Ga naar de inhoud van deze pagina Ga naar het zoeken Ga naar het menu
Vorige pagina

GS-Besluiten

dinsdag 8 februari 2022

09:30 - 13:15

Locatie
16.30
Voorzitter
J.H. Oosters

Agendapunten

  1. Essentie / samenvatting:
    Drinkwaterbedrijf Oasen heeft een aanvraag voor een gedoogbeslissing ingediend. Oasen wil in het grondwaterbeschermingsgebied van hun drinkwaterwinning in Woerden een transportleiding vervangen. De techniek die het bedrijf hiervoor wil gebruiken - horizontaal gestuurd boren - is volgens de interim Omgevingsverordening (artikel 3.29) niet toegestaan op de manier dat Oasen het wil toepassen. Wanneer de Omgevingsverordening provincie Utrecht 2022 in werking treedt, zijn de werkzaamheden wel toegestaan. Vanwege lekkages aan de leiding, omstandigheden die het moeilijk maken de leiding te repareren en het grote gebied dat afhankelijk is van water uit deze leiding, kan Oasen niet wachten met het starten van de werkzaamheden tot inwerkingtreding van de Omgevingsverordening 2022.
    Gezien de spoedeisendheid van de vervanging en het uitzicht op legalisering in de Omgevingsverordening 2022 wordt aan Gedeputeerde Staten voorgelegd om niet handhavend op te treden bij het horizontaal gestuurd boren door Oasen ter vervanging van de transportleiding.

    Besluit

    Gedeputeerde Staten besluiten:

    1. niet handhavend op te treden tegen de overtreding van artikel 3.25 aanhef onder b van de interim Omgevingsverordening provincie Utrecht door drinkwaterbedrijf Oasen in grondwaterbeschermingsgebied Woerden voor het vervangen van de drinkwatertransportleiding aldaar;
    2. dat deze gedoogbeslissing geldt vanaf 8 maart 2022 tot en met inwerkingtreding van de Omgevingsverordening provincie Utrecht 2022, maar uiterlijk tot en met 31 december 2022;
    3. de brief Gedoogbeslissing boring grondwaterbeschermingsgebied Woerden aan drinkwaterbedrijf vast te stellen en te verzenden.
  2. Essentie / samenvatting:
    De fracties van VVD en SGP uit Provinciale Staten hebben vragen gesteld naar aanleiding van een bericht op de site van het AD over een met een last onder dwangsom gesloten fietscrossbaantje voor kinderen in Leersum. Uit bij de gemeente opgevraagde stukken blijkt, dat de initiatiefnemer ‘de gok heeft gewaagd om (hiervoor bij de gemeente) geen vergunning aan te vragen’. De provincie heeft er geen actieve rol bij gespeeld. De door de initiatiefnemer ingediende zienswijze bracht Burgemeester en Wethouders van Utrechtse Heuvelrug niet op andere gedachten. Afstemming met de provincie leerde dat een noodzakelijke uitgebreide planologische procedure tot wijziging van het bestemmingsplan om diverse redenen niet kansrijk zou zijn (perceel ligt buiten rode contour, in stiltegebied, en maakt deel uit van het Natuurnetwerk Nederland (NNN)). Omdat er geen concreet zicht op legalisatie bestond, hebben Burgemeester en Wethouders de initiatiefnemer vervolgens met een definitieve last onder dwangsom gelast het fietscrossbaantje te sluiten. Overigens zoekt de gemeente inmiddels samen met de initiatiefnemer naar oplossingen en/of eventueel mogelijke alternatieven.

    Besluit

    Gedeputeerde Staten besluiten de beantwoording van de schriftelijke vragen ex art. 47 van het Reglement van Orde Provincie Utrecht van de Statenleden, de heer B. de Brey (VVD) en L.C. van den Dikkenberg (SGP) betreffende ‘fietscross Leersum’, vast te stellen en te verzenden.

  3. Essentie/ samenvatting:
    In de gemeente Zeist is de groeiplaats van een Japanse Duizendknoop verwijderd. Daartoe zijn zeven bomen annex houtopstanden gekapt. Bewoners van een aangrenzend perceel stellen dat hiervoor geen vergunning is verleend op basis van de Wet natuurbescherming. Zij hebben Gedeputeerde Staten gevraagd handhavend op te treden. Dat verzoek is niet ingewilligd. De bewoners tekenden bezwaar aan. Volgens de Awb-adviescommissie hebben Gedeputeerde Staten de Wet natuurbescherming niet overtreden. De groeiplaats van de Japanse Duizendknoop is weggehaald om te voorkomen dat nog veel meer omringende beplanting en houtopstanden door verstikking afsterven. Gedeputeerde Staten hadden vooraf door een extern bureau een plan van aanpak laten opstellen vanwege de eisen die de Wet natuurbescherming aan zulke werkzaamheden stelt. Omdat voor het uitvoeren van natuurverzorgingsactiviteiten geen ontheffing op basis van de Wet natuurbescherming nodig is, zijn de bezwaren volgens de Awb-adviescommissie ongegrond. Gedeputeerde Staten besluiten het advies van de Awb-adviescommissie op te volgen, het bestreden besluit niet te herroepen en geen proceskosten te vergoeden.

    Besluit

    Gedeputeerde Staten besluiten:
    1. het bezwaarschrift tegen het op 01-09-2021 afgewezen handhavingsverzoek vanwege 7 gekapte bomen annex houtopstanden (in relatie tot de Wet natuurbescherming) als ongegrond aan te merken;
    2. het bestreden afwijzingsbesluit van 01-09-2021 in stand te laten en geen proceskosten te vergoeden;
    3. de beslissing op bezwaar vast te stellen, te verzenden en voor de motivering te verwijzen naar het advies van de Awb-adviescommissie van PS en GS d.d. 11-01-2022

  4. Essentie / samenvatting:
    Er is in opdracht van de Stuurgroep Hart van de Heuvelrug en de provincie Utrecht een natuurscan uitgevoerd voor de ecologische verbindingszones aangelegd in het kader van programma Hart van de Heuvelrug. Het doel is om inzicht te krijgen in het functioneren van de oostelijke en de westelijke ecologische corridors. De ecoducten zorgen voor goed functionerende ecologische verbindingen. Daarmee is een groot aaneengesloten bos- en heidegebied ontstaan dat voor de kenmerkende planten- en diersoorten de juiste levensomstandigheden biedt. De natuurscan geeft aan waar er nog bijgestuurd kan worden in het beheer van de natuurterreinen, het optimaliseren van ecologische verbindingen en de monitoring.

    Besluit

    Gedeputeerde Staten besluiten:
    1. om kennis te nemen van de Natuurscan Hart van de Heuvelrug;
    2. de Statenbrief vast te stellen en deze met de Natuurscan ecologische verbindingszones Hart van de Heuvelrug ter informatie toe te sturen aan Provinciale Staten.

  5. Essentie / samenvatting:
    Op 27 oktober 2021 is het concept innovatieprogramma door de commissie Milieu & Mobiliteit besproken. De commissie gaf aan dat het innovatieprogramma een stuk korter en concreter moest. Met dit herziene concept innovatieprogramma is hieraan invulling gegeven. Door op vernieuwende wijze te werken aan het verbeteren van de fysieke leefomgeving wordt, in samenwerking met interne en externe partners, het verschil gemaakt bij het bevorderen van de gezondheid en het verkleinen van gezondheidsverschillen in de provincie Utrecht. Het innovatieprogramma draagt daarmee bij aan de provinciale ambitie om in 2050 de gelukkigste en gezondste regio van Nederland te zijn.

    Besluit

    Gedeputeerde Staten besluiten:
    1. de Statenbrief vast te stellen en samen met het herziene concept innovatieprogramma gezonde leefomgeving ter bespreking toe te sturen aan Provinciale Staten;
    2. de portefeuillehouder te mandateren voor het aanbrengen van redactionele wijzigingen.

  6. Essentie / samenvatting:
    De Utrechtse Voedselagenda 2021-2023 is een stimuleringsagenda welke is vastgesteld in de Provinciale Staten vergadering van 14 april 2021. De Voedselagenda is de realisatie van het voornemen in het coalitieakkoord om in samenwerking met kennisinstellingen, horeca, retail, agrariërs en burgers te werken aan kortere ketens en lokale afzet. Met de Voedselagenda richt de provincie zich op het versterken van korte, regionale voedselketens en het bevorderen van de consumptie van gezond en duurzaam voedsel in de provincie. De Voedselagenda is een stimuleringsagenda om partijen die betrokken zijn bij deze onderwerpen samen te laten werken en van elkaar te leren. Ook worden experimenten om verder te komen in de voedseltransitie vanuit de Voedselagenda gefaciliteerd. De provincie werkt samen met het voedselnetwerk aan een dynamisch programma van 2021 tot en met 2023. Om uitvoering te geven aan de Voedselagenda wordt per jaar een uitvoeringsprogramma opgesteld. In het Uitvoeringsprogramma 2022 zijn activiteiten, projecten en beleidsinstrumenten opgenomen die in de loop van het jaar 2021 opgemerkt zijn. Om inzicht te geven in de voortgang van de Voedselagenda, welke initiatieven/projecten ondersteund zijn in 2021, is de Voortgangsrapportage 2021 opgesteld.

    Besluit

    Gedeputeerde Staten besluiten:
    1. het Uitvoeringsprogramma 2022 van de Voedselagenda vast te stellen;
    2. voortgangsrapportage 2021 van de Voedselagenda vast te stellen;
    3. de Statenbrief Voedselagenda 2021-2023 vast te stellen en samen met het Uitvoeringsprogramma 2022 en de Voortgangsrapportage 2021 ter informatie toe te zenden aan Provinciale Staten.

  7. Essentie / samenvatting:
    Met de statenbrief, het “Werkplan 2022 van het Huis van de Nederlandse Provincies” (HNP-werkplan) alsmede de “Vooruitblik 2022 van de Randstadprovincies” worden Gedeputeerde Staten en Provinciale Staten geïnformeerd over actuele en toekomstige ontwikkelingen in Brussel. In het HNP-werkplan wordt stilgestaan bij Europese belangenbehartiging en de rol van het HNP, de Europese actualiteiten op de zeven gezamenlijke dossiers en de rol van het Europese Comité van de Regio’s. In de Vooruitblik 2022 van de Randstadprovincies wordt per dossier zowel kort teruggeblikt op het afgelopen jaar alsook vooruitgeblikt op 2022. In het kader van de Europastrategie 2020-2023 worden Europese actualiteiten doorlopend gemonitord. Dit wordt uitgevoerd vanuit Brussel in het Huis van de Nederlandse Provincies en in nauwe afstemming met de (Randstad)provincies.

    Besluit

    Gedeputeerde Staten besluiten de statenbrief "“Werkplan 2022 van het Huis van de Nederlandse Provincies” (HNP-werkplan) en Vooruitblik 2022" vast te stellen en met de 2 bijlagen ter informatie naar Provinciale Staten te verzenden.

  8. Essentie / samenvatting:
    De provincie Utrecht heeft in oktober 2012 een convenant Horizontaal Toezicht afgesloten met de Belastingdienst en heeft sindsdien daaraan uitvoering gegeven. Om in de toekomst aan het convenant Horizontaal Toezicht te blijven deelnemen, worden door de Belastingdienst strengere voorwaarden gesteld. Vanwege de aanscherping van de voorwaarden wordt door de Belastingdienst aan belastingplichtigen (Provincie Utrecht) een tweetal keuzes voorgelegd: het voldoen aan de voorwaarden en daarmee een vervolg geven aan het convenant Horizontaal Toezicht dan wel het beëindigen van het convenant Horizontaal Toezicht. Vanuit fiscaal oogpunt is het wenselijk om een vervolg te geven aan de verlenging (doorontwikkeling) van het convenant Horizontaal Toezicht. De samenwerking rond Horizontaal Toezicht heeft als voordelen o.a. dat er één aanspreekpunt is bij de Belastingdienst waardoor de communicatie veel directer en sneller verloopt. De provincie Utrecht heeft een fiscaal beleidsplan opgesteld. Dit document omvat een beschrijving van de fiscale strategie van de provincie Utrecht en de totstandkoming hiervan. Het doel van dit beleidsplan is het verder verankeren van de fiscaliteit in het beleid en de processen van de provincie Utrecht, alsmede het creëren van fiscaal bewustheid binnen de organisatie.

    Besluit

    Gedeputeerde Staten besluiten:
    1. kennis te nemen van de Aanbeveling Horizontaal Toezicht;
    2. het Fiscaal Beleidsplan vast te stellen;
    3. het convenant Horizontaal Toezicht te verlengen.

  9. Essentie / samenvatting:
    Een medewerker van de provincie is sinds 1 januari 2019 bij Stichting Gebiedsontwikkeling Utrecht-West (hierna: de stichting) gedetacheerd in de functie van Directeur Programmabureau Utrecht-West. Gebleken is dat met deze inzet de toepasselijke aanbestedingsdrempel inmiddels door de stichting is overschreden. De stichting handelt hiermee in strijd met haar aanbestedingsverplichting op grond van de aanbestedingswet. Op 24 november jl. heeft de stichting een onderbouwd verzoek ingediend om de overeenkomst alsnog te verlengen en hier een fatale eindtermijn aan te verbinden. Voorgesteld wordt akkoord te gaan met verlenging.

    Besluit

    Gedeputeerde Staten besluiten:
    1. akkoord te gaan met verlenging van de detacheringsovereenkomst van de betreffende medewerker bij de Stichting Gebiedsontwikkeling Utrecht-West in de functie van Directeur Programmabureau Utrecht-West tot uiterlijk 31 december 2022 of zoveel eerder de uitvoeringsorganisatie gestalte heeft gekregen;
    2. in de brief aan Utrecht-West te benadrukken dat het handelen in strijd met de toepasselijke aanbestedingsregels voor risico van de Stichting Gebiedsontwikkeling Utrecht-West is;
    3. de brief aan Utrecht-West vast te stellen en te verzenden.

  10. Essentie / samenvatting:
    De fractie van D66 heeft vragen gesteld naar een onderzoek over de Gemeentelijke Verduurzamings Regeling. Dit onderzoek is uitgevoerd door het Erasmus Studiecentrum voor Belastingen van Lokale overheden (ESBL) en EY in opdracht van Provincie Utrecht in samenwerken met Provincie Noord-Holland en Provincie Zuid-Holland. Het onderzoek is later opgeleverd dan gepland en de D66 fractie heeft vragen over de reden van de vertraging.

    Besluit

    Gedeputeerde Staten besluiten de beantwoording van de schriftelijke vragen ex art. 47 van het Reglement van Orde Provincie Utrecht van het Statenlid de Droog van D66 betreffende "voortgang onderzoek toepassing baatbelasting binnen Gemeentelijke Verduurzamings Regeling (GVR)" vast te stellen en te verzenden.

  11. Besluit

    Het voorstel is aangehouden en komt volgende week terug.

  12. Essentie / samenvatting:
    Ter vaststelling ligt voor het ‘Handelingskader Gebiedsgerichte Aanpak Stikstof’. Het document schetst de aangepaste en nieuwe kaders waarbinnen de gebiedsgerichte aanpak verder zal worden vormgegeven en in uitvoering zal worden gebracht. Het Handelingskader bouwt voort op de Leidraad gebiedsgerichte Aanpak Stikstof welke op 15 juli 2020 door Provinciale Staten is vastgesteld. Tijdens het uitwerken van de eerste fasen uit de Leidraad is geconstateerd dat de bestaande kaders niet altijd toereikend zijn voor de verdere uitwerking van de gebiedsprocessen. Ook door de gebiedspartners werd dit signaal afgegeven. Voor verdere invulling van de gebiedsgerichte aanpak en de ontwikkeling van een passend instrumentarium hierbij zijn nieuwe en aangepaste kaders nodig die beter aansluiten bij de situatie in provincie Utrecht.

    Besluit

    Gedeputeerde Staten besluiten:
    1. het Statenvoorstel ‘Vastelling Handelingskader Gebiedsgerichte Aanpak Stikstof’ vast te stellen en ter besluitvorming te versturen aan Provinciale Staten;
    2. gedeputeerde Strijk te mandateren om, na goedkeuring door GS en vóór verzending naar Provinciale Staten, nog kleine wijzigingen aan te brengen;
    3. gedeputeerde Strijk te mandateren om, na goedkeuring door GS, het Handelingskader Gebiedsgerichte Aanpak Stikstof ter informatie naar onze gebiedspartners te sturen met een aanbiedingsbrief;
    4. het bijbehorende nieuwsbericht vast te stellen.

