Ga naar de inhoud van deze pagina Ga naar het zoeken Ga naar het menu
Vorige pagina

GS-Besluiten

dinsdag 19 mei 2026

09:00 - 12:30
Locatie

16.30

Voorzitter
Hans Oosters

Agendapunten

  1. 0.05.H

    Essentie / samenvatting:
    De Statenfractie van D66 heeft vragen gesteld betreffende Utrecht sneller beschermen tegen PFAS uit blusschuim. Deze vragen hebben met name betrekking op de Veiligheidsregio Utrecht (VRU), die de brandbestrijding in opdracht van de gemeenten uitvoert. Daarom is contact opgenomen met de VRU, die de vragen heeft beantwoord. De beantwoording van de vragen is opgenomen in de brief beantwoording Statenvragen betreffende Utrecht sneller beschermen tegen PFAS uit blusschuim.

    Besluit

    Gedeputeerde Staten besluiten de beantwoording van de schriftelijke vragen ex art. 51 van het Reglement van Orde Provincie Utrecht van het Statenlid De Widt van D66 betreffende ‘Utrecht sneller beschermen tegen PFAS uit blusschuim’ vast te stellen en te verzenden.

  2. 0.07.H

    Essentie / samenvatting:
    Het college van gedeputeerde staten van de provincie Utrecht (GS) heeft besloten om het bezwaarschrift tegen de afwijzing om handhavend op te treden ongegrond te verklaren, en het bestreden besluit onder verbetering van de motivering daarvan in stand te houden. Het handhavingsverzoek had betrekking op het ophogen van gronden ter plaatse van een weideperceel te Breukelen. Niet ter discussie staat dat de uitgevoerde ophoging van het weideperceel een overtreding is. Bezwaarmakers hebben zich echter niet kunnen verenigen met de door GS gekozen handhavingsinterventie. GS verstuurden namelijk een waarschuwingsbrief aan de eigenaar van het weideperceel in plaats van een handhavingsbesluit (zoals een last onder dwangsom). Omdat een waarschuwingsbrief geen besluit is, werd het handhavingsverzoek formeel gezien afgewezen. De eigenaar van het weideperceel heeft inmiddels een omgevingsvergunning aangevraagd voor de ophoging. Er is sprake van concreet zicht op legalisatie van de situatie.

    Besluit

    Gedeputeerde Staten besluiten:
    1. het bezwaar van 9 januari 2026 ontvankelijk en ongegrond te verklaren;
    2. voor de motivering daarvan, overeenkomstig artikel 3:49 van de Algemene wet bestuursrecht, te verwijzen naar het advies van de Awb adviescommissie van 14 april 2026;
    3. de beslissing op bezwaar vast te stellen en aangetekend aan bezwaarmaker te verzenden.

  3. 0.10.H

    Essentie / samenvatting:
    De huidige, in interprovinciaal verband opgestelde regeling ‘Klachtenregeling aanbesteden provincie Utrecht 2023’ blijkt één artikellid te kennen dat tot onnodige vertraging in de aanbestedingsprocedure zou kunnen leiden. Om die reden is binnen het P12 Inkoopjuristen-overleg besloten de regeling, beperkt, nu al aan te passen. Tevens is besloten direct enkele kleine technische aanpassingen door te voeren, met name ziende op een verheldering van de reikwijdte van de regeling.

    Besluit

    Gedeputeerde Staten besluiten de ‘Klachtenregeling aanbesteden provincie Utrecht 2026’ vast te stellen en bekend te maken in het Provinciaal blad.

  4. 0.13.H

    Essentie / samenvatting:
    Op 16 april 2026 heeft het Gemeenschappelijk Orgaan Hollandse Waterlinies (GO HWL) de Ontwerpbegroting 2027 en de voorlopige jaarrekening 2025 besproken en vastgesteld. Het GO HWL heeft daarna op 21 april 2026 deze documenten ter zienswijze, resp. ter kennisname, aangeboden aan de Provinciale Staten van de vier deelnemende provincies: Utrecht, Noord-Holland, Gelderland en Noord-Brabant. Conform de Gemeenschappelijke Regeling Siteholderschap Hollandse Waterlinies en de bepalingen in de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) worden Provinciale Staten nu in gelegenheid gesteld om een zienswijze uit te brengen op de Ontwerpbegroting 2027 en kennis te nemen van de voorlopige jaarrekening 2025.

    Besluit

    Gedeputeerde Staten besluiten:
    1. het Statenvoorstel ‘Zienswijze Ontwerpbegroting GO HWL 2027’ vast te stellen met:
    a. het voorstel om een zienswijze in te dienen over een robuuste en toekomstgerichte begroting
    b. aandacht voor de spanning tussen de bescherming van het Werelderfgoed en andere ruimtelijke opgaven

  5. 0.19.H

    Essentie / samenvatting:
    In verband met de versnellingsmaatregelen om de netcongestie op te lossen is door Gedeputeerde Staten besloten om de omvang van het projectbesluit voor realisatie van hoogspanningsstations in Utrecht Noord aan te passen. Er zal een projectbesluit worden genomen voor het hoogspanningsstation en ook moet er een opstijgpunt (waar kabels uit de grond worden verbonden met een bovengrondse mast) worden gerealiseerd naar Soest. De ondergrondse kabelverbindingen van het nieuw te bouwen hoogspanningsstation zullen door TenneT op vergunning worden aangelegd. Na aanleg van de ondergrondse kabelverbindingen zullen deze planologisch worden beschermd door wijziging van het omgevingsplan door de gemeenten.

    Besluit

    Gedeputeerde Staten besluiten:
    1. de omvang van het projectbesluit voor realisatie van hoogspanningsstations in Utrecht Noord aan te passen door een projectbesluit te nemen voor het hoogspanningsstation en het opstijgpunt (waar kabels uit de grond worden verbonden met een bovengrondse mast) naar Soest;
    2. de kennisgeving Netversterking Utrecht Noord vast te stellen en te publiceren";
    3. de portefeuillehouder Ruimtelijke Ontwikkeling en Energietransitie te machten om de "Kennisgeving Netversterking Utrecht Noord “op ondergeschikte onderdelen redactioneel aan te passen.

  6. 03

    Essentie / samenvatting:
    De provincie Utrecht heeft We Drive Solar Energy Solutions B.V. (voortaan: WDS) voor een periode van 5 jaar vanaf 2025 twee diensten van algemeen economisch belang opgelegd om de realisatie van solar carports en energieopslag door lokale energiecoöperaties op de provinciale carpoolplaatsen mogelijk te maken. WDS is concessiehouder voor het exploiteren van solar carports en laadinfrastructuur op maximaal 10 provinciale carpoolplaatsen. Voor het uitvoeren van de aangewezen diensten zou WDS worden gecompenseerd tot maximaal € 850.000 in de vorm van een subsidie op grond van “DAEB-aanwijzingsbesluit ‘We Drive Solar Energy Solutions B.V.”. WDS heeft op 12 februari 2026 schriftelijk kenbaar gemaakt de concessieovereenkomst voor de realisatie en exploitatie van solar carports op de carpoolplaatsen van de provincie Utrecht te willen ontbinden omdat het onder de huidige marktomstandigheden en netcongestieproblematiek niet mogelijk is gebleken om de concessie uit te voeren met een rendabele financiering door onder andere de Utrechtse energiecoöperaties. De concessie is met wederzijds goedvinden op 17 maart 2026 ontbond

    Besluit

    Gedeputeerde Staten besluiten:
    1. het besluit tot intrekking van het DAEB-aanwijzingsbesluit ‘We Drive Solar Energy Solutions B.V., UTSP 601784774-12391, vast te stellen en bekend te maken in het Provinciaal blad;
    2. de Statenbrief ‘Intrekking van het DAEB-aanwijzingsbesluit ‘We Drive Solar Energy Solutions B.V’, incl. bijlage vast te stellen en ter informatie toe te sturen naar Provinciale Staten.

  7. 04

    Essentie / samenvatting:
    Op 20 april zijn schriftelijke vragen gesteld over de uitputting van het budget voor de subsidieregeling ‘Groene, gezonde en klimaatbestendige steden en dorpen 2025-2027’. Vrijwel alle fracties hebben deze vragen ondertekend, m.u.v. CU en VVD. Deze schriftelijke vragen worden gesteld naar aanleiding van de recente update over de stand van zaken rond het Uitvoeringsprogramma Klimaatadaptatie (waar overigens eerder ook al technische vragen over waren gesteld). Het subsidieplafond voor 3 van de 4 paragrafen van de regeling is al bereikt, waarvan twee direct op dag van opening. Hierdoor kunnen meerdere initiatieven niet bediend worden.

    Besluit

    Gedeputeerde Staten besluiten de beantwoording van de schriftelijke vragen ex. art. 51 van het Reglement van Orde Provincie Utrecht betreffende het budget voor de Subsidieregeling ‘groene, gezonde en klimaatbestendige steden en dorpen 2025-2027’ van de fracties (D66, GL, CDA, SP, PvdA, Volt, PvdD, 50Plus, SGP, UtrechtNu!, FvD, BBB) vast te stellen en te verzenden.

  8. 06

    Essentie / samenvatting:
    Er zijn door mevrouw Van Elteren van GroenLinks vragen gesteld over activiteiten op het adres Utrechtseweg 301 (plangebied) te Amersfoort, activiteiten als kap- en bouwrijpmaakwerkzaamheden en de mogelijke effecten c.q. gevolgen daarvan voor enkele specifieke soorten. Tevens is om een overzicht gevraagd van verleende omgevingsvergunningen en of meldingen, onderdelen houtopstanden en flora- en fauna-activiteiten (ruimtelijke ingrepen).

    Besluit

    Gedeputeerde Staten besluiten de beantwoording van de schriftelijke vragen ex art. 51 van het Reglement van Orde Provincie Utrecht van Statenlid Van Elteren van GroenLinks betreffende activiteiten in het plangebied vast te stellen en te verzenden.

  9. 08

    Essentie / samenvatting:
    Op 25 februari 2026 heeft de rechtbank Midden-Nederland (hierna: de rechtbank) het beroep van Recreatiecentrum De Thijmse Berg B.V (hierna: eiser) gegrond verklaard en de beslissing op bezwaar van 16 april 2024 vernietigd. Het beroep heeft betrekking op een buitenbehandelingstelling. Het college van Gedeputeerde Staten (hierna: GS) heeft de aanvraag buiten behandeling gesteld, omdat er geen actueel natuurwaardenonderzoek was aangeleverd voor de hazelworm en zandhagedis. Op 5 september 2024 is wel een actueel natuurwaardenonderzoek aangeleverd, waardoor de aanvraag door GS positief is afgewezen en de werkzaamheden konden aanvangen.


    In de beroepsfase stelde eiser dat door trage besluitvorming circa € 740.000,- aan schade is ontstaan. De verwachting is dan ook dat eiser een verzoek om schadevergoeding gaat indienen en GS daarvoor aansprakelijk stelt. Het gevolg van het gegrond verklaarde beroep is dat de buitenbehandelingstelling als onrechtmatig aangemerkt wordt. De onrechtmatigheid van het besluit kan dan niet meer bij de civiele rechter worden betwist. Om die reden is het advies, na interne afstemming en overleg met AKD-advocaten, om hoger beroep in te stellen tegen de uitspraak van de rechtbank. Indien de rechtmatigheid van het besluit wordt bekrachtigd, is er geen sprake van een onrechtmatige daad voor het indienen van een schadeclaim.

    Besluit

    Gedeputeerde Staten besluiten het ingediende hoger beroep te bekrachtigen en de nadere gronden in te dienen tegen de uitspraak van de rechtbank van 25 februari 2026, met zaaknummer UTR 24 / 3592 NATUUR.

  10. 11

    Essentie / samenvatting:
    Volgens artikel 6.30, lid 5, van de Omgevingsverordening Utrecht, moeten Gedeputeerde Staten (GS) instemmen met de te benoemen voorzitter van de Faunabeheereenheid (FBE) Utrecht. Volgens de verordening dient de voorzitter onafhankelijk te zijn, en dit moet blijken doordat deze geen dienstverband of bestuurlijk betrokkenheid heeft bij de al in het bestuur vertegenwoordigde partijen en niet in het bezit is van een jachtgeweeractiviteit. De FBE heeft via een brief verzocht aan GS in te stemmen met de door hen, via een zorgvuldige selectieprocedure gekozen, nieuwe voorzitter. Gezien de zorgvuldige procedure en de C.V. van de voorgedragen voorzitter, voldoet de voorgedragen voorzitter aan de vereisten uit de verordening en stemmen GS in met deze voordracht.

    Besluit

    Gedeputeerde Staten besluiten: 
    1. in te stemmen met de door de Faunabeheereenheid Utrecht voorgedragen voorzitter;
    2. de reactiebrief betreffende ‘Instemmen met voorgedragen voorzitter bestuur Faunabeheereenheid Utrecht’ vast te stellen en te verzenden.

  11. 12

    Essentie / samenvatting:
    De Subsidieregeling Leefomgeving landelijk gebied provincie Utrecht (SLLG) wordt op een aantal punten gewijzigd. Het betreft het invoegen van de bestaande Subsidieregeling tegemoetkoming kosten kennisnetwerken landbouw 2025-2027 in de SLLG onder intrekking van de bestaande regeling, wijziging van de subsidiecriteria in het hoofdstuk Aankoop en ontpachting NNN-gronden, ophogen van het subsidieplafond voor Beleefbare natuur, en het aanpassen van de maximale projectperiode in het hoofdstuk Verplaatsing landbouwbedrijven.

    Besluit

    Gedeputeerde Staten besluiten het Besluit tot wijziging van de Subsidieregeling Leefomgeving landelijk gebied provincie Utrecht, nr. UTSP814175531-2016 vast te stellen en bekend te maken in het Provinciaal blad.

  12. 14

    Essentie / samenvatting:
    In het Ontwerp UPLG staan maatregelen om binnen Natura 2000-gebieden een bemestingsverbod op te leggen en om in een zone van 250 meter rondom de stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden een bemestingsbeperking op te leggen. Dit heeft vergaande consequenties voor de agrarische bedrijfsvoering, zoals meer mestafvoer en lagere gewasopbrengst. In het Ontwerp UPLG en het Ontwerp wijziging Omgevingsverordening is 1 januari 2027 als ingangsdatum opgenomen voor deze maatregelen. Gedeputeerde Staten besluiten in het definitieve UPLG 1 januari 2029 als ingangsdatum voor deze maatregelen op te nemen. Reden hiervoor is dat inwerkingtreding met ingang van 1 januari 2027 zowel voor de agrarische ondernemers als de provinciale organisatie te vroeg is om de nodigde voorbereidingen zorgvuldig te kunnen treffen.
    De nieuwe ingangsdatum datum wordt vastgelegd in het definitieve UPLG en door GS opgenomen in het Statenvoorstel tot vaststelling van de gewijzigde Omgevingsverordening. Provinciale Staten besluiten op 18 november 2026 over de gewijzigde Omgevingsverordening.

    Besluit

    Gedeputeerde Staten besluiten:
    1. in het definitieve-UPLG een nieuwe invoeringsdatum op te nemen voor het bemestingsverbod binnen Natura 2000-gebieden en een bemestingsbeperking in een zone van 250 meter rondom de stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. De datum van inwerkingtreding wordt  vastgesteld op 1 januari 2029;
    2. deze nieuwe invoeringsdatum wordt ook opgenomen in het Statenvoorstel tot vaststelling van de gewijzigde Omgevingsverordening.
    3. de Statenbrief “Mestbeperkende maatregelen stikstofzones gaan later in” vast te stellen en ter informatie toe te sturen aan Provinciale Staten.

  13. 15

    Essentie / samenvatting:
    Met een Statenbrief worden Provinciale Staten (hierna: PS) geïnformeerd over de voortgang van het project ‘N233 Rondweg Oost Veenendaal’ (hierna: N233 ROV) en dat de provincie Utrecht (hierna: de provincie) met de gemeente in gesprek is over een heroverweging van de varianten ‘Gelijkvloerse VRI-kruising’ versus ‘Verdiepte ligging’ (kruising N233 met de Prins Clauslaan) met mogelijk een afwijking op de eerdere PS-besluiten van 9 juli 2018 en 18 februari 2019 (met voorkeursalternatief ‘Verdiepte ligging’).


    Fase Groenpoort van het project N233 ROV kende geen stikstofbelemmeringen en is eind 2024 gerealiseerd. Voor de volgende fase van het project N233 ROV is de toename van stikstof in Natura 2000-gebieden beperkt en oplosbaar. Door de complexiteit van het project en een eerdere P50-raming zijn de kosten van fase Groenpoort hoger uitgevallen dan van tevoren geraamd. Daarbij zijn er bij een verdiepte ligging meer uitvoerings- en planningsrisico's. Hiermee ontstaat er voor de volgende fase van het project een tekort op het budget. Daarom is het ontwerp verder civieltechnisch uitgewerkt, de raming herijkt en tegelijkertijd een alternatieve oplossingsrichting van een gelijkvloerse kruising uitgewerkt. Bij deze uitwerking van de plannen voor de volgende fase is geconstateerd dat de ongelijkvloerse kruising niet realiseerbaar is zonder grote concessies te doen. In de bestuursovereenkomst met de gemeente Veenendaal is afgesproken, dat bij dreigende overschrijding voortijdig overleg plaatsvindt en er door ons gezocht wordt naar oplossingen binnen het beschikbare budget.


    Deze Statenbrief beschrijft het vervolgproces gericht op een oplossing waarbij leefbaarheid, voortgang van het project en financiën met elkaar weer in balans komen. Dit moet leiden tot een definitief besluit in het eerste kwartaal van 2027 zodat daarna de ruimtelijke procedure en uitvoering gestart kan worden.

    Besluit

    Gedeputeerde Staten besluiten:
    1. in te stemmen met een heroverweging van het voorkeursalternatief, specifiek de ongelijkvloerse uitvoering (verdiept) van de kruising Prins Clauslaan zoals eerder is vastgesteld in Provinciale Staten besluiten van 9 juli 2028 en 18 februari 2019;
    2. de Statenbrief ‘Voortgang project N233 Rondweg Oost Veenendaal’ vast te stellen en ter informatie naar Provinciale Staten te sturen.

  14. 16

    Essentie / samenvatting:
    De provincie Utrecht sluit een intentieovereenkomst met de provincies Groningen, Friesland, Drenthe, Overijssel en Flevoland, waarbij partijen uitspreken ernaar te streven om in goed overleg de mogelijkheden voor samenwerking ten behoeve van het optimaal inrichten en benutten van een multimodaal netwerk voor goederenvervoer te onderzoeken als opmaat naar een samenwerkingsovereenkomst.

    Besluit

    Gedeputeerde Staten besluiten:
    1. de overeenkomst ‘Intentieovereenkomst Corridor Noordoost’ vast te stellen en aan te gaan;
    2. de Statenbrief ‘intentieovereenkomst Corridor Noordoost’ vast te stellen en, met de Intentieovereenkomst Corridor Noordoost, ter informatie toe te sturen aan Provinciale Staten.

  15. 17

    Essentie / samenvatting:
    Om het woningtekort aan te pakken wordt er intensief samengewerkt tussen overheden, corporaties en marktpartijen. In deze samenwerking heeft de provincie Utrecht een belangrijke rol. Zo werkt de provincie samen met de gemeenten aan voldoende programmering. Bij de verdere uitwerking van woningbouwplannen worden knelpunten aangepakt door het programma Versnelling Woningbouw. In alle fases van het woningbouwproces moeten er belangrijke afwegingen worden gemaakt en kan de provincie invloed uitoefenen om het proces te versnellen. Wat deze momenten zijn en hoe deze rol eruitziet, wordt uitgewerkt in de statenbrief ‘Verkenning van afwegings- en versnellingsmogelijkheden woningbouwproces binnen huidig beleid’.

    Besluit

    Gedeputeerde Staten besluiten de Statenbrief ‘Verkenning van afwegings- en versnellingsmogelijkheden woningbouwproces binnen huidig beleid’ vast te stellen en ter informatie toe te sturen naar Provinciale Staten.

  16. 18

    Essentie / samenvatting:
    De provincie Utrecht wil gemeenten ondersteunen bij het verduurzamen van de warmtevoorziening. Hiervoor is een Utrechts Warmteondersteuningsbedrijf (UWO) voorzien waarin de provincie Utrecht, de staatsdeelneming Energiebeheer Nederland (EBN) en Stedin dochter Netverder samenwerken. De uitgangspunten voor het UWO zijn vastgelegd in een strategie die op 22 april 2025 door GS is vastgesteld. Het ministerie van Klimaat en Groene Groei (KGG) heeft 2 nieuwe kaders meegeven aan EBN die leiden tot wijzigingen in de inrichting van het bedrijfsmodel en het financieringsmodel van het UWO. Gedeputeerde Staten (GS) zijn voornemens een besluit te nemen over de wijziging van de inrichting van het UWO. Door middel van een Statenbrief worden Provinciale Staten geïnformeerd over de voorgenomen wijzigingen en wordt hen gevraagd om aandachtspunten mee te geven voor besluitvorming door GS voor het zomerreces.

    Besluit

    Gedeputeerde Staten besluiten de Statenbrief ‘ontwikkeling Utrechts Warmte Ondersteuningsbedrijf’, vast te stellen en deze ter informatie toe te sturen aan Provinciale Staten.

  17. 20

    Essentie / samenvatting:
    Gedeputeerde Staten hebben besloten om een ontwerp-projectbesluit voor te bereiden en in procedure te brengen op de voorkeurslocatie van TenneT en Stedin in het project Utrecht Noord(west), variant 1C in zoekgebied Haarrijn. Het ontwerp-projectbesluit omvat tevens de aanpassing van het opstijgpunt (waar kabels uit de grond worden verbonden met een bovengrondse mast) naar Soest naar de locatie bij mast 006.



    De bijbehorende ondergrondse kabelverbindingen zullen door TenneT op vergunning worden aangelegd en achteraf planologisch worden beschermd door wijziging van het omgevingsplan door gemeenten.

    Besluit

    Gedeputeerde Staten besluiten:
    1. een ontwerp-projectbesluit voor te bereiden en in procedure te brengen voor de hoogspanningsstations van TenneT en Stedin binnen variant 1C in zoekgebied Haarrijn en het opstijgpunt van TenneT naar Soest bij mast 006;
    2. de ‘Reactiebrief voorkeurslocatie HSS TenneT en Stedin en opstijgpunt TenneT – Utrecht Noord(west)’ vast te stellen ter verzending aan TenneT en Stedin;
    3. de statenbrief ‘Locatie HSS TenneT en Stedin en opstijgpunt TenneT – Utrecht Noord(-west)’, incl. bijlagen vast te stellen en ter informatie toe te sturen naar Provinciale Staten.

  18. 21

    Essentie / samenvatting:
     Fieldlab Foodvalley streeft programmabreed een gemiddelde ammoniakemissiereductie van 60% na bij 30 stallen van deelnemers in de provincie Utrecht. De verwachting is dat een aantal deelnemers aan het Fieldlab Foodvalley aan de slag gaat met innovatieve stalsystemen. Een ander deel gaat naar verwachting de ammoniakemissie van al aanwezige stalsystemen meten, in combinatie met voeder- en managementmaatregelen.


    Deelnemers aan het Fieldlab Foodvalley kunnen momenteel geen natuurvergunning voor innovatieve stalsystemen krijgen, aangezien dergelijke innovatie een afwijking betekent van een in de huidige (natuur)vergunning voorgeschreven stalsysteem. Vanwege de maatschappelijke belangen bij het vinden van oplossingen voor de stikstofproblematiek is het wenselijk om het risico op handhaving niet bij de vergunninghouder te laten. Hiermee kan een mogelijke drempel voor deelname aan het Fieldlab Foodvalley worden weggenomen.


    Door de directeur van de ODU te verzoeken vooruitlopend op vergunningverlening tijdelijke gedoogverklaringen te verlenen voor tot 30 deelnemers aan het Fieldlab Foodvalley in de provincie Utrecht, die aan de slag gaan met innovatieve stalsystemen, wordt deze patstelling doorbroken. Deze werkwijze is conform het Mandaatbesluit ODU - provincie Utrecht 2024’ en de dienstverleningsovereenkomst die tussen de provincie en de ODU is gesloten. Deze werkwijze wordt al toegepast in het Fieldlab Groene Hart.


    In de tijdelijke gedoogverklaringen vooruitlopend op vergunningverlening worden strikte voorwaarden opgenomen om emissies doorlopend te monitoren, om tijdig ingrijpen bij onverhoopte emissietoename te borgen, en om opgedane kennis breed beschikbaar te stellen.


    De verwachting is dat de tijdens het Fieldlab Foodvalley verzamelde meetgegevens door deelnemers gebruikt kunnen worden om een nieuwe natuurvergunning te krijgen, op basis van doelsturing. Deelname aan het Fieldlab Foodvalley draagt daarmee bij aan het verkrijgen van concreet zicht op legalisatie van stalsystemen die afwijken van de (natuur)vergunning.


