Ga naar de inhoud van deze pagina Ga naar het zoeken Ga naar het menu
Vorige pagina

GS-Besluiten

dinsdag 25 mei 2021

09:30 - 14:00

Locatie
16.30
Voorzitter
J.H. Oosters

Agendapunten

Essentie / samenvatting:
De Provinciale Staten worden met kwartaalrapportages structureel op de hoogte gehouden van de voortgang van het project VRT. Aan de Gedeputeerde Staten wordt gevraagd de kwartaalrapportage en statenbrief van het programma VRT vast te stellen en ter informatie aan Provinciale Staten toe te zenden. Hiermee wordt voldaan aan de toezegging om Provinciale Staten structureel over de voortgang van het programma VRT te informeren. De kwartaalrapportage betreft het eerste kwartaal van 2021 (standlijn 31 maart 2021), met de statenbrief wordt aanvullend de stand van zaken op moment van schrijven weergegeven.

Besluit

Gedeputeerde Staten besluiten:
1. de bijgevoegde VRT kwartaalrapportage 1-1-2021 t/m 31-3-2021 vast te stellen;
2. de bijgevoegde statenbrief vast te stellen en ter informatie aan de Provinciale Staten te sturen;
3. Gedeputeerde mobiliteit te mandateren de vastgestelde statenbrief aan te passen als zich ontwikkelingen voordoen die van invloed zijn op de inhoud van de statenbrief.

Essentie / samenvatting:
De fractie van D66 heeft vragen gesteld naar aanleiding van het ‘Nationaal Toekomstbeeld Fiets op hoofdlijnen’, dat op 8 maart 2021 is gepresenteerd door demissionair
staatssecretaris Van Veldhoven. In de beantwoording van deze vragen wordt aangegeven op welke wijze de provincie en andere stakeholders betrokken zijn geweest bij de totstandkoming. Er wordt nader ingegaan op vragen ten aanzien van onder andere de breedte van de fietspaden op het Regionaal fietsnetwerk, de barrières die uit de eerste inventarisatie kwamen voor het Nationaal Toekomstbeeld Fiets op hoofdlijnen en in hoeverre in het provinciale Uitvoeringsprogramma Fiets 2019-2023 al rekening is gehouden met de financiering hiervan.

Besluit

Gedeputeerde Staten besluiten de beantwoording van de schriftelijke vragen ex art. 47 van het Reglement van Orde Provincie Utrecht van het Statenlid Kamp van D66 betreffende het Nationaal Toekomstbeeld Fiets vast te stellen en te verzenden.

Essentie/samenvatting:
De JA21 fractie heeft een aantal vragen gesteld naar aanleiding van een artikel in de Telegraaf over datacenters en het lozen van chemicaliën houdend koelwater. Dat het niet geregistreerd is hoeveel en welke chemicaliën er worden gebruikt. En dat de lozingsvergunningen aangescherpt dienen te worden om dit te voorkomen.

Besluit

Gedeputeerde Staten besluiten de beantwoording van de schriftelijke vragen ex art. 47 van het Reglement van Orde Provincie Utrecht van het Statenlid de heer Fiscalini van JA21betreffende datacenters vast te stellen en te verzenden.

Essentie / samenvatting:
Door de fractie van de PvdD zijn vragen gesteld over de vonds van dode eekhoorns na bomenkap in Bilthoven. De provincie Utrecht is niet betrokken geweest bij deze casus vanuit
vergunningverlening: er is geen ontheffing Wnb soortbescherming afgegeven, en ook in het kader van Wnb Houtopstanden zijn wij in dezen geen bevoegd gezag. Het leeuwendeel van de vragen is met input vanuit de gemeente de Bilt beantwoord. Daarnaast is de RUD Utrecht vanuit toezicht en handhaving Wnb reeds betrokken.

Besluit

Gedeputeerde Staten besluiten de beantwoording van de schriftelijke vragen ex art. 47 van het Reglement van Orde Provincie Utrecht van het Statenlid van der Steeg (PvdD) betreffende vondst dode eekhoorns na bomenkap Bilthoven vast te stellen en te verzenden.

Essentie / samenvatting:
De PvdA fractie heeft enkele vragen gesteld ten aanzien van de vergunningen voor de grondwateronttrekkingen van 2 frisdrankproducenten, de invloed hiervan op de waterbeschikbaarheid voor de overige belangen en de afwegingen die zijn gemaakt tussen het commercieel belang en het maatschappelijk belang.

Besluit

Gedeputeerde Staten besluiten de beantwoording van de schriftelijke vragen ex art. 47 van het Reglement van Orde Provincie Utrecht van het Statenlid Krijgsman van de PvdA betreffende vergunningen grondwater onttrekkingen Vrumona en USD vast te stellen en te verzenden.

Essentie / samenvatting:
De landelijk opererende milieubelangenorganisatie Coöperatie Mobilisation for the Environment (MOB) heeft Gedeputeerde Staten eind februari 2020 gevraagd om een in 2016 aan een agrarisch bedrijf in Leersum verleende vergunning Wet natuurbescherming (Wnb) in te trekken omdat de vergunde stalgebouwen tot op heden niet zijn gerealiseerd. Gedeputeerde Staten hebben het verzoek niet ingewilligd. MOB tekende hiertegen bezwaar aan. De Awb-adviescommissie meent dat Gedeputeerde Staten juist hebben gehandeld. Op 1-1-2020 is de Wnb gewijzigd. Voor agrarische bedrijfssituaties die qua milieuoptiek gunstiger uitpakken ten opzichte van de situatie daarvoor, is sinds die wetswijziging geen Wnb-vergunning meer nodig. De door MOB gevraagde intrekking van de Wnb-vergunning uit 2016 is daarom geen passende maatregel meer. De bezwaren van MOB zijn volgens de Awb-adviescommissie daarom ongegrond. Gedeputeerde Staten besluiten het advies van de Awb-adviescommissie te volgen, het bestreden besluit niet te herroepen en geen proceskosten te vergoeden.

Besluit

Gedeputeerde Staten besluiten:
1.  het bezwaarschrift van Cooperatie Mobilisation for the Environment tegen het op 10-12-2020 afgewezen verzoek tot intrekking van de in 2016 aan een agrarisch bedrijf in Leersum verleende Wnb-vergunning als ongegrond aan te merken;
2.  het bestreden besluit van 10-12-2020 in stand te laten en geen proceskosten te vergoeden;
3.  de beslissing op bezwaar vast te stellen, te verzenden en voor de motivering te verwijzen naar het advies van de Awb-adviescommissie van PS en GS d.d. 29-03-2021.

Essentie / samenvatting:
Door de Stichtingen Fauna4Life/Animal Rights is een bezwaarschrift ingediend tegen een, op 27 augustus 2020 aan de Faunabeheereenheid Utrecht op basis van de Wet natuurbescherming (hierna: Wnb) verleende ontheffing ((Z-WNB-BSB-2020-0915), voor, kort gezegd, het vangen en doden van kauwen middels vangkooien en lokvogels, op en nabij percelen met rijpend fruit, in de periode 1 juni tot en met 31 oktober. De ontheffing is verleend voor de duur van het Faunabeheerplan 2019-2025 (hierna: ‘FBP’) en geldt in de periode 1 juni tot en met 31 oktober.
De AWB-adviescommissie van PS en GS adviseert de bezwaren van de Stichtingen Fauna4Life/Animal Rights deels gegrond te verklaren en nader onderzoek te doen naar de effectiviteit en de rentabiliteit van netten om schade aan de perenteelt door vogels te voorkomen en, als blijkt dat het aanbrengen van netten ter bescherming van peren redelijkerwijs van de belanghebbende fruittelers kan worden verlangd, het bestreden besluit te herroepen en de gevraagde ontheffing te weigeren. Zij adviseert verder, als blijkt dat het aanbrengen van netten niet kan worden verlangd, het bestreden besluit in zoverre te herroepen, dat de ontheffing wordt beperkt tot de bescherming van de perenteelt en alleen geldt voor de laatste weken vóór de oogst.
In de beslissing op bezwaar worden deze adviezen deels opgevolgd. Bij nadere bestudering van de schadecijfers is geconcludeerd dat de dreiging van belangrijke schade alleen is aangetoond voor peren en dat de schade hieraan is aangericht in de periode juli-augustus. Om die reden wordt de ontheffing beperkt tot deze fruitsoort en wordt de periode waarvoor de ontheffing geldt beperkt tot deze twee maanden. Het advies om nader onderzoek te doen wordt niet opgevolgd nu, op basis van de huidige kennis en informatie, duidelijk dat dit geen reëel alternatief voor vangkooien is. Een dergelijk onderzoek kan bovendien niet op korte termijn worden uitgevoerd en is ook niet noodzakelijk om een ontheffing te kunnen verlenen.

Besluit

Gedeputeerde Staten besluiten :
1. de bezwaren van de Stichtingen Fauna4Life/Animal Rights deels gegrond te verklaren en het besluit 27 augustus 2020, met kenmerk (Z-WNB-BSB-2020-0915) te vervangen door de bijlage bij dit besluit.
2. de afdoeningsbrieven vast te stellen en te verzenden.

