Ga naar de inhoud van deze pagina Ga naar het zoeken Ga naar het menu
Vorige pagina

GS-Besluiten

dinsdag 29 maart 2022

09:30 - 12:30

Locatie
16.30
Voorzitter
J.H. Oosters

Agendapunten

  1. Essentie / samenvatting:
    Milieuorganisatie Coöperatie Mobilisation for the Environment (MOB) vroeg GS op 17 juli 2019 om de op 1 mei 2019 verleende natuurvergunning (PAS-vergunning) van het melkveebedrijf aan de Dr. Welfferweg 29 in Westbroek in te trekken. Op 3 oktober 2019 is dit verzoek afgewezen. Hiertegen heeft MOB bezwaar gemaakt en op 7 april 2020 hebben GS dit bezwaar ongegrond verklaard. Tegen deze beslissing heeft MOB beroep ingesteld. De rechtbank Midden-Nederland heeft MOB gelijk gegeven. GS hebben de kwestie daarop aan de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) voorgelegd. Hangende dit hoger beroep heeft MOB de provincie in gebreke gesteld vanwege het niet tijdig beslissen in deze kwestie. GS houden vast aan hun eerder ingenomen standpunten en besluiten hun eerdere (op 7 april 2020 vastgestelde, en vervolgens door MOB bestreden) beslissing op bezwaar, onder verwijzing naar de bij de Afdeling lopende procedure, te bekrachtigen.

    Besluit

    Gedeputeerde Staten besluiten:
    1. kennis te nemen van de door MOB ingediende ingebrekestelling vanwege het niet tijdig beslissen inzake het bedrijf aan de Dr. Welfferweg 29 in Westbroek;
    2. de eerder, op 7 april 2020 vastgestelde beslissing op bezwaar (met documentnummer 820740E3) te bekrachtigen, een en ander onder verwijzing naar de inmiddels aanhangige Raad van State procedure;
    3. de beslissing op bezwaar (met documentnummer 8245CA37) vast te stellen en aangetekend aan MOB te verzenden.

  2. Essentie / samenvatting:
    Bij de gemeente De Bilt is een verzoek ingediend voor het onttrekken aan de openbaarheid van drie parkeerplaatsen en een deel van het trottoir ter hoogte van de Burgemeester De Withstraat 10 in De Bilt. Het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente De Bilt heeft het verzoek om onttrekking afgewezen. Naar aanleiding van deze afwijzing is een administratief beroepschrift ingediend bij de provincie Utrecht tegen de afwijzing van de gemeente. De bezwaarschriftencommissie heeft geoordeeld dat het beroep ongegrond is. Voorstel is dit advies over te nemen.

    Besluit

    Gedeputeerde Staten besluiten:
    1. het administratief beroep, conform advies van de Awb-adviescommissie, ongegrond te verklaren;
    2. een proceskostenvergoeding af te wijzen;
    3. voor de motivering van uw beslissing op het beroep, met toepassing van artikel 3:49 van de Awb, te verwijzen naar het advies van de commissie;
    4. de commissie een afschrift van de beslissing toe te zenden.

  3. Essentie / samenvatting:
    Op 23 maart 2022 is de Algemene subsidieverordening Provincie Utrecht 2022 (AsvpU) vastgesteld door Provinciale Staten. De AsvpU zal per 1 april 2022 inwerking treden. Om hieraan uitvoering te geven dienen de bestaande subsidieregelingen te passen binnen het kader van de nieuwe AsvpU en de nieuwe subsidiebeleidsregels, vastgesteld op 2 november 2021. Thans wordt een wijzigingsbesluit voorgelegd om ook bestaande, per 1 april 2022 nog geldende subsidieregelingen aan te laten sluiten. Uit pragmatisch oogpunt is ervoor gekozen dat team IJS namens de beleidsdomeinen aanpassingen aan alle subsidieregelingen in één keer ter vaststelling aan het college voorlegt.

