Ga naar de inhoud van deze pagina Ga naar het zoeken Ga naar het menu
Vorige pagina

GS-Besluiten

dinsdag 9 maart 2021

08:30 - 12:30

Locatie
Teams-vergadering
Voorzitter
J.H. Oosters

Agendapunten

Essentie / samenvatting:
Met de ‘Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040’ (RSU2040) geeft de gemeente Utrecht aan hoe zij de stad op de lange termijn wil inrichten. In het document worden keuzes gemaakt voor de toekomst van de fysieke leefomgeving en hoe de weg daarnaartoe eruit ziet. De RSU2040 wordt onderdeel van de koers van de Omgevingsvisie gemeente Utrecht. Van 27 januari tot en met 10 maart 2021 ligt de concept RSU2040 voor een ieder ter inzage. Inspraakreacties dienen uiterlijk 10 maart worden ingediend. In bijgevoegde provinciale reactie wordt geconstateerd dat de RSU2040 grote parallellen kent met het gezamenlijke Ontwikkelperspectief ‘Utrecht Nabij’ en de Omgevingsvisie provincie Utrecht. Er zijn ook een aantal punten in de RSU2040 waar de provincie Utrecht vragen en opmerkingen over heeft. De provinciale inspraakreactie bestaat uit twee stukken:
• Compacte brief met daarin de hoofdboodschap;
• Bijlage 1: Vragen en opmerkingen inspraakreactie provincie Utrecht m.b.t. de RSU2040 op basis van de zeven thema’s van Omgevingsvisie provincie Utrecht.

Besluit

Gedeputeerde Staten besluiten:
1. kennis te nemen van de concept RSU2040;
2. de provinciale inspraakreactie op de concept RSU2040 vast te stellen en deze naar de leden van het college van Burgemeester en Wethouders van Utrecht te sturen.

Essentie / samenvatting:
De provincie Utrecht is samen met de provincies Gelderland en Zuid-Holland toekomstig siteholder van het beoogde Werelderfgoed Neder-Germaanse Limes. Ter uitvoering van de gezamenlijke taken als siteholder treffen gedeputeerde staten, met toestemming van provinciale staten, een centrumregeling op basis van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr), met de provincie Utrecht als centrumprovincie.

Besluit

Gedeputeerde Staten besluiten de Centrumregeling Limessamenwerking UNESCO Werelderfgoed vast te stellen en hiermee een centrumregeling op basis van de Wet gemeenschappelijke regelingen te treffen met de provincies Gelderland en Zuid-Holland.

Essentie/samenvatting:
Het Natuurbeheerplan vormt het toetsingskader voor het verlenen van subsidies door de provincie voor agrarisch natuurbeheer, natuurbeheer, inrichting en kwaliteitsverbetering van natuurterreinen, en functieverandering van landbouwgrond naar natuur. Het Natuurbeheerplan geeft aan waar en voor welke doelen subsidie mogelijk is. Op 2 juni hebben GS het Natuurbeheerplan 2021 voor het beheerjaar 2021 vastgesteld. In het Wijzigingsbesluit voor het beheerjaar 2021 wordt dit Natuurbeheerplan voor het verlenen van subsidies voor het beheerjaar 2021 op een aantal punten met terugwerkende kracht tot 1 januari 2021 aangepast. De belangrijkste aanpassing betreft het mogelijk maken van een subsidie functieverandering voor gronden in de Groene contour in de uiterwaarden. Dit om de realisatie van de Groene contour te versnellen. In het Wijzigingsbesluit voor het beheerjaar 2022 zijn aanvullende aanpassingen opgenomen voor het verlenen van subsidies voor het beheerjaar 2022.

Besluit

Gedeputeerde Staten besluiten:
1. het Ontwerp Wijzigingsbesluit Natuurbeheerplan beheerjaar 2021, documentnr. 821FD987, met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2021 vast te stellen en te publiceren;
2. het Ontwerp Wijzigingsbesluit Natuurbeheerplan 2022, documentnr. 82205DA9, vast te stellen en te publiceren;
3. de ontwerpbesluiten en de daarbij behorende stukken gedurende zes weken ter inzage te leggen;
4. de Statenbrief vast te stellen en deze met de ontwerpbesluiten ter informatie toe te zenden aan PS.

Essentie/samenvatting:
Provincie Utrecht en gemeente Nieuwegein werken samen aan de ontwikkeling van het stationsgebied Nieuwegein City. De provincie verlegt het tramtracé, inclusief de halte. De gemeente realiseert een nieuw busstation, is verantwoordelijk voor aanpassing en inrichting van openbare ruimte en (langzame) verkeersroutes en faciliteert de ontwikkeling van een hoogwaardig bouwprogramma. Deze deelprojecten kennen diverse wederzijdse afhankelijkheden. Om een goede samenwerking te borgen zijn provincie en gemeente in 2019 een bestuurlijke samenwerkingsovereenkomst aangegaan. Daarin zijn de taken en verantwoordelijkheden van beide partijen op hoofdlijnen vastgelegd. Sindsdien is de planvorming verder opgepakt en zijn deze taken en verantwoordelijkheden geconcretiseerd en uitgewerkt in voorliggende (aanvullende) Samenwerkingsovereenkomst Stationsgebied Nieuwegein City 2021.

Besluit

Gedeputeerde Staten besluiten:
1. de Samenwerkingsovereenkomst Stationsgebied Nieuwegein City 2021 (inclusief 7 bijlagen) vast te stellen en aan te gaan;
2. kennis te nemen van de Oplegnotitie bij samenwerkingsovereenkomst Provincie Utrecht - gemeente Nieuwegein d.d. 9 februari 2021.

Essentie/samenvatting:
Door de werkgroep PvdD Utrechtse Heuvelrug zijn vragen gesteld over een toename van het aantal geiten in de provincie Utrecht ondanks de geitenstop, in relatie tot gezondheidsrisico’s van omwonenden van de geitenhouderijen. Deze vragen zijn gesteld naar aanleiding van een Wnb-(ontwerp)vergunning, afgegeven door de provincie Utrecht op 17 december 2020 voor de bouw van een nieuwe geitenstal en wijziging van het aantal geiten, alsmede de wijziging van stallen in Leersum. Het RO-spoor (waar de geitenstop is geregeld) en het Wnb-spoor zijn gescheiden. Beide hebben ook een ander doel (beschermen volksgezondheid volgens het RO-spoor versus beschermen natuur volgens het Wnb-spoor). De afgegeven (ontwerp) Wnb-vergunning betreft daarnaast geen uitbreiding in dieraantallen, maar juist een vermindering ten opzichte van de vorige vergunde situatie. In juli 2018 is besloten tot een ”geitenstop” voor de provincie Utrecht.

Besluit

Gedeputeerde Staten besluiten de beantwoording van de schriftelijke vragen van de werkgroep Utrechtse Heuvelrug vast te stellen en te verzenden.

Essentie/samenvatting:
Ter vaststelling ligt voor een Statenbrief waarmee aan de Staten de volgende documenten ter kennisgeving worden aangeboden:
• het eindrapport van het Programma Aanpak Veenweiden 2015-2019 van de Gebiedscommissie Utrecht-West met bijbehorende flyer;
• de procesgerichte evaluatie van dit programma (in opdracht van de provincie door een extern bureau opgesteld);
• een reactie van de Gebiedscommissie Utrecht-West op deze evaluatie die met een doorkijk naar een mogelijk vervolg (op verzoek van de provincie opgesteld).
De lessen die geleerd zijn bij het Programma Aanpak veenweiden (PAV) zullen betrokken worden bij het opstellen van de Regionale Veenweiden Strategie (RVS) Utrechtse veenweiden. Een besluit over het vervolg op het PAV zal later dit jaar via de RVS worden genomen.

Besluit

Gedeputeerde Staten besluiten:
1. kennis te nemen van:
o het eindrapport Programma Aanpak Veenweiden 2015-2019 met bijbehorende flyer;
o de procesgerichte evaluatie van dit Programma Aanpak Veenweiden 2015-2019;
o het advies van de Gebiedscommissie Utrecht-West hierover met daarin een reactie op de
evaluatie en een advies over een mogelijk vervolg;
2. de bijgevoegde Statenbrief over het Programma Aanpak Veenweiden vast te stellen en ter informatie toe te zenden aan Provinciale Staten.

Essentie/samenvatting:
Dit betreft de jaarrapportage 2020 van het provinciaal uitvoeringsprogramma Externe Veiligheid (PUEV). Het externe veiligheidsbeleid is gericht op het beperken van risico’s op calamiteiten met gevaarlijke stoffen waarbij doden vallen. Risicobronnen zijn bedrijven, transport van gevaarlijke stoffen over weg, water, spoor en door buisleidingen.
Het Provinciaal Uitvoeringsprogramma Externe veiligheid (PUEV) 2015-2020 is door Provinciale Staten van Utrecht vastgesteld om een goede uitvoering van externe veiligheidsregelgeving te realiseren.
In de Jaarrapportage wordt gerapporteerd over de uitvoering van het programma in 2020.
De samenvatting uit de Jaarrapportage met de concrete resultaten wordt als bijlage gevoegd bij de jaarrekening van 2020. De provinciale activiteiten voor de komende jaren zullen in 2021 worden beschreven in het Programma Gezond en Veilig provincie Utrecht.

Besluit

Gedeputeerde Staten besluiten de Jaarrapportage 2020 Provinciaal Uitvoeringsprogramma Externe Veiligheid 2015-2020 vast te stellen.

Essentie/ samenvatting:
Gedeputeerde Staten hebben in 2015 aan drie agrariërs in Breukelen ontheffing verleend om delen van hun landerijen met 50 cm op te hogen. Omdat de ophoging in 2020 (veel) méér dan 50 cm was, zijn lasten onder dwangsom opgelegd. Daartegen is destijds bezwaar gemaakt. Op advies van de Awb-adviescommissie hebben Gedeputeerde Staten bezwaarden toen in het gelijk gesteld, de lasten onder dwangsom ingetrokken en in de beslissingen op bezwaar alsnog een datum voor het bereiken van de eindhoogte opgenomen. Bezwaarden hebben daartegen beroep aangetekend. Zij zijn het oneens met de manier waarop de Awb-adviescommissie hen heeft gehoord. Ook wordt de juridische grondslag van de einddatum betwist. Gedeputeerde Staten verwachten dat de bezwaren bij de Rechtbank overeind zullen blijven. Mede omdat de verlangde eindhoogte inmiddels vrijwel is bereikt, besluiten Gedeputeerde Staten de bestreden beslissingen op bezwaar te herroepen en te vervangen, aan bezwaarden proceskosten te vergoeden en (in overleg met bezwaarden) de Rechtbank Midden-Nederland te verzoeken beide rechtszaken voortijdig te doen beëindigen.

Besluit

Gedeputeerde Staten besluiten:
1. bezwaarden in het gelijk te stellen, beide beslissingen op bezwaar d.d. 29-09-2020 te herroepen en te vervangen (onder vergoeding van proceskosten op basis van het Besluit proceskosten bestuursrecht);
2. de nieuwe beslissingen op bezwaar vast te stellen en aan bezwaarden te verzenden;
3. de Rechtbank Midden-Nederland in het licht van de beslispunten 1 en 2 te verzoeken beide lopende beroepsgangen voortijdig te doen beëindigen.

Essentie/ samenvatting:
Gedeputeerde Staten hebben in 2020 lasten onder dwangsom opgelegd aan eigenaren van woonschepen in de gemeente Houten vanwege overtreding van de Verordening natuur en landschap provincie Utrecht 2017. Daartegen is bezwaar aangetekend. De Awb-adviescommissie van PS en GS heeft geconstateerd dat de lasten onder dwangsom juridisch niet rechtsgeldig zijn opgelegd en adviseert de bezwaarschriften als gegrond aan te merken. Gedeputeerde Staten besluiten het advies van de Awb-adviescommissie over te nemen en de bestreden lasten onder dwangsom in te trekken. Overigens is recent gebleken dat bezwaarden inmiddels alle overtredingen ongedaan hebben gemaakt. Bezwaarden hebben van Gedeputeerde Staten recent ook een bevestiging ontvangen dat er op dit moment geen sprake meer is van overtredingen in relatie tot de door hen bestreden lasten onder dwangsom.

Besluit

Gedeputeerde Staten besluiten:
1. de vier bezwaarschriften d.d. 6, 25, 27 en 28 september 2020 tegen de lasten onder dwangsom als gegrond aan te merken en te herroepen;
2. de overige vijf lasten onder dwangsom ambtshalve te herroepen;
3. niet over te gaan tot vergoeding van proceskosten op basis van het Besluit proceskosten bestuursrecht;
4. de vier beslissingen op bezwaar vast te stellen, te verzenden en voor de motivering te verwijzen naar het advies van de Awb-adviescommissie van PS en GS van 22 december 2020.

Essentie/ samenvatting:
In de Lek bij Tull en ’t Waal liggen met toestemming van de gemeente Houten negen woonschepen. Alle woonschepen ontvingen eind 2016 van de provincie een afmeerontheffing op basis van de toenmalige provinciale landschapsverordening. De laatste aanpassing van de ontheffing van september 2020 leidde tot vier bezwaarschriften. De Awb-adviescommissie van PS en GS heeft geconstateerd dat het voor bezwaarden onduidelijk is welke activiteiten voor de woonschipbewoners op de oever nu wel en niet zijn toegestaan. Vanwege die onduidelijkheid acht de Awb-adviescommissie de bezwaren gegrond. Gedeputeerde Staten herkennen zich in het advies van de Awb-adviescommissie en besluiten in de beslissing op bezwaar alsnog duidelijk aan te geven welke voorzieningen en voorwerpen op de oever en in het water van de woonschepenligplaatsen uitdrukkelijk wel en niet zijn toegestaan op grond van de provinciale ontheffing. Ook treden Gedeputeerde Staten met het Recreatieschap Stichtse Groenlanden in overleg over het beheer en onderhoud op de oever bij de woonschepen.

Besluit

Gedeputeerde Staten besluiten:
1. de vier bezwaarschriften d.d. 25 september en 1, 13 en 28 oktober 2020 tegen de aangepaste Vnl-ontheffing als gegrond aan te merken;
2. in de vier beslissingen op bezwaar alsnog helder aan te geven wat op basis van de Vnl-ontheffingen wel en niet is toegestaan;
3. met het Recreatieschap Stichtse Groenlanden in overleg te treden wat betreft het ter plaatse plegen van onderhoud;
4. niet over te gaan tot vergoeding van proceskosten op basis van het Besluit proceskosten bestuursrecht;
5. de vier beslissingen op bezwaar vast te stellen, te verzenden en voor de motivering te verwijzen naar het advies van de Awb-adviescommissie van PS en GS van 22 december 2020.

Essentie / samenvatting:
Het IPO bestuur vergadert op 11 maart 2021 en vanuit de provincie Utrecht is er een annotatie voor deze bestuursvergadering opgesteld.

Besluit

Gedeputeerde Staten besluiten de annotatie over de volgende punten vast te stellen:
1. 2a.i. ‘Security BIJ12 – oorzaken security BIJ12’, met inachtneming van de opmerkingen in het advies;
2. 2a.ii. ‘Security BIJ12 – kosten oplossen security situatie BIJ12, met inachtnmeming van de opmerkingen in het advies’;
3. 2b. ‘Huisvesting BIJ12’;
4. 2c. ‘Vervolg Kabinetsaanbod’, met inachtneming van de opmerkingen in het advies en m.u.v. voorstel 2;
5. 3a. ‘Actualiteiten werkgeverszaken’;
6. 3b. ‘Interprovinciaal raamcontract met Microsoft’.

Essentie/samenvatting:
De provincie heeft participatie hoog in het vaandel staan. Ook in het meerjarige project van de nieuwe OVconcessie(s) is een brede betrokkenheid gewenst. Deze participatie wordt breder opgepakt dan de Wet Personenvervoer 2000 (WP2000) voorschrijft. Hier wordt voor gekozen omdat het belangrijk is voor goed openbaar vervoer de aansluiting bij de infrastructuur en de wensen van de reizigers. Deze participatienota wordt ter besluitvorming aan PS aangeboden omdat hierdoor de volksvertegenwoordigende rol van PS bewust
vorm krijgt.

Besluit

Gedeputeerde Staten besluiten:
1. de nota Contouren Participatie nieuwe OV-concessie(s) 2025 vast te stellen.
2. het Statenvoorstel Contouren participatie nieuwe OV-concessie(s) 2025 vast te stellen en ter besluitvorming toe te zenden aan Provinciale Staten.

Essentie / samenvatting:
Als antwoord op de statenmotie van medio 2018, waarin werd gevraagd de realisatie van de groene contour te versnellen, heeft provincie Utrecht de in het landelijk gebied samenwerkende DLMN partijen (Duurzame Landbouw Met Natuur) opdracht gegeven een pilot groene contour uit te voeren. In een later stadium zijn ook de terreinbeherende instanties en UPG gevraagd een soortgelijke pilot uit te voeren. Uiteindelijk zijn er twee pilots uitgevoerd, een door de DLMN partijen en een door Het Utrechts Landschap.
In deze pilots konden, onder goedkeuring van de in het Akkoord van Utrecht verenigde gebiedspartijen, instrumenten voor de realisatie van de Groene Contour worden onderzocht, waarbij met inachtneming van enkele randvoorwaarden mocht worden afgeweken van de afspraken die volgens het Akkoord van Utrecht in 2011 werden gemaakt. Randvoorwaarden hierbij waren ecologische minimumvereisten, een duurzame borging van de natuurdoelen, en een voor partijen haalbare financiële constructie.
Het in samenwerking met de pilotpartijen ontwikkelde nieuwe instrumentenkader uitvoering groene contour kreeg op 21 januari 2021 goedkeuring van de Kopgroep Akkoord van Utrecht (zie bijlage 1). Dit instrumentenkader is gericht op een effectieve invulling van het budget van € 12 miljoen dat door de huidige coalitie ter beschikking is gesteld voor de realisatie van circa 385 ha groene contour. Advies is akkoord te gaan met het voorgestelde nieuwe instrumentenkader en een gefaseerde ingang ervan. Door het Natuurbeheerplan 2021 met terugwerkende kracht aan te passen, is het in 2021 al mogelijk om groene contour areaal in de uiterwaarden te ontwikkelen. De groene contour gebieden in de uiterwaarden komen voor een subsidie functieverandering in aanmerking, zodra Provinciale Staten hierover op 14 april 2021 definitief hebben besloten. Het jaar 2021 wordt verder benut om de benodigde instrumenten voor de realisatie van groene contour gebieden buiten de uiterwaarden te ontwikkelen. In een tweede fase worden de nieuwe instrumenten vervolgens eind dit jaar of begin volgend jaar voor subsidie opengesteld.