  13. Essentie/ samenvatting:
    Met het beleidskader Sociale Agenda – ‘Wij doen mee!’ geeft de provincie inhoud en vorm aan de waarde om een provincie te zijn voor alle inwoners. Twee doelen zijn richtinggevend:

    1. Meer gelijke kansen voor inwoners op wonen, werken, vervoer, vrije tijdbesteding en andere voorzieningen waar de provincie een rol heeft
    2. Een meer diverse en inclusieve organisatie worden De Sociale bril wordt toegepast langs drie lijnen:
      • Sociale bril implementeren en door ontwikkelen: toepassing op concrete opgaven van de provincie.
      • Inclusieve provincie: we ondersteunen direct organisaties en projecten die inclusie bevorderen.
      • Inclusieve organisatie: we kijken met de Sociale bril naar de eigen organisatie.
      De Sociale bril staat voor: mensgericht, gebruikersgericht en inclusief werken.

    Besluit

    Gedeputeerde Staten besluiten:
    het aangepaste beleidskader Sociale Agenda ter besluitvorming toe te zenden aan Provinciale Staten.
    PS wordt voorgesteld te besluiten:
    1. het beleidskader Sociale Agenda ‘Wij doen mee!’ vast te stellen;
    2. daarmee als provincie inhoud en vorm te geven aan de waarde om als provincie te staan voor alle inwoners. Twee doelen staan daarbij centraal:
    a. meer gelijke kansen voor inwoners op wonen, werken, vervoer, vrije tijdbesteding en andere voorzieningen waar de provincie een rol heeft;
    b. een meer diverse en inclusieve organisatie worden;
    3. een Sociale bril op het dagelijks werk en de eigen organisatie te zetten, en te zorgen voor implementatie en door ontwikkeling van de bril. De Sociale bril staat voor: mensgericht,
    gebruikersgericht en inclusief werken;
    a. de Sociale bril wordt geïmplementeerd en door ontwikkeld in 2022 en 2023;
    b. de Sociale bril wordt toegepast op de concern brede opgaven en programma’s van de provincie en hiermee geven we invulling aan een inclusieve provincie;
    c. de Sociale bril wordt toegepast op de ambtelijke organisatie en hiermee geven we invulling aan een inclusieve organisatie;
    4. het college van Gedeputeerde Staten op te dragen in 2023 de voortgang van de uitvoering te evalueren en Provinciale Staten te adviseren over de wijze waarop in de toekomst verder uitvoering wordt gegeven aan dit beleidskader.

  14. Essentie / samenvatting:
    De bestrijding van invasieve exoten is een verplichting voor de provincies die direct volgt uit Europese regelgeving. Het Rijk heeft, bij Ministeriële regeling, in 2018 de verantwoordelijkheid voor de bestrijding van het merendeel van de aangewezen invasieve exoten aan de provincies overgedragen. Hier is invulling aan gegeven door in 2019 te starten met een pilotprogramma 2019-2021. Het Uitvoeringsprogramma Invasieve Exoten Utrecht 2022 – 2026 is de opvolger. Het inzicht, de kennis en de ervaring die is opgedaan in de pilot, is meegenomen en het resultaat is een nieuw uitvoeringsprogramma dat het accent veel meer dan voorheen op een gezamenlijke aanpak legt. Uit dit uitvoeringsprogramma spreekt een gezamenlijke ambitie en verantwoordelijkheid, de verantwoordelijke partijen werken gecoördineerd en efficiënt samen aan de beheersing en bestrijding van invasieve exoten in Utrecht. Dat gebeurt onder meer door: de kennis en stand van zaken op peil te houden en goed te monitoren, de uitvoering te verankeren in uitvoeringsafspraken, verantwoording te leggen waar die hoort, betrokken partijen te stimuleren eigen beleid te formuleren en middelen te reserveren, een projectleider op dit onderwerp te zetten om de voortgang te bewaken, een communicatieplan op te stellen en subsidies te verstrekken. Het uitvoeringsprogramma is tot stand gekomen in nauwe samenwerking met het provinciale Platform Invasieve Exoten dat een brede vertegenwoordiging kent van betrokken partners. Met de partners zal samengewerkt worden via jaarlijkse programma’s.