    Ten opzichte van de nu geldende subsidieregelingen worden de volgende wijzigingen voorgesteld:

    • Per subsidieregeling wordt een verwijzing naar beleidsgrondslag zoals door PS vastgesteld in de regeling opgenomen.
    • De verwijzingen naar artikelnummers van de AsvpU worden aangepast aan de artikelnummers van de nieuwe AsvpU.
    • De subsidieplafonds worden zodanig aangepast dat er een subsidieplafond per jaar in de subsidieregeling is opgenomen.
    • Inhoudelijke wijzigingen voor zover van toepassing die door de beleidsafdeling als wenselijk of nodig worden geacht.
    • Redactionele wijzigingen.
    • Het intrekken van reeds ‘slapende’ regelingen.

    Besluit

    Gedeputeerde Staten besluiten het wijzigingsbesluit betreffende bestaande, per 1 april 2022 geldende subsidieregelingen provincie Utrecht vast te stellen en te publiceren in het Provinciaal Blad.

  4. Essentie / samenvatting:
    Met de Nota Reserves en voorzieningen 2022 wordt invulling gegeven aan de afspraak in de Financiële Verordening om iedere vier jaar een nieuwe nota aan Provinciale Staten aan te bieden. Ten opzichte van de Nota Reserves en voorzieningen 2018 zijn belangrijke wijzigingen:
    1. een beschrijving van de functies van reserves en het geven van kaders over de toepassing hiervan;
    2. het mogelijk maken van reserves met een spaarfunctie;
    3. het geven van specifieke kaders voor het overhevelen van niet bestede middelen van specifiek benoemde programma’s en projecten;
    4. het mogelijk maken van niet begrote dotaties en onttrekkingen bij egalisatiereserves zolang de mutaties passen binnen het doel van de egalisatiereserve en ze bij de jaarstukken goed worden toegelicht.

    Besluit

    Gedeputeerde Staten besluiten het Statenvoorstel Reserves en voorzieningen 2022 vast te stellen en de Nota Reserves en voorzieningen 2022 ter besluitvorming aan Provinciale Staten toe te zenden.

  5. Essentie / samenvatting:
    In de gemeente Woerden zijn verschillende dieper gelegen grondwaterverontreinigingen aanwezig. Deze vormen op lange termijn mogelijk een bedreiging voor de drinkwaterwinning van Oasen, die zich aan de rand van Woerden bevindt. De gemeente Woerden wil voor haar gemeente gebiedsgericht grondwaterbeheer (GGB) instellen om aanpak en beheer van de verontreinigingen in samenhang met de energietransitie aan te pakken. De provincie wordt binnenkort gevraagd in te stemmen met het gebiedsplan GGB dat hiervoor is opgesteld ex artikel 55f van de Wet bodembescherming (Wbb) en in te stemmen met de aanwijzing van dat gebied ex artikel 55c lid 1 Wbb. Voor onder andere de financiële afspraken hebben de gemeente Woerden, provincie Utrecht, drinkwaterbedrijf Oasen NV en Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden (HDSR) een convenant opgesteld dat zal ingaan wanneer het convenant door alle partijen is ondertekend en de provincie de beschikking GGB heeft genomen. In het convenant wordt duidelijk omschreven wat de rollen en taken van alle partijen inhouden en worden de afspraken voor een periode van 10 jaar vastgelegd.

    Besluit

    Gedeputeerde Staten besluiten:
    1. tot het aangaan van het convenant GGB Woerden;
    2. akkoord te gaan met het starten van de procedure van artikel 55c lid1 jo 55f van de Wet Bodembescherming en tevens de teamleider Water en Bodem (WEB) te mandateren om de beschikking en verdere correspondentie af te handelen;
    3. de statenbrief Convenant gebiedsgericht grondwaterbeheer Woerden vast te stellen en ter informatie aan Provinciale Staten toe te zenden.

  6. Essentie / samenvatting:
    Het Dagelijks Bestuur van respectievelijk het Plassenschap Loosdrecht e.o. (PL), het Dagelijks Bestuur van het recreatieschap Stichtse Groenlanden (SGL) en het Dagelijks Bestuur van de bedrijfsvoeringorganisatie Recreatie Midden-Nederland (RMN) hebben ingestemd met de 1e begrotingswijziging voor de hun betreffende gemeenschappelijke regeling. En met de ontwerp kadernota 2023 voor het Plassenschap Loosdrecht e.o. en de ontwerp uitgangspunten voor de begroting van recreatieschap Stichtse Groenlanden. Als deelnemer aan de gemeenschappelijke regelingen PL, SGL en RMN hebben ook Provinciale Staten (PS) deze documenten ontvangen en worden in de gelegenheid gesteld om een zienswijze in te dienen. Dit op grond van artikel 59 van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr). Sinds het vaststellen van de Nota Verbonden Partijen (5 februari 2018, PS2018BEM01), hebben PS het college gedelegeerd om onder andere de aangeboden ontwerpbegroting te behandelen, inclusief de zienswijzeprocedure. Omdat de voorgestelde wijzigingen voor de begroting van SGL, PL en RMN voortvloeien uit eerdere besluitvorming over een nieuwe toekomstige organisatievormen voor de schappen en een liquidatieplan voor RMN (9 februari 2022, PS2022BEM02, PS2022BEM03) wordt er geen zienswijze ingediend.

    Besluit

    Gedeputeerde Staten besluiten:
    1. de 1e begrotingswijziging 2022 voor het recreatieschap Stichtse Groenlanden, het Plassenschap Loosdrecht e.o. en de bedrijfsvoeringorganisatie Recreatie Midden-Nederland voor kennisgeving aan te nemen;
    2. de Ontwerp Kadernota voor de begroting 2023 van het van het Plassenschap Loosdrecht e.o. en de Ontwerp Uitgangspunten voor de begroting van 2023 van het Recreatieschap Stichtse Groenlanden, voor kennisgeving aan te nemen;
    3. Geen zienswijzen in te dienen op de 1e begrotingswijzigingen, de Ontwerp Kadernota 2023 voor het Plassenschap Loosdrecht e.o. en de Ontwerp Uitgangspunten voor de begroting van 2023 van het Recreatieschap Stichtse Groenlanden;
    4. de Statenbrief ‘Eerste begrotingswijziging 2022 en kadernota 2023 recreatieschappen SGL, PL en RMN’ vast te stellen en aan Provinciale Staten te verzenden.

  7. Essentie / samenvatting:
    De afgelopen jaren heeft de provincie Utrecht geïnvesteerd in regionaal economisch onderzoek. Het volgen van economische ontwikkelingen versterkt het aanpassingsvermogen en daarmee de doeltreffendheid van het economisch beleid. Deze statenbrief geeft ter kennisname een beeld wat voor type onderzoek onder meer wordt gebruikt in de beleidsbepaling, aan de hand van een aantal actuele ontwikkelingen. In de statenbrief komen achtereenvolgens een overzicht van de regionaal-economische monitor, het arbeidsmarktdashboard en de uitkomsten van het recent uitgevoerde koopstromenonderzoek 2021 aan de orde.

    Besluit

    Gedeputeerde Staten besluiten de statenbrief Stand van zaken regionaal-economisch onderzoek vast te stellen en ter informatie toe te zenden aan Provinciale Staten.

  8. Essentie / samenvatting:
    Doordat wonen, werken en recreëren steeds meer plaatsvinden in het stedelijk gebied neemt de economische activiteit in steden toe. Bevoorrading van economische functies als bouw, horeca en detailhandel en andere logistieke activiteiten als afvalinzameling en facilitaire diensten leggen een steeds grotere druk op het stedelijk gebied. In de statenbrief ‘Stadsdistributie’ wordt beschreven hoe de provincie Utrecht in samenwerking met het logistieke bedrijfsleven en andere overheden eraan werkt om stadsdistributie in de provincie Utrecht efficiënter en duurzamer te maken en daarmee de leefbaarheid en bereikbaarheid in het stedelijk gebied te verbeteren. De activiteiten van de provincie op het gebied van stadsdistributie zijn onderdeel van het Uitvoeringsprogramma Goederenvervoer.

    Besluit

    Gedeputeerde Staten besluiten de statenbrief Stadsdistributie vast te stellen en ter informatie aan Provinciale Staten toe te zenden.

  9. Essentie / samenvatting:
    Dit betreft de voortgangsrapportage over de implementatie van risicogestuurd werken naar aanleiding van het door PS vastgestelde Kader Integraal Risicomanagement 2020. Het doel is om inzicht te geven over het proces, dat volgens plan verloopt tot op heden. Op inhoud is de temperatuur nu nog niet te meten omdat er nog onvoldoende meetbare resultaten zijn geboekt. Volgend jaar zal een tussenevaluatie worden gedaan. Aan de hand van het evaluatiekader voor integraal risicomanagement kan dan worden beoordeeld wat de voortuitgang is met risicogestuurd werken en of tussentijds bijstellen nodig is. In het afgelopen jaar is allereerst ingezet op het aantrekkelijk maken en het aanwakkeren van het leerplezier om risicogestuurd werken onderdeel te maken van het dagelijkse werk. Daarvoor is een implementatieplan gemaakt waarin niet het leren zelf centraal stond maar de prestatie die het gevolg is van het leren. Met de Utrecht Academie is een traject ontwikkeld waarbij een praktische risico-inventarisatie een belangrijk onderdeel is. De training als onderdeel van het traject was aan het eind van het jaar gereed en twee keer gegeven. Er zijn al wel meerdere aanvragen voor het traject in behandeling. De vraag komt tot nog toe vooral vanuit de concernopgaven. De verdieping naar de rest van de organisatie zal in 2022 moeten worden ingezet. Ondertussen zijn er in 2021 ook al diverse risico-inventarisatie sessies in de domeinen geweest waar het nieuwe gedachtegoed al is meegenomen, ook los van het traject. Administratief zijn de vastlegging van de risico’s nu gerangschikt op de beleidsdoelen. Ook is er een risicoagenda met de 5 toprisico’s per domein als input voor het concernrisicoprofiel. Tenslotte is er ook een risicoparagraaf opgenomen in domeinplannen en zijn risico’s geïnventariseerd inzake fraude, samenwerkingsrelaties, subsidies en verbijzonderde interne controle.

    Besluit

    Gedeputeerde Staten besluiten de statenbrief Voortgangsrapportage Risicogestuurd werken 2021 vast te stellen en ter informatie naar Provinciale Staten toe te zenden.

  10. Essentie / samenvatting:
    De ‘Verordening kwaliteit vergunningverlening, toezicht en handhaving omgevingsrecht’ vereist dat het bevoegde gezag voor de uitvoering van vergunningverlenings-, uitvoerings- en handhavingstaken (VTH-taken) een strategisch kader vaststelt. Bij de provincie Utrecht zijn deze kaders vastgelegd in de Provinciale Strategie VTH Omgevingsrecht 2016-2019 en het Beleidsplan VTH 2016-2019. Deze kaders zijn verlengd tot 1 januari 2022. De geldigheid van deze beleidsdocumenten liep dus per 1 januari 2022 af. Onder de toekomstige Omgevingswet dienen de kaders voor onze ‘thuistaken’ (vergunningverlening natuur en mobiliteit) te worden aangepast aan de nieuwe eisen. Een nieuw VTH-beleidsplan dient afgestemd te worden op onderliggende inhoudelijke beleidsprogramma’s, zoals bijvoorbeeld het programma Gezond en Veilig. Een nieuw VTH-beleidsplan kan daarom pas de komende maanden vorm krijgen. Daarom worden de bestaande kaders nu verlengd tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet (1 januari 2023).

    Besluit

    Gedeputeerde Staten besluiten:
    1. het Beleidsplan Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving 2016-2019 met terugwerkende kracht van 1-1-2022 tot 1-1-2023 vast te stellen en in het Provinciaal Blad te publiceren;
    2. de Provinciale Strategie Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving Omgevingsrecht 2016-2019 met terugwerkende kracht van 1-1-2022 tot 1-1-2023 vast te stellen en in het Provinciaal Blad te publiceren.

  11. Essentie / samenvatting:
    Het Besluit omgevingsrecht (Bor) en straks de Omgevingswet vereisen dat de opdrachtgevers van iedere omgevingsdienst voor die dienst een uniforme uitvoerings- en handhavingsstrategie (U&H-strategie) vaststellen. In Utrecht hebben we ervoor gekozen om met de Provincie en alle 26 gemeenten één uniforme U&H-strategie te maken voor beide omgevingsdiensten, de Omgevingsdienst Regio Utrecht (ODRU) en de Regionale Uitvoeringsdienst (RUD) Utrecht. Door één uniform strategisch kader voor de uitvoering van de aan hen opgedragen taken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH-taken) kunnen beide diensten efficiënter (samen)werken en ontstaat voor alle burgers en bedrijven in de provincie een gelijk speelveld. Voor de Provincie betreft het de VTH-taken die zijn opgedragen aan de RUD Utrecht. De U&H-strategie vervangt voor deze taken de Provinciale Strategie Vergunningverlening, toezicht en handhaving 2016-2019, die destijds met twee jaar is verlengd.

    Besluit

    Gedeputeerde Staten besluiten:
    1. de Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2022-2023 met terugwerkende kracht vanaf 01-01-2022 vast te stellen;
    2. de statenbrief Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2022-2023 en het vaststellingsbesluit vast te stellen en beiden ter informatie aan Provinciale Staten te verzenden;
    3. het in beslispunt 2 genoemde vaststellingsbesluit zodra mogelijk te publiceren in het Provinciaal Blad.

  12. Essentie / samenvatting:
    Jaarlijks kiezen GS een onderwerp van onderzoek in het kader van artikel 217a van de Provinciewet, voor 2021 was dat het onderwerp ‘Strategisch vermogen’. In het onderzoek zijn vijf perspectieven op strategisch vermogen onderscheiden. Sterk strategisch vermogen is het vermogen om te kunnen schakelen tussen deze vijf perspectieven.

    Besluit

    Gedeputeerde Staten besluiten:
    1. het rapport GS-onderzoek 2021 Strategisch vermogen (h)erkennen vast te stellen (inclusief Managementreactie waarin ingegaan wordt op de conclusies en aanbevelingen);
    2. de statenbrief Rapport GS-onderzoek 2021 Strategisch vermogen (art. 217a Provinciewet) vast te stellen en met het rapport ter informatie toe te zenden naar Provinciale Staten; 3. de brief Aanbieding rapport GS-onderzoek 2021 Strategisch vermogen (art. 217a Provinciewet) vast te stellen en met het rapport toe te zenden naar de Randstedelijke Rekenkamer; 4. het rapport GS-onderzoek 2021 Strategisch vermogen (h)erkennen aan de accountant van de provincie te verstrekken.

  13. Essentie / samenvatting: De provincie Utrecht bereidt besluitvorming over Strategisch bosbeleid voor als uitwerking van de afspraken in het Klimaatakkoord over bos en de landelijke Bossenstrategie. Het Strategisch bosbeleid van de provincie Utrecht heeft als overkoepelende visie: “Meer, vitaal, toekomstbestendig, beschermd en maatschappelijk gewaardeerd bos”. Dat houdt onder andere in de realisatie van 1500 hectare nieuw bos in 2040, het stimuleren van duurzaam bosbeheer, het verhogen van het aandeel natuurbos, het actualiseren van beschermingsbeleid voor oude bosgroeiplaatsen, het stimuleren van duurzame houtoogst en het verkleinen van de omvang van kapvlakten. Ook bereidt de provincie Utrecht besluitvorming over het Landschapsuitvoeringsplan – Handreiking Groene Dooradering voor. In het Landschapsuitvoeringsplan wordt jarenlang provinciaal landschapsbeleid vertaald in een concrete ambitie en opgave. Met de ambitie van 120 ha nieuwe landschapselementen in 2040 geeft het Landschapsuitvoeringsplan invulling aan het landschapsherstel.

    Besluit

    Gedeputeerde Staten besluiten:
    1. het Statenvoorstel vast te stellen en met de bijlage ‘Strategisch bosbeleid, meer en beter bos voor Utrecht’ ter besluitvorming aan Provinciale Staten te verzenden;
    2. de Statenbrief Landschapsuitvoeringsplan en het ‘Landschapsuitvoeringsplan, handreiking voor een groene dooradering’ beide in concept vast te stellen, en na vaststelling van het Strategisch bosbeleid door Provinciale Staten, definitief vast te stellen;
    3. het voorstel voor aanvullende capaciteit en uitvoeringsmiddelen in 2023 en 2024 én een eenmalige ‘boost’ voor investeringen in te brengen bij de integrale afweging van de Kadernota 2023-2026;
    4. na vaststelling van het ‘Strategisch bosbeleid, meer en beter bos voor Utrecht’ in Provinciale Staten een Uitvoeringsprogramma voor Strategisch bosbeleid op te stellen;
    5. gedeputeerde Sterk mandaat te geven om eventuele tekstaanpassingen te verwerken in het Strategisch bosbeleid.

  14. Essentie / samenvatting:
    De Nota investeren, waarderen en exploiteren (hierna: Nota investeren) is een geactualiseerde versie van de nota die in 2017 is vastgesteld. In de financiële verordening van de provincie Utrecht is opgenomen dat het college eens per vier jaar de nota actualiseert. Deze nota betreft een uitwerking hiervan. Deze Nota investeren is geactualiseerd met inachtneming van de Notitie Materiele vaste activa, welke door de Commissie BBV is gepubliceerd in januari 2020. Daarnaast is de FAC nadrukkelijk betrokken geweest bij de totstandkoming van deze nota. In de eerste bijeenkomst op 24 maart 2021 is de planning en samenwerking om tot dit concept voor de nota te komen besproken. Op 13 oktober en 24 november 2021 hebben er twee werksessies plaatsgevonden, waarbij de discussie is aangegaan over enkele belangrijke onderwerpen uit de nota. De uitkomsten van deze sessies zijn meegenomen in de verdere totstandkoming van deze nota.

    Besluit

    Gedeputeerde Staten besluiten het Statenvoorstel ‘Nota Investeren, waarderen en exploiteren’ en de separaat bijgevoegde Nota Investeren, waarderen en exploiteren vast te stellen en ter besluitvorming voor te leggen aan Provinciale Staten.

  15. Essentie / samenvatting:
    De Vroegefasefinanciering (hierna: VFF) betreft een regeling van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) waarmee leningen kunnen worden verstrekt aan innovatieve starters en MKB-ondernemingen. Deze bedrijven leveren een bijdrage aan de maatschappelijke opgaven uit de regionale economische agenda (REA). Het Ministerie EZK stelt budget beschikbaar voor provincies onder voorwaarde van 50% cofinanciering. De provincie Utrecht wil €1,5 miljoen reserveren voor de regeling, waarmee samen met de bijdrage van EZK een VFF-regeling van €3 miljoen kan worden opengesteld. De aanvraag wordt door de ROM Regio Utrecht gedaan bij RVO die de regeling voor EZK uitvoert. De bijdrage van de provincie Utrecht in de cofinanciering van €1,5 miljoen zal via een projectsubsidie aan de ROM Regio Utrecht worden beschikt.

    Besluit

    Gedeputeerde Staten besluiten:
    het statenvoorstel ‘Vroegefasefinanciering (VFF) innovatieve bedrijven’ [UTSP-852987353-4480] vast te stellen
    en ter besluitvorming voor te leggen aan Provinciale Staten met daarin de volgende beslispunten:
    1. een bedrag van € 1,5 miljoen beschikbaar te stellen binnen de begroting voor de ROM Regio Utrecht voor het uitvoeren van de VFF-regeling;
    2. als dekking hiervoor, onder voorbehoud van vaststelling van de jaarstukken 2021, het in 2021 beschikbare bedrag van € 750.000 via een bestemmingsvoorstel bij de jaarrekening en aanvullend € 750.000 uit het rekeningresultaat bij de jaarrekening 2021 toe te kennen.

  16. Essentie / samenvatting:
    Het voorlopige jaarrekeningresultaat is circa € 43 miljoen meer dan in de bijgestelde begroting (Slotwijziging) was geprognosticeerd en komt daarmee uit op circa € 60 miljoen. Dit wordt met name veroorzaakt doordat er minder lasten zijn verantwoord dan in de begroting was opgenomen. Dit wordt aangeduid als ‘onderbesteding’. In de Statenbrief worden een aantal verklaringen gedeeld. In de jaarstukken 2021 (eind mei) is een uitgebreidere analyse en toelichting opgenomen op de verschillen tussen de bijgestelde begroting en de definitieve jaarrekening.

