde kernwaarden. De gedragscode is een startpunt om integriteit te bespreken in de organisatie en zo het gesprek over onderwerp te intensiveren in de provincie Utrecht.

Besluit

Gedeputeerde Staten besluiten:
De ambtelijke gedragscode integriteit 2020 vast te stellen. De Ambtelijke Gedragscode Integriteit maakt integraal onderdeel uit van het integriteitsbeleid van de provincie Utrecht. De gedragscode geeft nadere invulling aan de binnen de provincie Utrecht vastgestelde kernwaarden die het integer handelen in een breder perspectief plaatsen. Deze kernwaarden sturen het gedrag en geven richting aan het handelen van ambtenaren. In de gedragscode worden de volgende kernwaarden benoemd en besproken:
1.dienstbaarheid; het handelen van een ambtenaar is altijd en volledig gericht op het belang van de provincie en op de burger en organisaties die daar deel van uitmaken.
2.professionaliteit; de ambtenaar is professional op zijn of haar terrein en beschikt daarin over de juiste kennis en vaardigheden.
3.onafhankelijkheid; het handelen van de ambtenaar wordt gekenmerkt door onpartijdigheid.
4.verantwoordelijkheid; de ambtenaar krijgt de verantwoordelijkheid die bij zijn of haar functie past en is bereid daar verantwoording over af te leggen.
5.betrouwbaarheid; op een ambtenaar moet gerekend kunnen worden. Hij/zij houdt zich aan de afspraken die zijn gemaakt. Kennis en informatie die in functie ter beschikking zijn gesteld worden alleen gebruikt voor het doel waarvoor die informatie is verkregen.
6.zorgvuldigheid; een ambtenaar handelt zodanig dat alle burgers en organisaties gelijk en met respect worden behandeld en dat de belangen van partijen goed worden afgewogen.
Op korte termijn de gedragscode van GS in lijn met de ambtelijke gedragscode te actualiseren en zal met PS in overleg treden over actualisering van gedragscode van PS. Daarbij kan worden overwogen te komen tot 1 gezamenlijke bestuurlijke gedragscode voor GS en PS.

Essentie/samenvatting:
De gemeente Utrecht heeft haar Mobiliteitsplan 2040 ter inzage gelegd. Alvorens de gemeenteraad het plan vaststelt is een reactie mogelijk. Met haar reactie wil de provincie haar steun uitspreken voor de focus van de gemeente op lopen, fietsen, openbaar vervoer en deelmobiliteit gezien de groeiopgave van de stad richting 2040 en de beperkte beschikbare ruimte. De provincie vraagt de gemeente om bij plan- en besluitvorming voor de verschillende vervoerwijzen ook nadrukkelijk het regionale perspectief in het oog te houden; veel van de keuzes die in de stad worden gemaakt hebben effect op regionale schaal. Dit is temeer van belang gezien het feit dat de gemeente in hoge mate afhankelijk is van medewerking en financiële bijdragen van andere partijen om haar ambities gestalte te geven. In dat kader is het van belang om als gemeente en provincie goed met
elkaar in gesprek te blijven. Dit onder erkenning van elkaars verschillende rollen en verantwoordelijkheden: de stad primair in de rol van wegbeheerder en verantwoordelijk voor leefbaarheid en de ruimtelijk-economische ontwikkeling en de provincie in de rol van OV-autoriteit met wettelijke taken (Wet personenvervoer 2000 en Wet lokaal spoor) en verantwoordelijk voor regionale bereikbaarheid.

Besluit

Gedeputeerde Staten besluiten:
1.de reactie op het Mobiliteitsplan 2040 van de gemeente Utrecht vast te stellen en toe te zenden aan de gemeente Utrecht;
2.een afschrift van de reactie op het Mobiliteitsplan 2040 toe te zenden aan het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht.