- Voorzitter
- Hans Oosters
Agendapunten
-
0.05.H
Essentie / samenvatting:
Op grond van de Provinciewet dienen neveninkomsten van de commissaris van de Koning en de gedeputeerden jaarlijks te worden gemeld aan het provinciebestuur. Als aan bepaalde voorwaarden is voldaan, dienen neveninkomsten te worden verrekend met de bezoldiging. Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) heeft naar aanleiding van de opgaves over het jaar 2025 adviezen opgesteld. Op basis van de adviezen van BZK hoeft voor geen van de betrokkenen verrekening plaats te vinden.Besluiten
Gedeputeerde Staten besluiten:
1. de afdoeningsbrieven waarin wordt geconstateerd dat de commissaris van de Koning Oosters en de gedeputeerden Bakker, Van Essen, Van Muilekom, Van Schie en Sterk vallen onder de plicht tot verrekening van eventuele neveninkomsten op persoonlijke titel, van actief dienende politieke ambtsdragers, maar dat er geen (zodanige) neveninkomsten zijn dat deze voor verrekening in aanmerking komen, vast te stellen en te verzenden;
2. de provinciesecretaris te mandateren om de afdoeningsbrieven namens hen te ondertekenen.Gedeputeerde Staten besluiten:
1. de afdoeningsbrieven waarin wordt geconstateerd dat de commissaris van de Koning Oosters en de gedeputeerden Bakker, Van Essen, Van Muilekom, Van Schie en Sterk vallen onder de plicht tot verrekening van eventuele neveninkomsten op persoonlijke titel, van actief dienende politieke ambtsdragers, maar dat er geen (zodanige) neveninkomsten zijn dat deze voor verrekening in aanmerking komen, vast te stellen en te verzenden;
2. de provinciesecretaris te mandateren om de afdoeningsbrieven namens hen te ondertekenen.
Conform.Hamerstuk 5 “Verrekening neveninkomsten 2025” is conform vastgesteld.
-
03
Essentie / samenvatting:
Op 2 maart 2026 heeft de provincie Utrecht bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, een aanvraag gedaan op grond van de Tijdelijke regeling uitkering bodem- Buitenproportionele opgaven A: Aanpak PFAS 2026. Het betreft een aanvraag van € 3.700.000,= voor de grondsanering van de voormalige tankplaats vliegbasis Soesterberg.
Bij brief d.d. 26 augustus 2026 (referentie SPB-PFA26-03951939) is deze aanvraag afgewezen omdat uit de ontvangen informatie blijkt dat er geen sprake is van een opgave vanuit de rol van bevoegd gezag wat betreft de financiering van de sanering. De provincie Utrecht is als koper en verkoper van de grond volgens een privaatrechtelijke schikking verantwoordelijk voor de financiering van de sanering. Hierbij is kwijting verleend aan de verkoper en veroorzaker en is een verplichting tot sanering door de provincie aangegaan bij de koper. Financiering met een SPUK zou leiden toe ongerechtvaardigde verrijking. In bijgevoegde bezwaarbrief is aangegeven waarom er in dit geval géén sprake is van ongerechtvaardigde verrijking. De provincie Utrecht maakt in de brief bezwaar tegen de afwijzing en verzoekt de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat om haar besluit te heroverwegen en de aanvraag alsnog toe te kennen.
Besluit
Gedeputeerde Staten besluiten:
1. bijgevoegd bezwaarschrift vast te stellen en te verzenden;
2. de portefeuillehouder Bodem en Water te machtigen het bezwaarschrift verder af te handelen.
Conform. -
04
Essentie/ samenvatting:
Gedeputeerde Staten hebben besloten een ontheffing te verlenen van de artikelen 9.3, 9.8 en 9.9 van de Omgevingsverordening Provincie Utrecht voor recreatiepark Dijnselburg in Zeist. De ontheffing maakt het mogelijk de tijdelijke huisvesting op de locatie 24 maanden voort te zetten na afloop van de huidige vergunning en de locatie flexibel in te zetten voor Oekraïense ontheemden, statushouders en spoedzoekers. Er wordt uitsluitend gebruik gemaakt van bestaande chalets en bebouwing. De tijdelijke voortzetting draagt bij aan het invullen van urgente maatschappelijke huisvestingsopgaven, terwijl de inbreuk op provinciale belangen beperkt is en geen onomkeerbare ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden. De voorgenomen woningbouwontwikkeling op de locatie blijft uitgangspunt. Het besluit betreft een vervolg op de door Gedeputeerde Staten in 2023 verleende ontheffing voor tijdelijke opvang op recreatiepark Dijnselburg.Besluit
Gedeputeerde Staten besluiten:
1. de ontheffing op grond van artikel 1.6 van de Omgevingsverordening Provincie Utrecht ten behoeve van de verlenging van de tijdelijke huisvesting op recreatiepark Dijnselburg in Zeist vast te stellen;
2. ontheffing te verlenen van de instructieregels 9.3, 9.8 en 9.9 van de Omgevingsverordening Provincie Utrecht ten behoeve van de tijdelijke huisvesting van Oekraïense ontheemden, statushouders en spoedzoekers op recreatiepark Dijnselburg voor maximaal 24 maanden;
3. de bijbehorende ontheffingsbrief vast te stellen en te verzenden aan het college van burgemeester en wethouders van Zeist.
Conform. -
06
Essentie / samenvatting:
De Subsidieregeling Leefomgeving landelijk gebied provincie Utrecht (SLLG) wordt op een aantal punten gewijzigd. Het betreft het uitbreiden van het Aangewezen subsidiegebied wolf en het ophogen van het subsidieplafond in het hoofdstuk Wolfwerende rasters. Door een herverdeling van coalitiemiddelen voor ‘Beleven en Betrekken’ worden bovendien de subsidieplafonds voor Beleefbare natuur en Groen doet Goed opgehoogd. In het hoofdstuk 7 Kleine landschapselementen wordt de definitie van een natuurvriendelijke oever nader beschreven. Daarnaast worden artikelen m.b.t. staatssteun en subsidiabele kosten beter geformuleerd.Besluit
Gedeputeerde Staten besluiten het Besluit tot wijziging van de Subsidieregeling Leefomgeving landelijk gebied provincie Utrecht, nr. UTSP814175531-2086 vast te stellen en bekend te maken in het Provinciaal blad.
Conform. -
07
Essentie / samenvatting:
De provincie Utrecht werkt samen met het Rijk en gemeenten aan de Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT) verkenning OV en Wonen in de regio Utrecht. In deze verkenning worden openbaarvervoer (OV-)maatregelen onderzocht die nodig zijn om een gezonde groei van de metropoolregio Utrecht mogelijk te maken. In de afgelopen periode is gewerkt aan het opstellen van een voorkeursbeslissing. Op het ontwerp van de voorkeursbeslissing heeft van 22 mei 2026 tot en met 2 juli 2026 inspraak plaatsgevonden. Deze ontvangen zienswijzen zijn verwerkt en tijdens de Programmaraad U Ned van 21 september 2026 vastgesteld. Op basis hiervan is een Statenvoorstel voorbereid.Besluit
Gedeputeerde Staten besluiten het Statenvoorstel Voorkeursbeslissing MIRT-verkenning OV en Wonen vast te stellen en deze toe te sturen naar Provinciale staten.
Conform -
08
Essentie / samenvatting:
In de provincie Utrecht werken we samen met de drie drinkwaterbedrijven, waterschappen, gemeenten en Rijkswaterstaat (agendalid) aan de drinkwateropgave. De samenwerking heeft vorm gekregen met de oprichting van de Drinkwaterraad Utrecht in september 2025. De provincie Utrecht is, samen met drinkwaterbedrijf Vitens, initiatiefnemer van deze samenwerking en heeft het voortouw in de organisatie van de ambtelijke en bestuurlijke overleggen. Jaarlijks informeren we Provinciale Staten over de voortgang van de samenwerking en de stand van zaken wat betreft de Regionale Actieplannen Beschikbaarheid Drinkwaterbronnen 2030. De Statenbrief waarin de voortgang per 2026 is opgenomen, ligt ter vaststelling voor.Besluit
Gedeputeerde Staten besluiten de Statenbrief ‘Samenwerken aan de drinkwateropgave – stand van zaken Drinkwaterraad en Regionale Actieplannen Beschikbaarheid Drinkwaterbronnen 2030’, inclusief bijlage vast te stellen en ter informatie toe te sturen naar Provinciale Staten.
Conform onder tekstmandaat. -
10
Essentie / samenvatting:
Met deze brief informeren GS PS over het gewasbeschermingsmiddelen dossier en de voortgang van diverse moties. Deze brief is een opvolging van de Statenbrief van 20 januari 2026 waarin is toegezegd PS na de zomer 2026 opnieuw te informeren.Besluit
Gedeputeerde Staten besluiten de Statenbrief ‘Voortgang gewasbeschermingsmiddelen september 2026’ vast te stellen en ter informatie toe te sturen naar Provinciale Staten.
Conform met tekstmandaat. -
11
Essentie / samenvatting:
In 2021 hebben de gemeente Utrecht, het Recreatieschap Stichtse Groenlanden (SGL) en de provincie Utrecht samenwerkingsafspraken over het optimaliseren van de recreatiemogelijkheden van de Nedereindse plas vastgelegd in het Convenant inzake de toekomst van de Nedereindse Plas. In het Convenant is opgenomen dat de provincie een financiële bijdrage van 1.6 miljoen euro beschikbaar stelt voor optimalisering van de recreatieve mogelijkheden van de Nedereindse Plas en omgeving. Dit bedrag zou in de vorm van een subsidie worden verstrekt aan SGL. Aangezien de recreatieve doorontwikkeling van de Nedereindse Plas grotendeels wordt uitgevoerd door de gemeente Utrecht en zij ook de vervolgactiviteiten op zich zal nemen, is het logischer om de resterende bijdrage vanuit de provincie rechtstreeks via een subsidie aan de gemeente te verlenen. Hiervoor dient het Convenant te worden aangepast. Het gaat niet om een inhoudelijke wijziging. De wijziging heeft alleen betrekking op een efficiëntere organisatie en uitvoering van activiteiten.Besluit
Gedeputeerde Staten besluiten de allonge bij het Convenant inzake de toekomst van de Nedereindse Plas vast te stellen en aan te gaan.