Essentie / samenvatting:
Door de Stichtingen Fauna4Life/Animal Rights is een bezwaarschrift ingediend tegen een aan de Faunabeheereenheid Utrecht verleende ontheffing op basis van de Wet natuurbescherming voor het afschot van wilde zwijnen. De AWB-adviescommissie van PS en GS (hierna: de commissie) adviseert op grond van de bezwaren van de stichtingen het bestreden besluit gedeeltelijk te herroepen en nader onderzoek te doen naar de noodzaak en effectiviteit van bejaging van wilde zwijnen. Daarbij adviseert de commissie, als hieruit blijkt dat het bejagen van wilde zwijnen niet noodzakelijk en effectief is, het bestreden besluit te herroepen en de gevraagde ontheffing te weigeren. Nader onderzoek naar de Utrechtse situatie wordt, vanwege het ontbreken van de soort in de provincie, niet zinvol geacht. Gelet op de risico’s die door deze soort worden veroorzaakt en het provinciale nulstandbeleid wordt het besluit in stand gelaten. Wel wordt n.a.v. het advies één voorschrift verwijderd.

Besluit

Gedeputeerde Staten besluiten:
1. de bezwaren van de bezwaren van de Stichtingen Fauna4Life/Animal Rights deels gegrond te verklaren en het besluit 31 augustus 2020, met kenmerk (Z-WNB-BSB-2020-0900) te vervangen door de bijlage bij dit besluit.
2. aan de stichting de Faunabescherming een vergoeding van de in de bezwaarfase gemaakte kosten van de rechtsbijstand van € 1.068,00 toe te kennen.
3. de afdoeningsbrieven vast te stellen en te verzenden.

Essentie / samenvatting:
Door de Stichtingen Fauna4Life/Animal Rights is een bezwaarschrift ingediend tegen een op 27 augustus 2020 aan de Faunabeheereenheid Utrecht op basis van de Wet natuurbescherming (hierna: Wnb) verleende ontheffing (Z-WNB-BSB-2020-0913) voor het vangen en doden van zwarte kraaien middels vangkooien op percelen met rijpend fruit en direct daaraan grenzende percelen. De ontheffing is verleend voor de duur van het Faunabeheerplan 2019-2025 (hierna: ‘FBP’) en geldt in de periode 1 juni tot en met 31 oktober.
De AWB-adviescommissie van PS en GS adviseert de bezwaren van de Stichtingen Fauna4Life/Animal Rights deels gegrond te verklaren en nader onderzoek te doen naar de effectiviteit en de rentabiliteit van netten om schade aan de perenteelt door vogels te voorkomen en, als blijkt dat het aanbrengen van netten ter bescherming van peren redelijkerwijs van de belanghebbende fruittelers kan worden verlangd, het bestreden besluit te herroepen en de gevraagde ontheffing te weigeren. Zij adviseert verder, als blijkt dat het aanbrengen van netten niet kan worden verlangd, het bestreden besluit in zoverre te herroepen, dat de ontheffing wordt beperkt tot de bescherming van de perenteelt en alleen geldt voor de laatste weken vóór de oogst. In de beslissing op bezwaar worden deze adviezen deels opgevolgd. Bij nadere bestudering van de schadecijfers is geconcludeerd dat de dreiging van belangrijke schade alleen is aangetoond voor peren en dat de schade hieraan is aangericht in de periode juli-augustus. Om die reden wordt de ontheffing beperkt tot deze fruitsoort en wordt de periode waarvoor de ontheffing geldt beperkt tot deze twee maanden. Het advies om nader onderzoek te doen wordt niet opgevolgd nu, op basis van de huidige kennis en informatie, duidelijk dat dit geen reëel alternatief voor vangkooien is. Een dergelijk onderzoek kan bovendien niet op korte termijn worden uitgevoerd en is ook niet noodzakelijk om een ontheffing te kunnen verlenen.

Besluit

Gedeputeerde Staten besluiten:
1. de bezwaren van de Stichtingen Fauna4Life/Animal Rights deels gegrond te verklaren en het besluit 27 augustus 2020, met kenmerk (Z-WNB-BSB-2020-0913) te vervangen door de bijlage bij dit besluit.
2. de afdoeningsbrieven vast te stellen en te verzenden.

Essentie / samenvatting:
In de Kadernota 2022-2025 stellen Provinciale Staten de beleidskader en het financieel kader vast op basis waarvan de Programmabegroting 2022 door het college opgesteld kan worden.

Besluit

Gedeputeerde Staten besluiten:
1. de Kadernota 2022-2025 vast te stellen;
2. het bijbehorende Statenvoorstel vast te stellen;
3. coördinerend portefeuillehouder Strijk te mandateren om tekstuele wijzigingen door te voeren en nadien de Kadernota 2022-2025 en het bijbehorende Statenvoorstel aan Provinciale Staten toe te zenden.

Essentie / samenvatting:
In de bestuurlijke planning van de P&C documenten is een extra Voorjaarsrapportage 2021 opgenomen. De Voorjaarsrapportage is een lichte voortgangsrapportage over de eerste drie maanden en wordt besproken in PS van 7 juli 2021. In de Voorjaarsrapportage worden geen prognoses afgegeven over de verwachte realisatie aan het einde van het jaar, maar betreft een bijstelling van de primaire begroting 2021 waar nodig.