Besluit

Gedeputeerde Staten besluiten:
1. het instrumentenkader uitvoering groene contour met bijbehorende fasering vast te stellen;
2. het statenvoorstel vast te stellen en ter besluitvorming te verzenden aan Provinciale Staten;
3. verantwoordelijk gedeputeerde te mandateren tot het doorvoeren van kleine wijzigingen in het instrumentenkader.

Essentie/samenvatting:
De slechte financiële en organisatorische situatie bij de bedrijfsvoeringorganisatie Recreatie Midden Nederland (RMN) heeft geleid tot een discussie binnen het Recreatieschap Stichtse Groenlanden (SGL) en het Plassenschap Loosdrecht (PL) over de wijze van samenwerking. Daarbij is gesproken over de gezamenlijk uitgangspunten van de samenwerking en over een toekomstbestendige en robuuste structuur hiervoor. Zij zien dat daarvoor een verandering noodzakelijk is maar dat samenwerking vanuit onderlinge solidariteit wel noodzakelijk blijft.
Bij de behandeling van de statenbrief over de toekomstige samenwerking van de recreatieschappen in de commissie BEM van 17 februari 2021 is toegezegd een statenvoorstel voor te leggen met de kaders voor de provinciale inbreng in de discussie over de nieuwe samenwerkingsvorm. Conform deze toezegging wordt nu het statenvoorstel voorgelegd. Voorgesteld wordt het statenvoorstel ‘Kaderstelling governance opzet recreatieschappen‘ vast te stellen en deze ter behandeling voor te leggen aan Provinciale Staten.

Besluit

Gedeputeerde Staten besluiten;
1. het statenvoorstel ‘Kaderstelling governance opzet recreatieschappen’ vast te stellen en ter bespreking toe te zenden aan Provinciale Staten.
2. Provinciale Staten voor te stellen;
- De kaders voor de samenwerking op het gebied van recreatieve voorzieningen met andere partijen, zoals in dit voorstel zijn opgenomen, vast te stellen.
- GS de opdracht te geven deze kaders/ambities te betrekken bij het ontwerp van de organisatie waarin de samenwerking wordt vormgegeven.
- GS verzoeken het voorgenomen besluit voor te leggen aan Provinciale Staten voordat finale besluitvorming plaatsvindt.
3. Gedeputeerde Schaddelee te mandateren het statenvoorstel tekstueel nog enigszins aan te passen.

Essentie/samenvatting:
Op 11 mei 2020 was er op de kruising van de SUNIJ-lijn met de Symfonielaan in Nieuwegein een dodelijk ongeval te betreuren. Samen met de gemeente, die wegbeheerder is, heeft de provincie de situatie op deze tramkruising onderzocht. Daaruit zijn twee specifieke risico’s naar voren gekomen die spelen op deze overweg, namelijk (brom)fietsers die tegen de richting van het verkeer in rijden, in combinatie met een slecht zicht op naderende trams door de schuine kruising van de fietspaden met de trambaan. Op grond van deze punten stelt het College van GS aan Provinciale Staten voor om in de programmabegroting middelen vrij te maken om overwegbomen te plaatsen op de door de gemeente te realiseren 2-richtingen fietspaden.

Besluit

Gedeputeerde Staten besluiten het bijgevoegde statenvoorstel voor te leggen aan PS.

