Ga naar de inhoud van deze pagina Ga naar het zoeken Ga naar het menu
Vorige pagina

GS-Besluiten

dinsdag 14 juli 2026

09:30 - 12:30
Locatie

16.30

Voorzitter
Hans Oosters

Agendapunten

  1. 0.14.H

    Essentie / samenvatting:
    Het Natuurbeheerplan vormt het toetsingskader voor het verlenen van subsidies voor agrarisch natuurbeheer, het beheer van natuurterreinen, inrichting en kwaliteitsverbetering van natuurterreinen, functieverandering van landbouwgrond naar natuur en de aankoop en ontpachting van landbouwgrond ten behoeve van functieverandering naar natuur. Het Natuurbeheerplan, met name de daarbij behorende kaarten, geeft aan waar en voor welke natuurdoelen subsidie mogelijk is.


    Het Natuurbeheerplan wordt jaarlijks geactualiseerd. Het ‘Ontwerpbesluit tot wijziging van het Natuurbeheerplan 2026’, heeft na vaststelling door GS op 17 maart 2026, gedurende 6 weken ter inzage gelegen. Op het ontwerpbesluit zijn door 8 indieners zienswijzen ingediend. Deze zienswijzen zijn samengevat en beantwoord in de Nota van beantwoording.

    Besluit

    Gedeputeerde Staten besluiten:
    1. de Nota van beantwoording van de zienswijzen ‘Ontwerpbesluit tot wijziging van het Natuurbeheerplan 2026’ vast te stellen en de indieners hierover per brief te informeren;
    2. het Besluit tot wijziging van het Natuurbeheerplan 2026 vast te stellen en te publiceren; 
    3. de Statenbrief vast te stellen en met de Nota van beantwoording zienswijzen en het Natuurbeheerplan 2027 te sturen aan Provinciale Staten; 
    4. alle percelen op de kaart 1. ‘Te ontwikkelen natuur’ van het Natuurbeheerplan 2027 die zijn aangemerkt als ‘te ontwikkelen natuur’, ‘te ontwikkelen natuur zoekgebied (Groene contour)’ of ‘te ontwikkelen natuur zoekgebied (NNN)’ aankoopwaardig te verklaren gedurende de looptijd van het Natuurbeheerplan 2027; 
    5. alle percelen op de kaart 1. ‘Te ontwikkelen natuur’ van het Natuurbeheerplan 2027 in bezit van de provincie die zijn aangemerkt als ‘reeds aanwezige natuur’, verkoopwaardig te verklaren gedurende de looptijd van het Natuurbeheerplan 2027.

  2. 0.16.H

    Essentie / samenvatting:
    Het college van Burgemeester en Wethouders van gemeente De Ronde Venen hebben op 23 juni 2026 Gedeputeerde Staten van Utrecht verzocht om een ontheffing te verlenen van de instructieregel artikel 9.3 (verstedelijkingsverbod) uit de omgevingsverordening provincie Utrecht (vervolg: verordening) voor de omgevingsvergunning Flextender Mijdrecht. Het betreft een ontheffing als bedoeld in artikel 1.6 van de verordening. Het voorstel is om de ontheffing te verlenen.

    Besluit

    Gedeputeerde Staten besluiten: 
    1. een ontheffing te verlenen van de instructieregel 9.3 van de Omgevingsverordening Provincie Utrecht op basis van artikel 1.6 van deze verordening voor de omgevingsvergunning Flextender Mijdrecht;
    2. de statenbrief Ontheffing verstedelijkingsverbod ter realisatie van de Flextender nabij Mijdrecht vast te stellen en ter informatie toesturen naar Provinciale Staten;
    3. de brief ‘Besluit op verzoek om ontheffing van het verstedelijkingsverbod t.a.v. realisatie flextender Mijdrecht’ vast te stellen en te verzenden aan de gemeente De Ronde Venen.

  3. 0.20.H

    Essentie / samenvatting:
    Het besluit waarbij Marketingcoöperatie Regio Utrecht (MC-RU) met een dienst van algemeen economisch belang (DAEB) wordt belast voor regiomarketing activiteiten onder de naam 'Regiomarketing provincie Utrecht’ wordt gewijzigd (hierna: DAEB-aanwijzingsbesluit). De looptijd van het huidige aanwijzingsbesluit loopt af binnen de termijn van het nieuwe beleidsprogramma's Recreatie, Toerisme, Sport en Bewegen 2026-2029 (programma RTSB) en het Cultuur- en erfgoedprogramma 2025-2028 (CEP). Om tot een betere uitvoering van en aansluiting op deze beleidsprogramma's te komen en om continuïteit van de regiomarketing activiteiten te borgen, is verlenging en aanpassing van het aanwijzingsbesluit voor de huidige en komende beleidsperiode noodzakelijk.

    Besluit

    Gedeputeerde Staten besluiten: 
    1. de wijziging van het DAEB-aanwijzingsbesluit ‘Regiomarketing provincie Utrecht’ vast te stellen, bestaande uit: 1. Verlenging van de huidige activiteiten met ingang van 21 maart 2028 tot 21 maart 2033;
    2. uitbreiding van de bestaande activiteiten, waaronder het financieel bijdragen (door deelname aan of het uitbrengen van bids en incentives) aan de organisatie van gepaste kennisevenementen, het thema bewegen en activiteiten op het gebied van kennis en onderzoek.