Besluit

Gedeputeerde Staten besluiten:
1. de Voorjaarsrapportage 2021 vast te stellen met de daarin opgenomen begrotingswijzigingen die per saldo leiden tot een positieve bijstelling van het saldo van baten en lasten van €4.298.000 ten opzichte van de primaire begroting 2021;
2. de in de Voorjaarsrapportage opgenomen bijlage 1 ‘Staat van begrotingssubsidies’ vast te stellen met de daarin opgenomen begrotingssubsidies voor het jaar 2021 met een (voorlopige) omvang van €10.205.000;
3. het Statenvoorstel Voorjaarsrapportage 2021 vast te stellen en met de Voorjaarsrapportage ter besluitvorming toe te zenden aan Provinciale Staten;
4. de portefeuillehouder Strijk te mandateren om tekstuele wijzigingen door te voeren en nadien de Voorjaarsrapportage en het bijbehorende Statenvoorstel aan Provinciale Staten toe te zenden.

Essentie / samenvatting:
In de jaarstukken 2020 (jaarverslag en jaarrekening) legt het College verantwoording af aan Provinciale Staten over het gevoerde beleid en de daarmee gepaard gaande gerealiseerde baten en lasten. De jaarrekening 2020 sluit af met een positief resultaat van € 24,2 mln.

Besluit

Gedeputeerde Staten besluiten:
1. de jaarstukken 2020 vast te stellen;
2. het Statenvoorstel behorend bij de jaarstukken 2020 vast te stellen en ter besluitvorming aan Provinciale Staten te sturen;
3. in te stemmen met de bestedingsvoorstellen, dekkingsvoorstellen en vrijval van reserves;
4.  in te stemmen met de vorming van de voorziening vitaliteitsverlof en de voorziening energiefondsen;
5.  kennis te nemen van het (concept) accountantsverslag van de onafhankelijke accountant;
6.  de Statenbrief met de reactie op het (concept) accountantsverslag vast te stellen en ter informatie aan Provinciale Staten te sturen;
7.  mandaat te verlenen aan portefeuillehouder Strijk in de jaarstukken 2020 en het bijbehorende Statenvoorstel (inclusief bijlagen) en de Statenbrief met reactie op het accountantsverslag, redactionele wijzigingen en correcties aan te brengen en daarmee de eindredactie te verzorgen;

Essentie / samenvatting:
De Nota Kapitaalgoederen Mobiliteit 2021 geeft inzicht in de structurele budgetbehoefte voor instandhouding van de provinciale infrastructuur in overeenstemming met de doelen die worden gesteld aan doorstroming, veiligheid, leefbaarheid en duurzaamheid. Deze doelen zijn afgeleid van onder meer de Omgevingsvisie provincie Utrecht die onlangs door Provinciale Staten is vastgesteld. De Nota Kapitaalgoederen Mobiliteit 2021 draagt bij aan inzicht in de lange termijn ontwikkeling van de financiën van de provincie Utrecht.

Besluit

Gedeputeerde Staten besluiten:
1. de Nota Kapitaalgoederen Mobiliteit 2021 vast te stellen met in acht neming van de volgende overwegingen:
a. de structurele budgetbehoefte voor het vast onderhoud van de provinciale infrastructuur vast te stellen op:
i. wegen en vaarwegen € 8.400.000
ii. openbaar Vervoer € 17.810.000
b. de structurele budgetbehoefte voor het variabel onderhoud van de provinciale infrastructuur vast te stellen op:
i. wegen en vaarwegen € 16.230.000
ii. openbaar Vervoer € 3.870.000
2. de Nota Kapitaalgoederen 2021 ter vaststelling aan te bieden aan Provinciale Staten met bijgevoegd Statenvoorstel.

Essentie / samenvatting:
In de Omgevingsvisie en Interim Omgevingsverordening is vastgelegd dat voor de locatiekeuze voor wonen en bedrijventerreinen met een nieuwe methodiek gewerkt wordt, de regionale programmering. Een cyclisch proces waarbij gemeenten periodiek (jaarlijks) nieuwe woon- en werklocaties kunnen aandragen ten behoeve van een gezamenlijk regionaal programma van gemeenten en provincie. Het afgelopen jaar zijn in samenwerking met gemeenten en regio’s drie regionale programma’s opgesteld en hier is inmiddels in alle regio’s overeenstemming over bereikt. De essentie van deze regionale programma’s is opgenomen in het ontwerp provinciaal programma wonen en werken. Middels dit besluit wordt het ontwerp provinciaal programma en bijbehorende planMER vastgesteld ten behoeve van de ter inzagelegging.