Essentie/samenvatting:
De Voedselagenda is de realisatie van het voornemen in het coalitieakkoord om in samenwerking met kennisinstellingen, horeca, retail, agrariërs en burgers te werken aan kortere ketens en lokale afzet. Met deze Voedselagenda ambieert de provincie de ontwikkeling van korte, regionale voedselketens te versterken en de consumptie van gezond en duurzaam voedsel in de provincie te bevorderen. Dit doet de provincie door de partijen te helpen die betrokken zijn bij deze onderwerpen, om samen te werken en van elkaar te leren. Ook worden experimenten om verder te komen in de voedseltransitie vanuit de Voedselagenda gefaciliteerd. De provincie werkt samen met het voedselnetwerk in de Utrecht aan een dynamisch programma van 2021 tot en met 2023. De Voedselagenda is een uitwerking van het thema Verbinding Stad-Land van de Samenwerkingsagenda Landbouw en heeft nauwe samenhang met het programma Gezonde Leefomgeving, Circulaire Economie en Regiodeal Foodvalley.

Besluit

Gedeputeerde Staten besluiten:
1. de Voedselagenda 2021-2023 vast te stellen onder voorbehoud van goedkeuring van de benodigde financiën bij de kadernota 2022, met inachtneming van;
    a) Uitvoeringsprogramma Voedselagenda 2021
2. het Statenvoorstel Voedselagenda 2021-2023 vast te stellen en ter besluitvorming toe te zenden aan Provinciale Staten;
3. bij de Kadernota 2022 de financiële consequenties van de Voedselagenda te betrekken bij de bestuurlijke afweging en besluitvorming die aan Provinciale Staten wordt voorgelegd;
4. de portefeuillehouder gedeputeerde Bruins Slot te mandateren kleine redactionele wijzigingen aan te brengen in het A-stuk, het Statenvoorstel, de Voedselagenda 2021-2023 en het Uitvoeringsprogramma Voedselagenda 2021.

Essentie/samenvatting:
Vanaf 15 januari 2021 heeft het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat de Ontwerp-Voorkeursbeslissing Luchtruimherziening voor een periode van zes weken ter inzage gelegd. Hierin wordt op hoofdlijnen een beeld gegeven van de nieuwe indeling en hoe het luchtruim van Nederland in de toekomst gebruikt gaat worden.
Daarvoor wordt o.a. een vierde naderingspunt toegevoegd met als beoogde locatie de zuidoosthoek van Utrecht. Om invloed uit te oefenen in de planuitwerking (periode 2021-2023) is het wenselijk om op de Ontwerp-Voorkeursbeslissing Luchtruimherziening te reageren met een zienswijze.

Besluit

Gedeputeerde Staten besluiten:
1. de zienswijze van de provincie Utrecht en Utrechtse gemeenten op de Ontwerp-Voorkeursbeslissing Luchtruimherziening vast te stellen en deze in te dienen.
2. de Statenbrief ‘Gezamenlijke zienswijze provincie Utrecht op Ontwerp-Voorkeursbeslissing Luchtruimherziening’ vast te stellen en ter informatie naar Provinciale Staten te sturen.

Essentie / samenvatting:
De Programmabegroting 2022 wordt opgesteld op basis van de (financiële) uitgangspunten die vastgesteld worden bij de Kadernota 2022-2025. De uitgangspunten voor de concept Kadernota worden aan GS ter besluitvorming voorgelegd, zodat het proces van de kadernota eenduidig en helder kan verlopen. De kadernota 2022-2025 geeft inzicht in het meerjarenperspectief passend binnen de vastgestelde uitgangspunten.

Besluit

Gedeputeerde Staten besluiten:
1. in te stemmen met de volgende financiële uitgangspunten voor de Kadernota 2022-2025:
 - voor prijs- en looncompensatie uit te gaan van de indexen van het Centraal Planbureau (CPB) te publiceren in maart 2021;
- de exploitatiesubsidies van partnerinstellingen voor het jaar 2022 compenseren voor loon- en prijsstijgingen, vanaf 2023 is de compensatie indicatief;
- de tarieven van opcenten motorrijtuigenbelasting voor 2022 te indexeren met de nationale consumentenprijsindex te publiceren door het CPB in maart 2021;
- in de Programmabegroting 2022-2025 de stelpost Vijfheerenlanden verdelen naar de programmabudgetten;
- de kapitaalslasten voor het mobiliteitsprogramma te actualiseren conform de laatste inzichten en planning en deze lasten op te nemen in de jaarschijven 2022-2025. De maximale geactualiseerde kapitaalslast voor het Mobiliteitsprogramma wordt structureel opgenomen in de laatste jaarschijf van het meerjarenbeeld. Dat deel van de kapitaalslasten dat nog niet nodig is in het jaar 2025 valt incidenteel vrij;
- voor het aantrekken van kortlopende of langlopende geldleningen wordt de geldende marktrente gehanteerd, conform vastgestelde treasury strategie;
- het bedrag voor onvoorziene uitgaven bedraagt € 1,8 miljoen.
2. voor het indienen van onderbouwde claims voor de kadernota 2022-2025 geldt de volgende prioritering:
a. besluit door PS en GS;
b. ambities Coalitieakkoord, nog niet opgenomen in het meerjarenperspectief 2022-2024 van de programmabegroting 2021, genoemd Nader uit te werken voorstellen.
c. nieuwe ambitie door een GS-lid aan te dragen.
d. voorstellen die voldoen aan de 3 O's (Onvoorzien, Onvermijdelijk en Onuitstelbaar).
3. uitgangspunt bij het indienen van claims is het principe "nieuw voor oud" waarbij dekking voor nieuwe claims gezocht dient te worden bij het stoppen van “oude activiteiten”. Indien dekking binnen het programma niet wordt gevonden en voorgesteld, dit toelichten en verantwoorden.
4. de Midterm review op te nemen in de Kadernota 2022-2025. Als coördinerend portefeuillehouder voor politiek bestuurlijke component wordt aangewezen…… (in GS vergadering bespreekpunt)