  4. 0.21.H

    Essentie / samenvatting:
    De Subsidieverordening Natuur- en Landschapsbeheer Provincie Utrecht 2016 (SVNL2016) is de regeling waarmee regulier en agrarisch natuurbeheer wordt gesubsidieerd. Het Juridisch Beraad van BIJ12 ziet toe op de inhoud van de regelingstekst en draagt jaarlijks een aantal wijzigingen aan, die provincies moeten doorvoeren. Bij de laatste wijziging is echter per abuis een verkeerde formulering opgenomen aangaande een artikel met betrekking tot de indexering van beheertarieven voor het agrarisch natuurbeheer, artikel 3.7a. BIJ12 heeft provincies gevraagd om dit artikel middels een apart wijzigingsbesluit met terugwerkende kracht te corrigeren, zodat de regelingstekst weer voldoet aan de juridische eisen die de Europese Commissie hieraan stelt. Dit wijzigingsbesluit ziet daarop toe.

    Besluit

    Gedeputeerde Staten besluiten het ‘Besluit tot wijziging van artikel 3.7a van de SVNL 2016’ vast te stellen en te laten publiceren in het Provinciaal Blad.

  5. 0.24.H

    Essentie / samenvatting:
    Op 21 mei 2026 heeft Volt een initiatiefvoorstel ingediend bij GS met de titel “Toekomstige Generaties in Beeld”. Hiermee wordt voorgesteld om een leidraad en instrument te ontwikkelen die voor een aantal beleidsthema’s de impact op toekomstige generaties in beeld brengen.


    De volgende punten worden in de Statenbrief meegegeven aan de stellers van het initiatiefvoorstel:
    - zoek aanknopingspunten met lopende initiatieven en trajecten;
    - houd een ‘generatietoets’ uitvoerbaar en realistisch;
    - zorg voor de juiste randvoorwaarden;
    - wat vraagt de ‘generatietoets’ uiteindelijk van Provinciale Staten?

    Besluit

    Gedeputeerde Staten besluiten de Statenbrief ‘GS-advies Initiatiefvoorstel Toekomstige Generaties in Beeld’ vast te stellen en te sturen naar Provinciale Staten.

  6. 0.27.H

    Essentie / samenvatting:
    Op 23 november 2021 hebben het kerkgenootschap het Islamitische Samenwerkingsverband van Amersfoortse Moskeeën, een natuurlijke persoon en de vereniging Masjid El Fath, administratief beroep ingesteld tegen de afwijzing van het verzoek een aanwijzingsbesluit vast te stellen voor het aanleggen van een bijzondere islamitische begraafplaats. Dit beroep is ruim 4 jaar aangehouden omdat de gemeente Amersfoort bezig was me de voorbereiding van een aanwijzingsbesluit. Inmiddels is gebleken dat het aanwijzingsbesluit op 19 december 2023 is vastgesteld door de gemeenteraad van Amersfoort. Het aanwijzingsbesluit is gericht aan het kerkgenootschap het Islamitische Samenwerkingsverband van Amersfoortse Moskeeën. De natuurlijke persoon en de vereniging Masjid El Fath zijn hierbij geen belanghebbenden. De gronden van het beroep richten zich niet tegen dit Aanwijzingsbesluit. Daarom wordt het administratief beroep niet-ontvankelijk verklaard.

    Besluit

    Gedeputeerde Staten besluiten:
    1. het administratief beroep van de natuurlijke persoon en de vereniging Masjid El Fath niet ontvankelijk te verklaren omdat zij geen belanghebbende zijn;
    2. het administratief beroep van het kerkgenootschap het Islamitische Samenwerkingsverband van Amersfoortse Moskeeën (verder: het Samenwerkingsverband) niet-ontvankelijk te verklaren omdat
    het geen belang meer heeft bij een beoordeling van het administratief beroep;
    3. de beslissing op het administratief beroep vast te stellen, te verzenden en voor de motivering daarvan, overeenkomstig artikel 3:49 van de Algemene wet bestuursrecht, te verwijzen naar het advies van de Awb-adviescommissie van 9 juli 2026.

  7. 0.31.H

    Essentie / samenvatting:
    Met het Uitvoeringsprogramma Ruimte voor de circulaire transitie provincie Utrecht 2027-2030 brengt de provincie in beeld hoe zij haar instrumenten de komende jaren inzet voor het realiseren van ruimte voor de circulaire transitie. In de voorbereidende fase van het programma zijn diverse onderzoeken uitgevoerd en heeft Utrecht Advies een onafhankelijk advies uitgebracht. Tevens is het concept programma besproken bij ambtelijke tafels en met verschillende partnerorganisaties. Het uitvoeringsprogramma past binnen de huidige beleidskaders en wordt gerealiseerd met de huidige middelen vanuit de Middellangetermijnstrategie circulaire samenleving en het Beleidsprogramma economie. De beoogde inwerkingtreding van dit uitvoeringsprogramma is 1 januari 2027.

    Besluit

    Gedeputeerde Staten besluiten de statenbrief ‘Concept Uitvoeringsprogramma Ruimte voor de Circulaire Transitie provincie Utrecht 2027-2030 vast te stellen en ter informatie toe te sturen naar Provinciale Staten. het concept Uitvoeringsprogramma Ruimte voor de Circulaire Transitie provincie Utrecht 2027-2030 vast te stellen en ter informatie toe te sturen naar Provinciale Staten.

  8. 0.32.H

    Essentie / samenvatting:
    Met Kansen voor West worden reeds vanaf 2006 Utrechtse bedrijven en organisaties ondersteund ten bate van het versterken van de regionale concurrentiekracht en het vergroten van de werkgelegenheid. Deze ondersteuning wordt bekostigd vanuit het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO). De afwikkeling van het programma Kansen voor West II (2014-2020) is nagenoeg afgerond. Het eindverslag is in februari 2026 ingediend bij de Europese Commissie en naar verwachting wordt deze zomer de definitieve goedkeuring afgegeven. Het Kansen voor West II-programma was zeer succesvol. Ook de uitvoering van het huidige programma Kansen voor West III (2021-2027) verloopt voorspoedig. In 2026 worden de laatste reguliere regionale Utrechtse EFRO-gelden ingezet (circa € 810.000). Voorgesteld wordt om per 12 oktober 2026 een nieuwe voucherregeling AI en Cyber Security van kracht te laten worden en ook de subsidieplafonds van de voucherregelingen Educatieve technologieën (Edtech) en Energietransitie op te hogen. Met dit instrumentarium wordt bijgedragen aan het provinciale doelen 9.2 ‘Bedrijven en (kennis)instellingen werken aan innovaties voor maatschappelijke transities passend bij het regionaal profiel’, 4.3 ‘Het energiesysteem is beter geïntegreerd, innovatief, duurzaam en betaalbaar en 4.5 ‘Het ondersteunen van de transitie naar een circulaire samenleving is sterker en meer integraal’.

    Besluit

    Gedeputeerde Staten besluiten:
    1. de openstellingsprogrammering 2026 Kansen voor West 2021-2027 vast te stellen;
    2. de statenbrief ‘Openstellingsprogrammering 2026 Kansen voor West 2021-2027’ vast te stellen en toe te sturen naar Provinciale Staten.

  9. 0.33.H

    Essentie / samenvatting:
    Met de Statenbrief worden Provinciale Staten over de voortgang van het programma Renovatie en Verduurzaming voor het Huis voor de Provincie middels een voortgangsrapportage geïnformeerd.


    In de Statenbrief wordt ook verwezen naar de reeds toegezonden informatie over de aangenomen moties en amendement en de huisvesting van Oekraïense ontheemden. In de Statenbrief wordt ingegaan op de GROTICK1-aspecten die gehanteerd worden binnen project- en programmamanagement. Voor de thema’s ‘Risico’ en ‘Organisatie’ is een oranje signaal afgegeven, dit wil zeggen dat aandacht nodig is op dit thema maar nog geen cruciale bijsturing noodzakelijk is. In beide thema’s zorgt het werven van gekwalificeerd personeel voor een verzwaring van het signaal, de huidige marktdynamiek in combinatie met specialistische posities maakt het mogelijk noodzakelijk om alternatieve wervingsopties in te zetten. Momenteel staan meerdere vacatures uit om het programmateam van geschikt personeel te voorzien.


    De aangenomen moties en toezeggingen zijn per onderwerp uitgeschreven in de Statenbrief waarbij bijlagen zijn toegevoegd ter ondersteuning van de uitwerking. Het toesturen van de bijlagen behorend bij de Statenbrief wordt voldaan aan de informatiebehoefte vanuit de Staten voor de afhandeling van de moties en toezeggingen.

    Besluit

    Gedeputeerde Staten besluiten de Statenbrief Voortgangsrapportage Renovatie en Verduurzaming’ vast te stellen en met de bijlagen (concept beplantingsplan buitenruimte Huis voor de Provincie en natuurtoets) ter informatie toe te sturen naar Provinciale Staten.

  10. 01

    Essentie / samenvatting: 
    Gedeputeerde Staten hebben het Utrechts Programma Landelijk Gebied 2026-2035 (inclusief bijlagen) en de bijbehorende Nota van Beantwoording Ontwerp UPLG 2026-2035 vastgesteld. Op basis van de ingediende zienswijzen tijdens de formele tervisielegging van het Ontwerp UPLG, de reactie van Provinciale Staten op het Ontwerp UPLG en het advies van de Commissie m.e.r. zijn waar nodig aanpassingen gedaan in het UPLG en is het UPLG definitief vastgesteld. De provincie heeft de onlangs gepresenteerde plannen van het Rijk bestudeerd en een eerste analyse gemaakt. Daaruit blijkt dat de doelen van het Rijk op hoofdlijnen aansluiten bij die van het UPLG, maar dat er verschillen zijn in de uitwerking. Het UPLG is een stevig en uitvoerbaar fundament waar we nu mee aan de slag gaan. Zodra het Rijk zijn beleid definitief heeft uitgewerkt en wettelijk heeft vastgelegd, wordt het UPLG daar, waar nodig, op aangepast. 