Besluit

Gedeputeerde Staten besluiten:
1. het Ontwerp provinciaal programma wonen en werken vast te stellen;
2. de planMER en passende beoordeling provinciaal programma wonen en werken vast te stellen;
3. het Ontwerp provinciale programma wonen en werken en bijbehorende planMER ter inzage te leggen van 1 juni 2021 t/m 13 juli 2021;
4. de Statenbrief Ontwerp provinciaal programma wonen en werken vast te stellen en ter informatie toe te zenden aan Provinciale Staten;
5. in te stemmen met de regionale programma’s wonen en werken voor de regio’s U16, Amersfoort, en Foodvalley.
6. de aanbiedingsbrief regionaal programma U16 vast te stellen en te verzenden op verzoek tevens een gelijkluidende aanbiedingsbrief te verzenden aan gemeenten in de regio’s Foodvalley en Amersfoort;
7. de portefeuillehouder Omgevingsbeleid te machtigen om ondergeschikte wijzigingen aan te brengen in het provinciaal programma.

Essentie / samenvatting:
In het nationale Klimaatakkoord (2019) is afgesproken dat in 30 regio’s Regionale Energiestrategieën (RES’en) worden opgesteld met als doel het opwekken van 35 terawattuur (TWh) grootschalige hernieuwbare elektriciteit op land in 2030. De RES’en 1.0 worden door Provinciale Staten, gemeenteraden en algemeen besturen van de waterschappen vastgesteld. De provincie Utrecht is actief betrokken bij het opstellen van de RES’en 1.0 en heeft de totstandkoming op meerdere wijzen ondersteund.

De RES’en 1.0 van de regio’s Amersfoort en Foodvalley leveren met een bod van respectievelijk 0,5 en 0,75 TWh een adequate en proportionele bijdrage aan de landelijke opgave. De hoogte en onderbouwing van de boden is realistisch. Mogelijkheden om planuitval te compenseren maken de boden robuust. Bij de ruimtelijke uitwerking is rekening gehouden met de randvoorwaarden in de provinciale Omgevingsvisie. Participatie van inwoners is op een zorgvuldige wijze ingevuld. Het elektriciteitsnetwerk kan aangepast worden aan de boden, maar de verhouding tussen zonne- en windenergie is niet optimaal. Dit is een belangrijk aandachtspunt voor het vervolg, evenals het bewaken van de voortgang.

Het bod in de RES’en zal nog verder moeten worden uitgewerkt. De nadere uitwerking zal worden getoetst aan de randvoorwaarden die zijn vastgelegd in de Omgevingsvisie provincie Utrecht, de Interim-Omgevingsverordening en aan ander provinciaal Beleid.

Besluit

Gedeputeerde Staten besluiten het statenvoorstel ‘Regionale Energiestrategieën 1.0 regio Amersfoort en Foodvalley’ vast te stellen en ter besluitvorming toe te zenden aan Provinciale Staten.

Essentie / samenvatting:
Het bestuur van het Recreatieschap Midden Nederland (RMN) en het dagelijks bestuur van het Plassenschap Loosdrecht e.o. (PL) en recreatieschap Stichtse Groenlanden (SGL) hebben de ontwerpbegroting 2022 en de ontwerpjaarrekening van 2020 voor de hun betreffende gemeenschappelijke regeling voorlopig vastgesteld en ter kennis aan de deelnemers gebracht.
Als deelnemer aan de gemeenschappelijke regelingen RMN, PL en SGL hebben ook Provinciale Staten (PS) deze documenten ontvangen en worden in de gelegenheid gesteld om een zienswijze in te dienen. Dit op grond van artikel 59 van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr).
Sinds het vaststellen van de Nota Verbonden Partijen (5 februari 2018, PS2018BEM01), hebben PS het college gemandateerd om de aangeboden ontwerpbegroting en jaarrekening te behandelen, inclusief de zienswijzeprocedure. Gezien het lopende proces naar de toekomst van RMN en de recreatieschappen wordt voorgesteld geen zienswijze in te dienen.

Besluit

Gedeputeerde Staten besluiten:
1. de ontwerpbegrotingen 2022 en de ontwerpjaarrekeningen 2020 van RMN en het Recreatieschap Stichtse Groenlanden en het Plassenschap Loosdrecht e.o. voor kennisgeving aan te nemen;
2. geen zienswijzen op de ontwerpbegrotingen 2022 in te dienen;
3. de Ontwerpbegroting 2022 en ontwerpjaarrekening 2020 Recreatieschap Midden Nederland, Recreatieschap Stichtse Groenlanden en Plassenschap Loosdrecht e.o., vast te stellen en ter informatie toe te zenden aan Provinciale Staten.

Essentie / samenvatting:
Het Dagelijks Bestuur van Het Utrechts Archief (HUA) heeft op 15 maart jl. de ontwerp programmabegroting 2022-2025 goedgekeurd. Als deelnemer aan de gemeenschappelijke regeling HUA hebben ook Provinciale Staten (PS) dit document ontvangen en worden in de gelegenheid gesteld om een zienswijze in te dienen. Dit op grond van artikel 59 van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr).