    Besluit

    Gedeputeerde Staten besluiten de Statenbrief voorlopig resultaat 2021 vast te stellen en aan Provinciale Staten toe te sturen.

  17. Essentie / samenvatting:
    Het Convenant Duurzame Woningbouw provincie Utrecht ligt ter besluitvorming voor aan het college van Gedeputeerde Staten om deze op 23 juni 2022 te ondertekenen. Hiermee wordt bijgedragen aan zowel versnelling van de woningbouwopgave als aan andere duurzame provinciale kwalitatieve doelstellingen. Het convenant bevat een pakket publiek-private afspraken met meetbare ondergrenzen op de thema’s energie, klimaatadaptatie, circulariteit, natuurinclusief bouwen, gezondheid. Doelgroep zijn de partners in de bouwketen; gemeenten, provincie, bouwers, ontwikkelaars, corporaties, waterschappen, maatschappelijke organisaties en brancheorganisaties.

    Besluit

    Gedeputeerde Staten besluiten:
    1. het Convenant Duurzame Woningbouw provincie Utrecht aan te gaan en te ondertekenen;
    2. uitvoering te geven aan de ontwikkeling en implementatie van het convenant;
    3. de Statenbrief vast te stellen en met het convenant ter informatie te zenden aan Provinciale Staten.

  18. Essentie / samenvatting:
    Met motie M71 ‘Koopwoningen voor lage en middeninkomens’ is aandacht gevraagd voor de situatie van lage en middeninkomens op de koopwoningmarkt. Naar aanleiding van de motie heeft adviesbureau STEC geïnventariseerd op welke wijze de provincie een bijdrage kan leveren aan een betere financierbaarheid van koopwoningen voor lage- en middeninkomens. In de Statenbrief ‘Betaalbare koopwoningen voor middeninkomens’ worden de verschillende mogelijkheden en vervolgstappen beschreven, aan de hand van de aanbevelingen uit het rapport.

    Besluit

    Gedeputeerde Staten besluiten:
    1. kennis te nemen van het rapport 'Oplossingen voor middeninkomens’ (STEC, d.d. maart 2022);
    2. nader onderzoek te doen naar een eventuele aanjagersrol voor de provincie, door het opzetten van KoopGarant of KoopSmarter;
    3. de Statenbrief ‘Betaalbare koopwoningen voor middeninkomens’ (UTSP-1435202308-3) vast te stellen en met de bijlage 'Oplossingen voor middeninkomens' ter informatie naar Provinciale Staten te zenden.

  19. Essentie / samenvatting:
    In opdracht van de provincie is een evaluatie uitgevoerd over de eerste cyclus regionale programmering wonen en werken die is doorlopen. In deze eerste cyclus zijn door de provincie en gemeenten samen regionale programma’s wonen en werken opgesteld, waarin staat welke woningbouwlocaties en bedrijventerreinen in welk tijdvak worden ontwikkeld. Ook zijn er afspraken gemaakt over de kwaliteit en prijssegmenten van de woningbouw en de verduurzaming van bedrijventerreinen. Op die manier werkt de provincie samen met regio’s en gemeenten aan de opgave op het gebied van wonen en werken. De essentie van de drie regionale programma’s is opgenomen in een provinciaal programma dat op 5 oktober 2021 is vastgesteld. Direct betrokkenen van gemeenten, regio’s en provincie is gevraagd naar hun ervaringen met betrekking tot het proces. Belangrijkste uitkomsten zijn dat men over het algemeen positief staat tegenover het instrument, maar er wel behoefte is aan meer duidelijkheid en afspraken, bijvoorbeeld ten aanzien van doel en functie, rolverdeling, tijdsinzet en governance. Voorgesteld wordt om Provinciale Staten middels een Statenbrief hierover te informeren.

    Besluit

    Gedeputeerde Staten besluiten:
    1. de Statenbrief “Evaluatie 1e cyclus regionale programmering wonen en werken” vast te stellen en met bijlage “Eindrapportage Evaluatie 1e  cyclus regionale programmering wonen en werken” van KWINKgroep te verzenden aan Provinciale Staten.