Essentie / samenvatting:
De vriendschapsband van de provincie Utrecht met de provincie Guangdong in China is in de Staten onderwerp van debat. Bij een eerder Statenvoorstel om de relatie te herzien staakten de stemmen. Gedeputeerde Strijk heeft toen aangegeven zich op de ontstane situatie te gaan beraden. Internationaal en nationaal is de relatie met China ook onderwerp van discussie. In de Statenbrief wordt voorgesteld om de uitkomsten daarvan af te wachten voordat GS met een nieuw voorstel komt.

Besluit

Gedeputeerde Staten besluiten de statenbrief 'Voortgang Statenvoorstel relatie Guangdong' vast te stellen en ter informatie te verzenden aan Provinciale Staten.

Essentie / samenvatting:
De Staten hebben door middel van een rondvraag aangegeven in een werksessie te willen nadenken over kaders voor de reserve Covid-flankerend beleid. Daarbij is via de griffie ook de vraag gesteld welke initiatieven er nu spelen. Daar is een niet-uitputtende lijst voor opgesteld die via bijgevoegde Statenbrief wordt aangeleverd.

Besluit

Gedeputeerde Staten besluiten de Statenbrief ‘mogelijke bestedingen van de reserve Covid-flankerend beleid’ vast te stellen en aan PS door te geleiden inclusief de bijlage.

Essentie/samenvatting:
Maatschappelijk en politiek is er een groeiende behoefte aan inzicht in mogelijkheden om andere methoden in het kader van schadebestrijding toe te passen dan afschot of vangen en doden. In de Notitie ‘Alternatieve methoden faunabeleid provincie Utrecht” geeft de provincie een overzicht van de stand van zaken met betrekking tot het initiëren, uitvoeren en beoordelen van praktijkproeven die een alternatief bieden voor traditionele methoden van schadebestrijding. In dit overzicht ligt de nadruk op provinciale projecten, maar relevante projecten die elders uitgevoerd worden komen ook aan bod. Ook wordt ingegaan op toepassen van preventieve maatregelen alvorens de stap wordt gezet naar bestrijden in de reeks van voorkomen - bestrijden – vergoeden. De provincies hanteren hier de Handreiking faunaschade 2009 en de Faunaschade Preventiekits van de provinciale werkorganisatie Bij12 voor. Daarnaast zet de provincie in op diervriendelijker beleid, zoals: het niet toestaan van jacht op provinciale gronden, het vervangen van het afschot van verwilderde katten naar het wegvangen van verwilderde katten waarmee de moties 87A (chipcontrole katten) en 105A (stop afschot katten) worden uitgevoerd, de mogelijkheid in onze provincie om voor de jaren 2021-2025 dassenovereenkomsten af te sluiten om de foerageergebieden toegankelijk te houden, de weigering om smient en meerkoet te doden bij verjaagacties en het uiterst beperkt verlenen van ontheffingen voor de schadebestrijding van haas en konijn.

Besluit

Gedeputeerde Staten besluiten:
1. de Notitie ‘Alternatieve methoden faunabeleid provincie Utrecht. Stand van zaken februari 2021’ vast te stellen;
2. in 2021 kansrijke innovatieve pilots en alternatieve methoden verder uit te werken en in de praktijk te toetsen en na gebleken geschiktheid verder in het beleid te verankeren;
3. het plan van aanpak moties verwilderde katten vast te stellen;
4. de benodigde extra middelen, geraamd in de tabel “Kostenraming alternatief beheer verwilderde katten”, te betrekken bij de integrale afwegingen van de Voorjaarnota 2021 c.q. Zomernota 2021/Kadernota 2022;
5. de Statenbrief ‘Alternatieve methoden en preventie faunabeleid provincie Utrecht’ vast te stellen en deze ter informatie toe te zenden aan Provinciale Staten.