    Het Utrechts Programma Landelijk Gebied (UPLG) is een programma onder de Omgevingswet en richt zich op nieuw beleid, integratie van bestaand beleid en elementen van uitvoering. Het UPLG bevat maatregelen rondom water en bodem, natuur, klimaat, en landbouw. De provincie Utrecht zit op dit moment wat de natuurvergunningen betreft op slot. Net als de rest van Nederland staat de provincie Utrecht voor een flinke opgave: de natuur moet worden hersteld en de stikstofuitstoot moet omlaag. Daarnaast moet de water- en bodemkwaliteit verbeterd worden en wordt er hard gewerkt aan een vitale en duurzame landbouwsector. We werken samen toe naar een toekomst waarin het buitengebied duurzaam én economisch rendabel is. De komende jaren zullen er daarom veranderingen plaatsvinden in het landelijk gebied. Het UPLG helpt daarbij. Want zonder het UPLG kunnen er geen vergunningen worden verleend en dreigen er meer handhavingsverzoeken en langdurige procedures voor agrarische bedrijven. Die gaan uiteindelijk voor iedereen nadelig zijn, ook voor de agrarische sector. Het Utrechts Programma Landelijk Gebied is gericht op het zetten van de eerste stappen om ‘Utrecht van het slot’ te krijgen onder meer door het ontwikkelen van een nieuwe systematiek van (doelsturing)vergunningverlening. 


     Door de maatregelen zoveel mogelijk in samenhang te nemen, sluit de provincie aan bij de gebiedsgerichte aanpak. Daarmee wordt voorkomen dat voor ieder onderwerp afzonderlijk gesproken moet worden met agrariërs en andere gebiedspartijen. Ook wordt op deze wijze maximaal aansluiting gezocht bij het Rijk, de waterschappen en de gemeenten. De planperiode van het programma is 2026-2035. Er is in het UPLG ingezet op een verantwoord optimum tussen snel natuurherstel en een haalbare transitie bij agrarische bedrijven.

    Besluit

    Gedeputeerde Staten besluiten: 
     1. het Utrechts Programma Landelijk Gebied 2026-2035 inclusief bijlagen bij het Utrechts Programma Landelijk Gebied 2026-2035 en de bijbehorende Nota van Beantwoording Ontwerp UPLG 2026-2035 vast te stellen en het Omgevingsprogramma per 28 juli 2026 te publiceren in het Omgevingsloket;
     2. de Statenbrief ‘Vaststelling Utrechts Programma Landelijk Gebied 2026-2035’ vast te stellen en samen met de volgende documenten ter informatie toe te sturen naar Provinciale Staten:
     - Utrechts Programma Landelijk Gebied 2026-2035; 
    - Bijlagen bij het Utrechts Programma Landelijk Gebied 2026-2035; 
    - Nota van Beantwoording Ontwerp-Utrechts Programma Landelijk Gebied 2026-2035;
     - Memo Reactie op inhoudelijke opmerkingen Commissie LWM Ontwerp UPLG 2026-2035; 
    - Memo Toetsingsadvies Commissie m.e.r. over milieueffectrapport UPLG; 
    - Juridisch advies Pels Rijcken; 
    - Brief aan de Minister van Landbouw, Voedsel, Visserij en Natuur; 
    - Begeleidende brief ‘weer ruimte voor boer, natuur en bouw’ van de Minister van Landbouw, Voedsel, Visserij en Natuur; 
    - Duiding Omgevingsprogramma UPLG – Kamerbrief ‘Weer ruimte voor boer, natuur en bouw’. 
     3. de Minister van Landbouw, Voedsel, Visserij en Natuur te informeren over de vaststelling van het Utrechts Programma Landelijk Gebied 2026-2035 via de brief aan de Minister van Landbouw, Voedsel, Visserij en Natuur;
     4. overeenkomstig de op 4 februari 2026 door Provinciale Staten verleende machtiging de gewijzigde kaart ‘Essentiële percelen natuur – schadeloosstelling’ vast te stellen, zoals opgenomen op kaart 10 van het Utrechts Programma Landelijk Gebied 2026-2035;
     5. de benodigde extra middelen voor de stikstofmaatregelen te dekken door een onttrekking uit de bestemmingsreserve Landelijk Gebied en de bestemmingsreserve Gebiedsprocessen Stikstof en deze mee te nemen in desbetreffende bestedingsplannen bij de programmabegroting 2028 en meerjarenperspectief.

  11. 03

    Essentie / samenvatting:
    Met vaststelling van de wijzigingen van de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening provincie Utrecht leggen PS op 18 november 2026 opnieuw de integrale lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving van de provincie Utrecht vast (Omgevingsvisie) en de juridische doorwerking hiervan (Omgevingsverordening). Na vaststelling van de wijzigingen beschikt de provincie over een actueel beleidsinstrumentarium voor de fysieke leefomgeving dat ruimte biedt en uitnodigt tot ontwikkelingen die bijdragen aan de opgaven in onze provincie, aan meer omgevingskwaliteit en aan de bescherming van de Utrechtse kwaliteiten. Het instrumentarium biedt ook sturingsmogelijkheden om ongewenste ontwikkelingen te voorkomen.


    Ter voorbereiding van deze besluitvorming zijn door GS op 16 december 2025 de Ontwerp wijziging Omgevingsvisie en de Ontwerp wijziging Omgevingsverordening vastgesteld. Deze documenten hebben van 6 januari tot en met 16 februari 2026 ter inzage gelegen. In deze periode zijn ongeveer 1000 zienswijzen ontvangen. Sommigen gaan alleen over de wijziging Omgevingsvisie of Omgevingsverordening, anderen over beide documenten. GS hebben hierover twee concept Nota’s van beantwoording opgesteld, één voor de wijziging van de Omgevingsvisie en één voor de wijziging van de Omgevingsverordening. GS sturen de ontwerpdocumenten samen met de concept Nota’s van beantwoording voor vaststelling aan PS.