Sinds het vaststellen van de Nota Verbonden Partijen (5 februari 2018, PS2018BEM01), hebben PS het college gemandateerd om de aangeboden ontwerp programmabegroting te behandelen, inclusief de zienswijzeprocedure. Op basis van de voorliggende programmabegroting wordt voorgesteld om een zienswijze in te dienen om een aantal punten onder de aandacht van het algemeen bestuur HUA te brengen.

De voorliggende begroting voor 2022 van HUA is sluitend, net zoals het meerjarenperspectief voor de periode 2023-2025. Daarnaast past deze binnen het budget van het Domein Bestuurs- en Directieondersteuning en Opgaven en daarmee binnen de programmabegroting van de provincie Utrecht.

Besluit

Gedeputeerde Staten besluiten:
1. kennis te nemen van de ontwerp programmabegroting 2022-2025 HUA, de jaarrekening HUA 2020 en de kadernota HUA 2021;
2. de zienswijze op de ontwerp programmabegroting 2022-2025 aan het algemeen bestuur van HUA vast te stellen;
3. de bijgevoegde statenbrief 'Zienswijze Ontwerp Programmabegroting 2022-2025 Het Utrechts Archief (HUA)’ vast te stellen en deze ter informatie toe te zenden aan Provinciale Staten.

Essentie / samenvatting:
De provincie Utrecht werkt samen met haar gebiedspartners aan een Regionale Veenweiden Strategie (RVS) Utrechtse veenweiden. Het opstellen van een RVS is een verplichting uit het Klimaatakkoord. In het Klimaatakkoord is de doelstelling opgenomen dat de gezamenlijke veenweidegebieden in Nederland uiterlijk in 2030 een reductie in broeikasgassenuitstoot moeten hebben behaald van 1 Megaton CO2-eq per jaar. Het provinciale beleid sluit hierbij aan: in de recent vastgestelde provinciale omgevingsvisie is de doelstelling opgenomen dat in 2030 de bodemdaling in het landelijke veenweidegebied met gemiddeld 50% is geremd. Het rijk heeft de regie voor het opstellen van een RVS bij de provincies neergelegd. In een RVS wordt aangegeven hoe de doelstellingen over reductie CO2eq-emissie uit de veenbodems te realiseren. Het is een strategie gericht op de komende 10 jaar (2030) en met een doorkijk naar 2050.  Als opstap naar de Utrechtse RVS is een ‘Koersdocument’ opgesteld: ‘Op weg naar de Regionale Veenweiden Strategie Utrechtse Veenweiden, Koersdocument RVS Utrecht, april 2021’. Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden (HDSR) en Waterschap Amstel, Gooi en Vecht (AGV) zijn medepenvoerder hiervan. Dit Koersdocument ligt ter vaststelling voor en wordt met een Statenbrief ter informatie aangeboden aan Provinciale Staten

Besluit

Gedeputeerde Staten besluiten:
1. de Statenbrief ‘Koersdocument Regionale Veenweiden Strategie Utrechtse veenweiden’ vast te stellen;
2. het document ‘Op weg naar de Regionale Veenweiden Strategie Utrechtse Veenweiden, Koersdocument RVS Utrecht, april 2021’ vast te stellen en deze met de bijbehorende Statenbrief aan te bieden aan Provinciale Staten;
3. Gedeputeerde Bruins Slot te mandateren om het Koersdocument met een aanbiedingsbrief ter informatie naar de gebiedspartners te sturen (waterschappen, gemeenten, landbouw- en natuurorganisaties).

Essentie / samenvatting:
In de Rapportage Natuur 2017-2020 geeft de provincie aan wat de stand van zaken is bij de uitvoering van het natuurbeleid in de Provincie Utrecht en de staat van de biodiversiteit in Utrecht.

Besluit

Gedeputeerde Staten besluiten:
1. de Rapportage Natuur provincie Utrecht 2017-2020 vast te stellen en ter informatie toe te zenden aan Provinciale Staten.
2. de statenbrief ‘Rapportage natuur provincie Utrecht 2017-2020’ vast te stellen en ter informatie toe te zenden aan Provinciale Staten.
3. kennis te nemen van de Resultaten flora- en faunakartering provincie Utrecht 2020 Vijfheerenlanden en Nieuwegein (oost) en ter informatie toe te zenden aan Provinciale Staten.