    Besluit

    Gedeputeerde Staten besluiten:
    1. het Uitvoeringsprogramma Invasieve Exoten 2022 – 2026 vast te stellen, met voorbehoud van dekking voor de laatste drie jaren;
    2. de benodigde dekking voor de uitvoering over de jaarsneden 2024, 2025 en 2026 te betrekken bij de integrale afwegingen van de Kadernota 2023;
    3. de Statenbrief vast te stellen en deze met het Uitvoeringsprogramma Invasieve Exoten 2022 – 2026 ter informatie toe te zenden aan Provinciale Staten (Cie. RGW, vergadering 23 februari 2022).

  15. Essentie / samenvatting:
    Sinds de invoering van de Wet natuurbescherming per 1 januari 2017 is het niet langer toegestaan het middel cervicale dislocatie (het breken van de nek) toe te passen op vogels met een omvang groter dan eenden. In de praktijk is hierdoor het geweer het enige middel dat kan worden aangewend voor het doden van in nood verkerende, gewonde ganzen. De Faunabeheereenheid Utrecht, heeft met de volledige steun van alle zes de belangenorganisaties in het bestuur van de FBE, waaronder maatschappelijke organisaties als de Dierenbescherming en de terreinbeherende natuurorganisaties een verzoek ingediend om slag- en steekwapens te mogen gebruiken om in specifieke situaties onnodig lang lijden te voorkomen. Wij hebben besloten het gebruik van de middelen slag- en steekwapens aan te wijzen uit het oogpunt van dierenwelzijn en voorkomen van onnodig lijden, voor gebruik in combinatie met de vigerende ganzenontheffingen, provinciale opdrachten en vrijstellingen.

    Besluit

    Gedeputeerde Staten besluiten:
    1. in combinatie met de vigerende ontheffingen of provinciale opdrachten die worden genoemd in bijlage 1 bij het besluit met zaakkenmerk Z-WNB-BSB-2021-1441 en nummer 8235DEB7, als aanvullend voorschrift op te nemen, met het oog op het dierenwelzijn en voorkomen van onnodig lijden, dat het gebruik van slag- en steekwapens is toegestaan voor het doden van in nood verkerende, gewonde grauwe ganzen, verwilderde boerenganzen, kolganzen, Canadese ganzen, brandganzen en nijlganzen;
    2. dit besluit geldt tot uiterlijk 31 december 2025;
    3. de Statenbrief vast te stellen en deze met de ontheffing ter informatie toe te zenden aan Provinciale Staten (Cie. RGW, vergadering 23 februari 2022).

  16. Essentie / samenvatting:
    In de Omgevingsvisie provincie Utrecht is het programma Gezond en Veilig aangekondigd. Dit programma is een nadere uitwerking van het beleid uit de Omgevingsvisie. Daarnaast is dit programma de opvolger van het beleidskader Milieu uit het Bodem-, Water- en Milieuplan 2016-2021, dat recent verlengd is tot vaststelling van onder andere dit programma. Bij het opstellen van dit programma wordt gewerkt volgens de principes van de Omgevingswet. Dit betekent dat het programma gedurende zes weken ter inzage wordt gelegd. Hiervoor wordt het ontwerpprogramma vastgesteld door GS. De ambities en doelen voor een gezonde en veilige leefomgeving uit de Omgevingsvisie en de resultaten van de participatie vormen de inhoudelijke basis voor het programma Gezond en Veilig.

    Besluit

    Gedeputeerde Staten besluiten:
    1. het ontwerp Programma Gezond en Veilig 2022 – 2025 vast te stellen en vanaf 22 februari tot 5 april 2022 (ook digitaal) ter inzage te leggen;
    2. de statenbrief vast te stellen en die met het ontwerp Programma Gezond en Veilig 2022 – 2025 ter kennisname toe te zenden aan Provinciale Staten.