    Besluit

    Gedeputeerde Staten besluiten:
    1. de concept Nota van beantwoording over zienswijzen op de Ontwerp wijziging Omgevingsvisie provincie Utrecht vast te stellen;
    2. de concept Nota van beantwoording over zienswijzen op de Ontwerp wijziging Omgevingsverordening provincie Utrecht vast te stellen;
    3. de reactienota Commissie ROW 21 januari 2026, Bespreking Ontwerp Wijziging Omgevingsvisie en Omgevingsverordening provincie Utrecht vast te stellen;
    4. het statenvoorstel Wijziging Omgevingsvisie en Omgevingsverordening provincie Utrecht inclusief bijlagen vast te stellen en ter besluitvorming toe te zenden aan Provinciale Staten;
    5. de portefeuillehouder Ruimtelijke Ontwikkeling mandaat te verlenen tot het aanbrengen van redactionele wijzigingen in de onder beslispunten 1, 2 en 4 genoemde documenten.

  12. 08

    Essentie / samenvatting:
    Sinds de start van de nieuwe ov-concessies (Utrecht Binnen en Utrecht Buiten) op 14 december 2025 is het uitvoeringsniveau van het regionale openbaar vervoer ondermaats. Inmiddels is er een half jaar verstreken en is het tijd voor een terugblik op deze periode. Hierbij wordt niet alleen de focus gelegd op de uitvoeringsproblemen, maar ook de andere projecten en zaken die gespeeld hebben, zoals de invoering van 30 km/u in Utrecht op 11 juli 2026. Met het verzenden van de Statenbrief worden Provinciale Staten geïnformeerd over de stand van zaken van de uitvoering van de ov-concessies.

    Besluit

    Gedeputeerde Staten besluiten de Statenbrief ‘Stand van zaken uitvoering ov-concessies’ vast te stellen en ter informatie toe te sturen naar Provinciale Staten.

  13. 09

    Essentie / samenvatting:
    Groot Merwede Rijnenburg (GMR) is de grootste woningbouwontwikkeling in een van de drie belangrijkste economische kerngebieden van Nederland. Dit vraagt stevige publieke samenwerking, sturing en bekostiging. De gebiedsalliantie GMR is een goede basis en logisch vertrekpunt voor de publieke sturing en samenwerking met de niet-publieke (markt)partijen/grondeigenaren. De gemeenten Utrecht en Nieuwegein en provincie Utrecht (hierna: de provincie) vormen de kern van de gebiedsalliantie. De governance GMR sluit aan bij de werkwijze zoals afgesproken in het Akkoord van Rijnenburg (december 2024). Het gaat om een afstemmend en coördinerend overleg waarin de mandaten van de verschillende partijen niet veranderen.


    Parallel hieraan werkt de provincie samen met het Rijk en de gemeenten aan de Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT) verkenning openbaar vervoer (OV) en Wonen in de regio Utrecht. In deze verkenning worden OV-maatregelen onderzocht die nodig zijn om de woningbouw aan de zuidwestkant van de stad Utrecht te kunnen realiseren en de OV-bereikbaarheid te verbeteren. Het ontwerp van de voorkeursbeslissing voor de Merwedelijn is inmiddels opgesteld en ligt ter inzage.


    Er is een advies opgesteld over de governance en de projectorganisatie voor de Merwedelijn. De beoogde realisatie van de Merwedelijn en het doortrekken ervan naar Rijnenburg is een complexe opgave en vraagt zeer intensieve samenwerking tussen alle betrokken partijen. Het advies voor het inrichten van een governance en organisatie voor de Merwedelijn (MWL) is erop gericht de volgende fase in de planvorming van dit project snel en goed te kunnen doorlopen.

    Besluit

    Gedeputeerde Staten besluiten:
    1. voor de governance Merwedelijn:
    a. in te stemmen met de vorming van de stuurgroep Merwedelijn en daaronder directieberaad. Dit uiterlijk Q4 2026 te starten;
    b. in te stemmen met de werving van een projectdirecteur en een manager projectbeheersing. Hiervoor de coördinatie te beleggen bij respectievelijk de provincie Utrecht en de gemeente Utrecht;
    c. In te stemmen met de inrichting van een onafhankelijke projectorganisatie die wordt aangestuurd door de te werven projectdirecteur. De projectdirecteur rapporteert aan het directieberaad. De projectorganisatie wordt ondergebracht bij de gemeente Utrecht.
    2. de Statenbrief Governance Merwedelijn vast te stellen en ter informatie toe te sturen naar Provinciale Staten.

  14. 10

    Essentie / samenvatting:
    Via een Statenbrief bieden Gedeputeerde Staten de rapportage evaluatie uitname probleemwolf GW3237m ter informatie aan Provinciale Staten aan. De rapportage bevat de uitkomsten van een evaluatie van het besluitvormings- en uitvoeringsproces rond de uitname van probleemwolf GW3237m en bevat lessen en aanbevelingen voor toekomstige vergelijkbare situaties. Met de Statenbrief wordt invulling gegeven aan de toezegging van voormalig gedeputeerde Sterk tijdens de Statenvergadering van 17 december 2025 om Provinciale Staten over de uitkomsten van de evaluatie te informeren.