Essentie / samenvatting:
Met dit besluit wordt het Transitieplan OV vastgesteld voor de Utrechtse concessies, mede op basis van landelijke afspraken. Dit plan geeft aan hoe omgegaan wordt met de gevolgen van de coronacrisis op het openbaar vervoer, om de continuïteit ervan te borgen. Daarmee kan het OV blijven voldoen aan de grote opgaven waar het voor staat. Het plan bepaalt de uitgangspunten voor het Vervoerplan 2022, het Tarievenplan 2022 en de voorgenomen verlenging van de concessies tot december 2025. Een belangrijk en helaas noodzakelijk onderdeel van het plan is een verdere afschaling van de dienstregeling met 10 tot 20 % in 2022. Dit wordt in nauw overleg met de vervoerders zo vormgegeven dat een negatieve spiraal zo veel mogelijk wordt voorkomen, en het OV in een zo goed mogelijke positie blijft om de komende jaren weer zo snel als kan te groeien.

Besluit

Gedeputeerde Staten besluiten:
1. het Transitieplan OV vast te stellen;
2. middels dit Transitieplan de OV-concessiehouders te vragen:
- een concept-Vervoerplan 2022 op te stellen conform de uitgangspunten in het Transitieplan, gebaseerd op een extra afschaling van de dienstregeling in 2022 van -20% (basispakket) aangevuld met een pluspakket leidend tot een -10% afschaling;
- een concept-Tarievenplan 2022 op te stellen, waarin de reizigerstarieven in 2022 gemiddeld niet meer stijgen dan de landelijk gehanteerde index.
- een Verlengingsplan op te stellen met voorstellen voor aanpassingen (inclusief verlenging tot december 2025) van de concessies;
3. bijgaande Statenbrief vast te stellen en te verzenden naar Provinciale Staten.

Essentie / samenvatting:
Een coöperatie van veehouders rondom de Nieuwkoopse Plassen heeft het plan opgevat om als sector ‘de crisis uit te innoveren’. Zij stellen voor om extern salderen met stoppende bedrijven te verbieden en daarnaast het lange termijn verleasen van ruimte die vrijkomt bij innovatie (in casu stalverschoning) mogelijk te maken. Zij voorzien daarbij een versnelde verschoning van veehouderijen, waarbij particulier geïnvesteerd wordt in de vrijkomende stikstofruimte om die verschoning mogelijk te maken. Daarnaast komt een groter deel vrij voor de natuur dan in de op het IPO-model gebaseerde en in verschillende provincies vastgestelde Beleidsregel intern en extern salderen. Over het voorstel en de uitvoeringsvarianten zijn juridische en inhoudelijke second opinions uitgebracht, evenals een financiële review. Deze brengen verscheidene aandachtspunten aan het licht die
praktische toetsing vragen. Het voorstel is daarom om de pilot te beperken tot maximaal 6 casussen, waarbij van te voren heldere toetsingscriteria worden opgesteld en de risico’s voor de ondernemers zoveel mogelijk worden ingeperkt. De portefeuillehouder haalt middels dit besluit onderhandelingsmandaat op om met de initiatiefnemers de casuïstiek inzichtelijk te maken en de uitgangspunten te bepalen.

Besluit

Gedeputeerde Staten besluiten:
1. de portefeuillehouder te mandateren om in samenwerking met de provincie Zuid-Holland met betrokkenen de uitgangspunten te bepalen voor een beperkte pilot met maximaal 6 agrarische bedrijven (verdeeld over ZuidHolland en Utrecht) rondom de Nieuwkoopse Plassen waarbij het lange termijn verleasen van stikstofruimte die vrijkomt bij innovatie (in de vorm van verschoning van stallen) wordt mogelijk gemaakt;
2. de Statenbrief ‘Casuïstische pilot initiatief Nieuwkoopse Plassen’ 'en de bijlagen inhoudelijke second-opinion, financiële review en juridische second-opinion vast te stellen en aan PS te verzenden;
3. geheimhouding op te leggen op de juridische second-opinion op grond van art. 25, lid 2 van de Provinciewet en art. 10, lid 2 sub b van de Wet openbaarheid bestuur;
4. akkoord te gaan met het op een later moment besluiten over het openstellen van extern salderen en kortstondig verleasen voor de rest van de provincie.

Essentie / samenvatting:
Met dit besluit bekrachtigt het college van Gedeputeerde Staten de afspraken die gemaakt zijn in het Nationaal OV Beraad (NOVB) over de Beschikbaarheidsvergoeding OV 2021 (BVOV). Dit naar aanleiding van de toezegging van het Rijk om de BVOV in het hele jaar 2021 door te zetten, terwijl er eerder nog maar een toezegging lag voor de eerste drie kwartalen van 2021. Met het nemen van dit besluit stemt GS in met het doortrekken van de gemaakte afspraken voor het hele jaar 2021. De beschikbaarheidsvergoeding van het Rijk compenseert grotendeels de wegvallende reizigersopbrengsten door de beperkende maatregelen voor het OV vanwege de coronacrisis.