Essentie/samenvatting:
Veel (complexe) maatschappelijke opgaven worden gerealiseerd op regionale schaal, waarbij een goede samenwerking en de één overheidsgedachte steeds belangrijker worden. Het programma Sterk Utrechts Bestuur, opgesteld door de provincie Utrecht met betrokkenheid van gemeenten en waterschappen, wil bijdragen aan succesvol samenwerken, om zo opgaven verder te brengen. Het college wordt voorgesteld in te stemmen met het programmaplan en deze ter besluitvorming aan Provinciale Staten te verzenden.

Besluit

Gedeputeerde Staten besluiten:
1. in te stemmen met het programmaplan Sterk Utrechts Bestuur, met daarin de volgende programmalijnen;
        a. Rollen, houding en gemeenschappelijke afspraken
        b. Relatie en ontmoeten
        c. Versterken kennispositie overheden
        d. Doorontwikkelen Interbestuurlijk Toezicht
        e. Overzicht samenwerkingsverbanden
    en instrumenten;
        f. Financiële scan
        g. Stimulans in samenwerking
        h. Belangenbehartiging richting Rijk m.b.t. Covid-19
2. het statenvoorstel en programmaplan Sterk Utrechts Bestuur toe te zenden aan Provinciale Staten ter besluitvorming.

Essentie/samenvatting:
De uitvoering van de concernopdracht ‘Uitvoeringsstrategie landelijk gebied’ wordt getemporiseerd omdat op dit moment, versterkt door de effecten van de Coronapandemie, de benodigde middelen en capaciteit niet beschikbaar zijn of vrijgemaakt kunnen worden. Provinciale Staten hierover informeren met een Statenbrief omdat in een informatiesessie op 16 december een andere planning is gepresenteerd.

Besluit

Gedeputeerde Staten besluiten de Statenbrief ‘Temporiseren concernopdracht Uitvoeringsstrategie landelijk gebied’ vast te stellen en ter informatie te versturen naar Provinciale Staten

Essentie / samenvatting:
Op 29 januari jl. heeft de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat de Ontwikkelagenda voor het Toekomstbeeld Openbaar Vervoer (TBOV) aangeboden aan de Tweede Kamer. In een Statenbrief wordt Statencommissie Milieu en Mobiliteit op de hoogte gebracht van de voortgang van het programma en wat dit betekent voor de inzet vanuit regio Utrecht. De regionale input voor Toekomstbeeld OV namens het Utrechtse Verkeers- en Vervoerberaad (UVVB) is grotendeels terug te vinden in de verschillende bouwstenen in de Ontwikkelagenda. Provincie Utrecht blijft nauw betrokken bij de voortzetting van het programma om deze inzet verder gestalte te geven. Voor provincie Utrecht hebben de programmaonderdelen waarover afgelopen najaar afspraken zijn gemaakt in bestuurlijk overleg MIRT (Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport) prioriteit.
Net als bij de vorige Statenbrief over TBOV wordt ook ingegaan op de ontwikkelingen rond de spoorcorridor Schiphol-Amsterdam-Almere-Lelystad (OV SAAL), omdat er nu meer achtergrondinformatie beschikbaar is. Uit de analyses blijkt dat per saldo de reizigersgroep tussen Amersfoort en Amsterdam zal groeien met ca. 30 procent ten opzichte van 2019 en dat de helft van deze reizigers uit Amersfoort erop vooruitgaan. Ongeveer een derde gaat er naar verwachting op achteruit door een langere reistijd. Geadviseerd wordt het genomen OV SAAL-besluit te respecteren en in de komende optimalisatiestudie vooral te zoeken naar oplossingen voor de reizigersgroep die erop achteruitgaat

Besluit

Gedeputeerde Staten besluiten:
1. kennis te nemen van de stand van zaken van het landelijke programma Toekomstbeeld Openbaar Vervoer en van de Spoorcorridor Schiphol-Amsterdam-Almere-Lelystad (OV SAAL);
2. de statenbrief Stand van zaken Toekomstbeeld Openbaar Vervoer (TBOV) en treinverbinding Schiphol-Lelystad (OV SAAL) vast te stellen en ter informatie toe te zenden aan Provinciale Staten.