    Besluit

    Gedeputeerde Staten besluiten: 
    1. de rapportage ‘Evaluatie uitname probleemwolf GW3237m' vast te stellen;
    2. de Statenbrief 'Evaluatie uitname probleemwolf GW3237m', inclusief de rapportage als bijlage, vast te stellen en ter informatie toe te sturen aan Provinciale Staten.

  15. 11

    Essentie / samenvatting:
    Met de komst van de wolf op de Utrechtse Heuvelrug, en incidenten met honden en personen, zijn diverse maatregelen getroffen om incidenten zoveel als mogelijk te voorkomen. In dit geval het in 2025 door gemeenten, provincie, Omgevingsdienst Utrecht (ODU) en Terreinbeherende organisaties (TBO’s) afgegeven mijdadvies voor de bossen van de Utrechtse Heuvelrug tussen de A12 en de A27. Deze maatregel kan gevolgen hebben gehad voor inwoners en ondernemers in het gebied. Na bestuurlijke instemming van de provincie en betrokken gemeenten met de geformuleerde afspraken over de wijze waarop mogelijke claims voor nadeelcompensatie kunnen worden afgewikkeld, zijn deze vastgelegd in een samenwerkingsovereenkomst. De provincie geeft mandaat aan de betreffende gemeente om mede namens haar de claim in behandeling te nemen en af te wikkelen: de formele procedure loopt daarmee via de gemeenten. Samen met de betreffende gemeente wordt opdracht verstrekt aan een adviserend deskundigenbureau. De provincie vergoedt een deel van de kosten van de gemeenten (nadeelcompensatie, inschakeling onafhankelijk deskundigenbureau en ambtelijke inzet).

    Besluit

    Gedeputeerde Staten besluiten: 
    1. de “Samenwerkingsovereenkomst nadeelcompensatie wolf in relatie tot mijdadvies 2025” inclusief bijlagen vast te stellen en aan te gaan;
    2. het besluit “mandaat en machtiging afhandeling nadeelcompensatie mijdadvies wolf 2025” vast te stellen; 
    3. het besluit “mandaat, volmacht en machtiging Penvoering Inschakeling Deskundigenbureau afwikkeling nadeelcompensatie irt mijdadvies 2025”vast te stellen.

  16. 12

    Essentie / samenvatting:
    Om de kwaliteit van de natuur te beschermen te herstellen, is op 18 augustus 2024 nieuwe Europese wetgeving in werking getreden: de Natuurherstelverordening (NHV). Deze verordening is rechtstreeks bindend voor alle lidstaten van de Europese Unie. Uiterlijk 1 september 2026 dient lidstaat Nederland de eerste versie van het Natuur(herstel)plan in bij de Europese Commissie: het Ontwerp-Natuurplan. Het Ontwerp-Natuurplan (NP) schetst op hoofdlijnen hoe Nederland invulling geeft aan de verplichtingen van de NHV. Mogelijke strategische keuzes en de daaruit volgende maatregelen om de restopgave te overbruggen, zullen pas in de definitieve versie worden uitgewerkt, die in september 2027 is voorzien. Gedeputeerde Staten besluiten om Provinciale Staten via de statenbrief te informeren over de NHV en het daaruit volgende NP. Verder besluiten Gedeputeerde Staten mede hierdoor de planning van Beleidsprogramma Natuur bij te stellen naar vaststelling medio 2028.

    Besluit

    Gedeputeerde Staten besluiten:
    1. de Statenbrief ‘Europese Natuurherstelverordening’ vast te stellen en ter informatie toe te sturen naar Provinciale Staten;
    2. akkoord te geven op de in bijlage 1 opgenomen gezamenlijke concept consultatiereactie op het voorstel; 3. De planning van het Beleidsprogramma Natuur bij te stellen naar vaststelling medio 2028.

  17. 13

    Essentie / samenvatting: 
    Ter informatie is een Statenbrief opgesteld om PS te informeren over de adviezen van de Ecologische Autoriteit (EA) die gegeven zijn op de uitgevoerde evaluaties/ actualisatie van de vijf N2000-beheerplannen.  In de brief worden de adviezen kort verwoord e  wordt aangegeven hoe de adviezen meegenomen worden in het proces van de actualisatie van de vijf N2000 beheerplannen. Daarnaast wordt informatie gegeven over het vervolgproces van de vaststelling van de vijf plannen.

    Besluit

    Gedeputeerde Staten besluiten de Statenbrief ‘Adviezen Ecologische Autoriteit in relatie tot de actualisatie vijf Natura 2000 beheerplannen ’ vast te stellen en ter informatie toe te sturen naar Provinciale Staten.

  18. 15

    Essentie / samenvatting:
    In motie M25-62 hebben Provinciale staten gevraagd om een QuickScan van de inzet van het grondinstrumentarium van de provincie, de effectiviteit van die inzet en de samenhang van de instrumenten. Daarbij met name mogelijke kansen voor ruimere/andere inzet of inzet in andere combinaties in kaart te brengen, daar waar het gaat om de provinciale prioritaire opgaven UPLG, natuurrealisatie, netcongestie, wonen en mobiliteit. In de quickscan zijn de grondinstrumenten beschreven, de toepassing door de provincie Utrecht, hoe andere provincies met de inzet van grondinstrumenten omgaan en of het instrument kansrijk is voor de komende opgaven.