Besluit

Gedeputeerde Staten besluiten:
1. kennis te nemen dat het Rijk voornemens is de BVOV2021 op basis van dezelfde afspraken en voorwaarden door te trekken naar heel 2021. Dit betekent dat voor heel 2021 93% of 95% van de kosten van de concessiehouder van Rijkswege wordt vergoed, op basis van de kosten 2019 geïndexeerd naar 2021, met aftrek van reizigersopbrengsten (incl. studentenkaart) en exploitatiebijdrage van de provincie.
2. bevestigen van voortzetten van de NOVB-afspraken en -voorwaarden. Dit betekent voor geheel 2021:
• de exploitatiebijdrage voor heel 2021 wordt gehandhaafd op het voorgenomen niveau;
• de vervoerbedrijven worden in staat gesteld om voor heel 2021 via besparingen en de met de provincie afgesproken afschaling van de dienstregeling een kostenreductie van 7% c.q. 5% door te voeren, zodanig dat voor de vervoerder een nulresultaat ontstaat in 2021. Dit op voorwaarde dat de concessiehouder voldoende transparantie betracht en een voldoende niveau van presteren realiseert.
3. kennis te nemen dat de NOVB-partners (rijksoverheid, decentrale overheden, OV-bedrijven) op 9 april 2021 hebben afgesproken uiterlijk begin juli 2021 tot uitgewerkte landelijke afspraken te komen over een regeling inzake beschikbaarheid openbaar vervoer na 2021, en transities in het openbaar vervoer na 2021.
4. en in dit verband de bereidheid te bevestigen om - als onderdeel van een landelijk uitgewerkte en in DOVA-verband akkoord bevonden NOVB-afsprakenset inzake beschikbaarheid OV en transities OV – ook na 2021 aanvullend bij te dragen aan perspectief per concessie.

Essentie / samenvatting:
De Randstedelijke Rekenkamer geeft met de rapportage Opvolging aanbevelingen 2018 inzicht in welk vervolg is gegeven aan de aanbevelingen van de volgende onderzoeken van de Randstedelijke Rekenkamer uit 2018: Economic Board Utrecht (EBU), Restauratie van rijksmonumenten, Garanties en leningen, Verkoop kavels Dolderseweg, en Energietransitie. Informatie over de opvolging van aanbevelingen is opgehaald in de organisatie. Het bijgaande rapport Opvolging aanbevelingen 2018 is door de Randstedelijke Rekenkamer voor bestuurlijk wederhoor aan het college aangeboden. In deze rapportage is de feitelijke wederhoor reactie van de organisatie dd. 18 maart jl. verwerkt. Uit de rapportage blijkt dat de provincie goed scoort in de overname en opvolging van de aanbevelingen van de onderzoeken. De Randstedelijke Rekenkamer doet in de rapportage ook de aanbeveling om alle onderzoeken van de Randstedelijke Rekenkamer door de eenheid Concerncontrol te laten monitoren en de Financiële Audit Commissie (FAC) periediek hierover te informeren. Momenteel zijn alleen de onderzoeken Verkoop kavels Dolderseweg en Uithoflijn in scope van de monitor genomen. Voorgesteld wordt deze aanbeveling over te nemen. In bijgaande Collegebrief is de bestuurlijke wederhoor reactie over de opvolging van aanbevelingen van de onderzoeken opgenomen.

Besluit

Gedeputeerde Staten besluiten:
1. kennis te nemen van de rapportage Opvolging aanbevelingen 2018 met aanbiedingsbrief van de Randstedelijke Rekenkamer.
2. kennis te nemen van de brief concerndirectie met de feitelijke wederhoor reactie dd. 18 maart jl.
3. de collegebrief met de bestuurlijke wederhoor reactie vast te stellen en te verzenden aan de Randstedelijke Rekenkamer.
4. de eenheid Concerncontrol de opdracht te geven alle onderzoeken van de Randstedelijke Rekenkamer in scope te nemen en te monitoren of de aanbevelingen tot acties hebben geleid en de acties zijn uitgevoerd.
5. de Financiële Audit Commissie (FAC) periodiek te informeren over de opvolging van de aanbevelingen van alle onderzoeken van de Randstedelijke Rekenkamer.

Essentie / samenvatting:
Samen met Waterschap Vallei en Veluwe en de andere gebiedspartners gaat de provincie Utrecht een Samenwerkingsovereenkomst aan voor de Planuitwerkingsfase van de Gebiedsuitwerking Grebbedijk/Erfgoed Deal Hoornwerk aan de Grebbe.

Besluit

Gedeputeerde Staten besluiten:
1. de Samenwerkingsovereenkomst Planuitwerkingsfase Gebiedsontwikkeling Grebbedijk vast te stellen en aan te gaan.
2. een provinciale bijdrage van € 138.252,- voor de planuitwerking Hoornwerk (als onderdeel van de gebiedsopgaven en dijkversterking Grebbedijk) middels een begrotingssubsidie in de zomernota 2021 voor te leggen aan PS.