    Besluitvorming over provinciale bijdrage aan het Fieldlab Foodvalley heeft reeds plaatsgevonden. Voorliggend beslisdocument vraagt alleen een beslissing over het verlenen van gedoogverklaringen door de directeur van de ODU.


    Er zijn nog geen individuele ondernemers waarvoor de plussen en minnen kunnen worden doorgerekend, want er zijn nog geen deelnemers aan het Fieldlab Foodvalley. Deelname aan het Fieldlab Foodvalley is vrijwillig. Ondernemers kiezen zelf een bij hun onderneming passend maatregelenpakket, en emissiereductie. De ammoniakemissie neemt daarbij altijd af (altijd min). Dit is een voorwaarde voor deelname aan Fieldlab Foodvalley en bij de gedoogverklaring. Verwachte reducties liggen tussen de 25%, voor managementmaatregelen, en 95%, voor luchtwassers. De stikstofvoorwaarden in gedoogverklaringen zijn nodig om veehouders tot deelname aan het Fieldlab Foodvalley te bewegen.


    Een belangrijk voordeel (plus) voor deelname aan het Fieldlab Foodvalley is ervaring kunnen op doen met meten en monitoren van ammoniakemissies. De ammoniaksensoren worden beschikbaar gesteld vanuit het Fieldlab Foodvalley. Na deelname aan het Fieldlab Foodvalley kan de ervaring met meten en monitoren door deelnemers gebruikt worden bij het aanvragen en naleven van een doelsturingsvergunning. Een doelsturingsvergunning is minder kwetsbaar voor intrekkingsverzoeken dan een gangbare (maatregelen)vergunning.


    Alle veehouders in de provincie Utrecht moeten voor 2035 hun ammoniakemissies beperkt hebben, in sommige gevallen tot 95%. Deze verplichting volgt uit de tweede wijziging van de provinciale verordening, die ter inzage is gelegd en naar verwachting in november 2026 wordt vastgesteld door Provinciale Staten. Deelname aan het Fieldlab Foodvalley biedt allereerst kansen om met ammoniakemissiemetingen te achterhalen hoeveel ammoniakemissiereductie op bedrijfsniveau nodig is om te (gaan) voldoen aan deze strengere normen. Ten tweede biedt deelname kansen om een eerste stap te zetten in de benodigde emissiereductie. Ten derde gaat het Fieldlab Foodvalley inzichten opleveren over wat wel en niet werkt. Deze inzichten kunnen ook buiten het Fieldlab Foodvalley worden toegepast. Dit zijn drie plussen.

    Besluit

    Gedeputeerde Staten besluiten:
    1. de motivering voor tijdelijke gedoogverklaringen met strikte voorwaarden vast te stellen, waarin wordt onderbouwd dat het niet handhaven op de toepassing van innovatieve maatregelen afwijkend van (natuur)vergunningen meer bijdraagt aan de vermindering van stikstofdepositie op stikstofoverbelaste Natura 2000-gebieden dan strikte handhaving van toestemmingen;
    2. de directeur van de ODU te verzoeken, gebruikmakend van de vastgestelde motivering, tijdelijke gedoogverklaringen met strikte voorwaarden te verlenen aan een deel van de veehouderijen die deelnemen aan het Fieldlab Foodvalley en niet tijdig een natuurvergunning kunnen krijgen voor innovatieve stalsystemen.

  19. 22

    Essentie / samenvatting:
    In lijn met het vastgestelde liquidatieplan van de GR Regionale Uitvoeringsdienst Utrecht (RUD Utrecht) worden Gedeputeerde Staten voorgesteld om over te gaan tot het nemen van het opheffingsbesluit.

    Besluit

    Gedeputeerde Staten besluiten:
    1. de gemeenschappelijke regeling RUD Utrecht op te heffen;
    2. aan de opheffing de voorwaarde te verbinden dat het algemeen bestuur RUD Utrecht de jaarrekening RUD Utrecht 2026 heeft vastgesteld;
    3. aan de opheffing de voorwaarde te verbinden dat er na vaststelling van de jaarrekening 2026 geen aanvullende financiële bijdrage wordt gevraagd.