    Besluit

    Gedeputeerde Staten besluiten de Statenbrief ‘Quickscan grondinstrumenten’ vast te stellen en ter informatie toe te sturen naar Provinciale Staten.

  19. 17

    Essentie / samenvatting:
    Met de recente natuurbranden in Nederland, in de afgelopen maanden is weer duidelijk geworden hoe belangrijk het is om het risico op een onbeheersbare natuurbrand te beperken, onder meer met preventieve maatregelen. In de provincie Utrecht speelt het risico op natuurbranden vooral op de Utrechtse Heuvelrug.


    Met de Statenbrief worden Provinciale Staten op de hoogte gebracht van de stand van zaken van de gezamenlijke aanpak natuurbrandbeheersing op de Utrechtse Heuvelrug en relevante landelijke ontwikkelingen. Daarnaast worden nog resterende actuele vragen uit de vergadering van de Statencommissie LWM van 13 mei jl. beantwoord.

    Besluit

    Gedeputeerde Staten besluiten de Statenbrief ‘Stand van zaken natuurbrandbeheersing’ vast te stellen en ter informatie toe te sturen aan Provinciale Staten.

  20. 19

    Essentie / samenvatting:
    Provincies moeten gaan voldoen aan regels uit de Cyberbeveiligingswet (Cbw) over systeembeveiliging. Die regels vereisen onder meer risicobeheersing, monitoring en incidentrespons. Om dergelijke redenen, is verstandig dat een zogeheten Security Operations Center (SOC) systeembeveiliging door een provincie ondersteunt. Tegen die achtergrond, wordt voorgesteld dat de provincie Utrecht met zeven provincies en de vereniging Interprovinciaal Overleg (IPO) overeenkomt dat zij één gezamenlijk, sectoraal SOC gaan gebruiken. Dit sectoraal SOC zal worden verzorgd door een specialistische marktpartij. IPO zal daarvoor een gezamenlijke aanbesteding verzorgen en na die aanbesteding zorgen voor centrale aansturing van het sectoraal SOC. Daarom wordt voorgesteld dat IPO van de provincie een mandaat, volmacht en machtiging ontvangt om vorm te kunnen geven aan die aanbesteding en centrale aansturing.

    Besluit

    Gedeputeerde Staten en de Commissaris van de Koning besluiten, ieder voor zover het hun eigen bevoegdheden betreft:
    1. dat de provincie met de vereniging Interprovinciaal Overleg (IPO) de samenwerkingsovereenkomst inzake gezamenlijke Europese aanbesteding ‘Security Operations Center aangaat;
    2. aan IPO de mandaten, volmachten en machtigingen te verlenen die zijn opgenomen in het besluit “mandaat, volmacht en machtiging”.

  21. 22

    Essentie / samenvatting:
    Gedeputeerde Staten hebben in 2016 mandaat, volmacht en machtiging verleend aan de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) voor de uitvoering van de toenmalige POP3- en natuurbeheersubsidies. Door de invoering van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid 2023-2027 (GLB) en de gewijzigde uitvoeringsafspraken is actualisatie van het mandaatbesluit noodzakelijk.

    Besluit

    Gedeputeerde Staten besluiten het mandaatbesluit ‘Mandaat-, volmacht- en machtigingenbesluit Rijksdienst voor Ondernemend Nederland Landbouwsubsidies en natuur- en landschapsbeheer ANLb provincie Utrecht’, UTSP 4437239-7153, vast te stellen en bekend te maken in het Provinciaal blad.

  22. 23

    Essentie / samenvatting:
    Gedeputeerde Staten besluiten drie omgevingsvergunningen vast te stellen, te verzenden en bekend te maken voor het kunnen uitvoeren van de herbeplanting van gevelde houtopstanden op andere percelen dan de percelen waarop de vellingen hebben plaatsgevonden. De drie omgevingsvergunningen zien op locaties in De Bilt, Zeist en Hoogland. De herbeplantingen zullen plaatsvinden in De Bilt en tweemaal in Vianen. De herbeplantingen vloeien voort uit de nog openstaande verplichtingen tot herbeplanting naar aanleiding van een velling van een houtopstand. Herbeplanting op dezelfde locatie is wegens ontwikkelingen op de locaties van de vellingen niet meer mogelijk. De drie aanvragen zijn in lijn met inhoudelijke provinciale regelgeving en met het Strategisch Bosbeleid. De drie aanvragen voldoen niet aan formele termijnen genoemd in de Omgevingsverordening provincie Utrecht. Op basis van een integrale afweging van provinciale belangen wordt geadviseerd om de drie aanvragen met toepassing van de hardheidsclausule te verlenen, omdat herbeplanting op dezelfde locatie als waar de vellingen plaatsvonden niet meer mogelijk is. Vanwege het provinciaal belang bij uitbreiding van het bosareaal met ecologisch kwalitatieve houtopstanden, worden de aanvragen onevenredig belemmerd als wordt vastgehouden aan de termijnen. Vergunningverlening met toepassing van de hardheidsclausule zorgt ervoor dat aan de herbeplantingsverplichtingen wordt voldaan en dat in lijn met provinciaal beleid het bosareaal ecologisch kwalitatief wordt uitgebreid.