  20. Essentie/ samenvatting:
    De Omgevingswet en de Omgevingsvisie vragen om een gebiedsgerichte, integrale aanpak, oog voor lokale behoeften, een oplossingsgerichte houding, synergievoordelen, slimme combinaties en integrale afwegingen. Samenwerkingsafspraken met gebiedspartijen vormen hierbij de basis. Dit vraagt om een andere werkwijze en vernieuwing van de sturing (intern en extern). Met een Statenbrief worden Provinciale Staten geïnformeerd over de voortgang van de concernopdracht voor de nieuwe uitvoeringsstrategie voor het landelijk gebied (ULG) waarin opgaven op gebiedsniveau worden samen gebracht. De kaders hiervoor vormen de door Provinciale Staten vastgestelde Omgevingsvisie, de Regionale Veenweidestrategie en het Handelingskader Gebiedsgerichte Aanpak Stikstof. Op basis hiervan en van recente ontwikkelingen in het Rijksbeleid, ligt nu de focus op de realiserende/regisserende rol van de provincie. Er wordt geen nadere kaderstelling door PS voorzien, wel consultatie in augustus. In september volgt vaststelling van de ULG in GS.

    Besluit

    Gedeputeerde Staten besluiten de Statenbrief “Voortgang Uitvoeringsstrategie landelijk gebied” vast te stellen en ter informatie aan Provinciale Staten toe te zenden.

  21. Essentie / samenvatting:
    Op basis van de Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer provincie Utrecht 2016 (SVNL2016) worden door Gedeputeerde Staten subsidies verstrekt voor agrarisch natuur- en landschapsbeheer (ANLb). Vanaf 2023 start een nieuwe subsidieperiode van zes jaar (2023 t/m 2028) voor het ANLb. Voor de nieuwe subsidieperiode komen meer middelen beschikbaar en worden ook subsidies voor nieuwe doelen op het gebied van klimaat mogelijk. In de Visie Agrarisch Natuurbeheer 2023-2028 is het beleid voor de subsidiëring van deze nieuwe doelen van het ANLb uitgewerkt en wordt het beleid voor de bestaande doelen op onderdelen herzien. Na de vaststelling zal de visie de komende maanden worden ‘vertaald’ naar het Natuurbeheerplan voor 2023, dat het inhoudelijk toetsingskader vormt voor de subsidies. Eind dit jaar zullen de subsidiebeschikkingen voor ANLb voor de nieuwe subsidieperiode worden afgegeven.

    Besluit

    Gedeputeerde Staten besluiten:
    1. de 'Visie Agrarisch Natuurbeheer 2023-2028' vast te stellen;
    2. de Statenbrief 'Visie Agrarisch Natuurbeheer 2023-2028' vast te stellen en ter informatie toe te sturen aan Provinciale Staten.

  22. Essentie / samenvatting:
    Recent heeft de rechtbank Midden-Nederland drie beroepen tegen door GS verleende ontheffingen in het kader van beheer en schadebestrijding gegrond verklaard. Het gaat om ontheffingen voor de vos, het wild zwijn en de knobbelzwaan. De uitspraken hebben verstrekkende gevolgen voor, onder andere, het kunnen gebruiken van de landelijke vrijstelling, het provinciale nulstandbeleid voor het wild zwijn en de wijze waarop moet worden beoordeeld wanneer er sprake is van belangrijke schade. Het is van groot belang om van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling), als hoogste bestuursrechter, uitsluitsel te krijgen over verschillende aspecten. Inzake de ontheffing voor de spreeuw is een tussenuitspraak gedaan waarbij de provincie in de gelegenheid is gesteld om de geconstateerde gebreken te herstellen. Nu er geen/onvoldoende schadegegevens voor deze soort beschikbaar zijn is dit echter niet mogelijk..

    Besluit

    Gedeputeerde Staten besluiten:
    1. hoger beroep in de stellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State tegen de uitspraken van de rechtbank Midden-Nederland van 16 februari 2022, nr. ECLI:NL:RBMNE:2022:552 en 24 februari 2002 nummers ECLI:NL:RBMNE:2022:665 en ECLI:NL:RBMNE:2022:666;
    2. te verzoeken om het treffen van voorlopige voorzieningen bij de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in deze zaken.