  17. Essentie / samenvatting:
    Samen met provincie Noord-Holland, de betrokken regio’s en gemeenten, NS en Prorail is een actieprogramma opgesteld met verbetervoorstellen voor de stations aan de Gooicorridor. Geografisch gaat het om het gebied langs de treinverbindingen Diemen – Hilversum – Amersfoort Vathorst en Hilversum – Utrecht. Eerst is begonnen met het in kaart brengen van alle ontwikkelingen, kansen en aandachtspunten voor de stations en knooppunten. Vanuit het besef dat de opgave breder is dan alleen de analyse van deze stations, is deze vervolgens in een perspectief geplaatst van ambities, doelen, strategieën en acties in onderlinge samenhang. Hieruit is een actieprogramma tot stand gekomen met voorstellen voor onder andere ketenmobiliteit, duurzame mobiliteit en het verbinden met recreatieve netwerken.

    Besluit

    Gedeputeerde Staten besluiten:
    1. het regionale actieprogramma “Gooicorridor, een groene leefbare corridor” vast te stellen;
    2. de Statenbrief Actieprogramma Gooicorridor vast te stellen en ter informatie toe te zenden aan Provinciale Staten.

  18. Essentie / samenvatting:
    De Programmabegroting 2023 wordt opgesteld op basis van de financiële en beleidsmatige uitgangspunten die vastgesteld worden bij de Kadernota 2023-2026. De uitgangspunten voor de concept Kadernota worden aan GS ter besluitvorming voorgelegd, zodat het proces van de Kadernota eenduidig en helder kan verlopen. De Kadernota 2023-2026 geeft inzicht in het meerjarenperspectief passend binnen de vastgestelde uitgangspunten.

    Besluit

    Gedeputeerde Staten besluiten:
    Kennis te nemen van de volgende kaders die meegegeven worden aan de ambtelijke organisatie ter voorbereiding op de kadernota 2023 - 2026
    1.  de volgende financiële uitgangspunten voor de Kadernota 2023-2026 zijn;
    - Voor prijs- en looncompensatie uit te gaan van de indexen van het Centraal Planbureau (CPB) te publiceren in maart 2022;
    - De exploitatiesubsidies van partnerinstellingen voor het jaar 2023 compenseren voor loon- en prijsstijgingen, vanaf 2024 is de compensatie indicatief;
    - De tarieven van opcenten motorrijtuigenbelasting voor 2023 te indexeren met de nationale consumentenprijsindex te publiceren door het CPB in maart 2022;
    - De kapitaalslasten voor het mobiliteitsprogramma te actualiseren conform de laatste inzichten en planning en deze lasten op te nemen in de jaarschijven 2023-2026. De maximale
    geactualiseerde kapitaalslast voor het Mobiliteitsprogramma wordt structureel opgenomen in de laatste jaarschijf van het meerjarenbeeld. Dat deel van de kapitaalslasten dat nog niet nodig is in het jaar 2026 valt incidenteel vrij;
    - Voor het aantrekken van kortlopende geldleningen wordt een rentetarief van nul procent gehanteerd en voor langlopende geldleningen de geldende marktrente;
    - Het bedrag voor onvoorziene uitgaven bedraagt € 1,8 miljoen.
    2. de geraamde ambities/opgaven dienen in evenwicht te zijn met de beschikbare personele capaciteit;
    3. voor het indienen van onderbouwde nieuwe claims voor de Kadernota 2023-2026 geldt als uitgangspunt het indienen van onontkoombare en noodzakelijke voorstellen, ook wel genoemd voorstellen die voldoen aan de 3 O’s (onvoorzien, onvermijdelijk en onuitstelbaar);
    4. voor de politieke bespreking (21 en 22 april) kan een GS-lid een claim aandragen, ambtelijk voorbereid en geautoriseerd door het GS-lid;
    5. uitgangspunt is dat de nieuwe claims voorzien dienen te zijn van een dekkingsvoorstel. Indien dekking voor het voorstel binnen het programma niet mogelijk is moet dit worden toegelicht;
    6 de structurele taakstelling op de materiele budgetten van € 2,4 miljoen uit het dekkingsplan Kadernota 2022 wordt ingevuld vanuit het traject analyseresultaat jaarrekening 2021.