    Besluit

    Gedeputeerde Staten besluiten met toepassing van de hardheidsclausule van artikel 1.8 van de Omgevingsverordening provincie Utrecht op basis van een integrale afweging van provinciale belangen over te gaan tot het vaststellen, verzenden en bekendmaken van drie omgevingsvergunningen voor de herbeplantingen van gevelde houtopstanden op andere gronden dan de gronden waarop de houtopstanden zich bevonden.

  23. 25

    Essentie / samenvatting:
    Op 26 juni 2024 hebben Provinciale Staten een besluit genomen inzake de inzet van financiële instrumenten voor de versnelling van de energietransitie (FIVET). In het besluit is als beslispunt 3b opgenomen om een voorstel voor te leggen met betrekking tot de ondersteuning van maatschappelijke instellingen en MKB bedrijven bij investeringen die noodzakelijk zijn geworden door de netcongestie. In de Statenbrief Besteding resterende middelen Versnelling Energietransitie wordt de uitwerking van het instrument netcongestielening toegelicht. Dit instrument kan zonder kapitaalbijdrage worden gerealiseerd. De gevolgen van netcongestie worden echter steeds groter en vragen om nieuwe oplossingen. Daarom wordt een voorstel uitgewerkt om door het stimuleren van bidirectioneel laden de netcongestie te verminderen, gebruikmakend van de overgebleven gereserveerde middelen voor netcongestiemaatregelen.

    Besluit

    Gedeputeerde Staten besluiten de Statenbrief ‘ Besteding resterende middelen Versnelling Energietransitie’ vast te stellen en ter informatie toe te sturen aan Provinciale Staten.

  24. 26

    Essentie/ samenvatting:
    Op 23 februari 2026 is een klacht ingediend bij de provincie Utrecht. Klaagster voert aan dat de provincie onvoldoende invulling heeft gegeven aan de regierol en mogelijkheden voor bemiddeling in de escalatie van een regionale samenwerking. Klaagster voert aan dat de provincie interbestuurlijk toezicht had moeten toepassen om haar te helpen. De klacht is behandeld door de Awb-commissie van de provincie Utrecht. De Awb-commissie heeft haar oordeel gegeven over de betrouwbaarheid van handelen, het verstrekken van informatie en de verzochte de-escalatie. Het oordeel van de Awb-commissie is dat de klacht op deze drie onderdelen ongegrond is.

    Besluit

    Gedeputeerde Staten besluiten:
    1. de afdoeningsbrief vast te stellen en, samen met het rapport van bevindingen en het verslag van de zitting, te verzenden aan klaagster;
    2. de oordelen en de conclusie van het rapport van bevindingen over te nemen en voor de motivering daarvan, overeenkomstig artikel 3:49 Algemene wet bestuursrecht naar het rapport van bevindingen te verwijzen.

  25. 29

    Essentie / samenvatting:
    Jaarlijks informeren Gedeputeerde Staten de Provinciale Staten over de stand van zaken binnen het programma Hart van de Heuvelrug/Vliegbasis Soesterberg. In deze zomerbrief wordt de tussenstand van de projecten tot en met juni 2026 weergegeven.

    Besluit

    Gedeputeerde Staten besluiten de Statenbrief ‘zomerbrief Hart van de Heuvelrug Vliegbasis Soesterberg 2026’ vast te stellen en deze ter informatie te versturen naar Provinciale Staten.

  26. 30

    Essentie/ samenvatting:
    Op 9 september 2026 vindt het Bestuurlijk Overleg Leefomgeving (BOL) Noordwest plaats. Dit is een overleg van een Utrechtse bestuurlijke afvaardiging en in ieder geval de ministers van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO), Infrastructuur en Waterstaat (IenW) en de staatssecretaris van IenW. De provincie Utrecht vormt samen met de provincies Noord-Holland en Flevoland het landsdeel ‘Noordwest’. Het bestuurlijk overleg wordt inhoudelijk voorbereid met de regiopartners van de provincie Utrecht en het Rijk. Daarnaast wordt de agenda afgestemd met de provincies Flevoland, Noord-Holland en de Metropoolregio Amsterdam. Provinciale Staten worden op twee momenten over het BOL Noordwest geïnformeerd. Voorafgaande aan het bestuurlijke overleg worden Provinciale Staten geïnformeerd over de inzet van de provincie Utrecht. Na het bestuurlijke overleg worden Provinciale Staten geïnformeerd over de uitkomsten ervan.

    Besluit

    Gedeputeerde Staten besluiten de Statenbrief ‘Inzet Bestuurlijk Overleg Leefomgeving Noordwest (9 september 2026)’ vast te stellen en ter informatie toe te sturen naar Provinciale Staten.

  27. 34

    Essentie / samenvatting:
    Naar aanleiding van de regelgeving vanuit de nota Reserves en voorzieningen wordt door GS een besluit ter vaststelling van bestedingsplannen genomen. Een bestedingsplan geeft weer waaraan en wanneer middelen worden ingezet uit een bestemmingsreserve. Voor reserves met de functie egaliseren is geen bestedingsplan nodig. Voor 2026 zijn de bestedingsplannen geactualiseerd en worden ter vaststelling aangeboden aan GS.

    Besluit

    Gedeputeerde Staten besluiten de bestedingsplannen voor de bestemmingsreserves met bestedingsfunctie voor 2026 vast te stellen en deze te verwerken in de Programmabegroting 2027 en de directie op te dragen om invulling te geven aan de openstaande actiepunten.