Ga naar de inhoud van deze pagina Ga naar het zoeken Ga naar het menu
Vorige pagina

GS-Besluiten

dinsdag 8 juni 2021

09:30 - 13:30

Locatie
16.30
Voorzitter
J.H. Oosters

Agendapunten

Essentie / samenvatting:
Op 22 maart 2021 heeft Vitens een brief gestuurd aan Gedeputeerde Staten van Utrecht inzake de stikstofproblematiek. In de brief wordt aandacht gevraagd voor de hinder die Vitens bij haar projecten ervaart door deze problematiek. In haar antwoord bevestigen Gedeputeerde Staten de problematiek te herkennen en geven zij een reflectie op de mogelijkheden en onmogelijkheden bij de door Vitens geschetste oplossingen.

Besluit

Gedeputeerde Staten besluiten de antwoordbrief (Stikstofproblematiek i.r.t. drinkwaterwinning, kenmerk UTSP-1275693856-4416) vast te stellen en aan Vitens te verzenden.

Essentie / samenvatting:
GS heeft op 30 maart 2021 besloten de heer De Regt, wethouder van de gemeente Woerden te benoemen in de Kavelruilcommissie Kamerik-Harmelen in de plaats van de heer Bolderdijk i.v.m. diens onverwachte veertrek als wethouder. GS volgde hiermee de voordracht van de Kavelruilcommissie Kamerik-Harmelen en het verzoek van de gemeente Woerden.
De gemeente Woerden heeft echter in haar college de verdeling van de portefeuilles besproken. Dit heeft geleid tot een andere portefeuilleverdeling. De gemeente heeft besloten dat wethouder de heer De Weger de kavelruilcommissie in zijn portefeuille zal nemen. Dit vanwege meerdere raakvlakken met zijn portefeuille. De gemeente Woerden verzoekt daarom met haar brief van 28 april 2021 het college van GS het besluit d.d. 30 maart 2021, tot herziening van het lnstellingsbesluit, te herzien.
Een nieuw lid kan worden voorgedragen door de kavelruilcommissie zelf. De kavelruilcommissie heeft GS op 3 mei 2021 verzocht de benoeming van de heer De Regt terug te draaien en in plaats van de heer De Regt de heer De Weger te benoemen als vervanger van de heet Bolderdijk. GS dienen op grond van het instellings-besluit het door de kavelruilcommissie voorgedragen lid goed dan wel af te keuren (artikel 4, derde lid, instellingsbesluit).

Besluit

Gedeputeerde Staten besluiten:
1. de heer A. de Regt te ontheffen uit zijn functie als lid van de Kavelruilcommissie Kamerik-Harmelen;
2. de voordracht door de Kavelruilcommissie Kamerik Harmelen van de heer, T. de Weger, wethouder van de gemeente Woerden, als lid van de kavelruilcommissie, goed te keuren en hem als zodanig te benoemen;
3. het Herzien instellingsbesluit Provincie Utrecht Kavelruilcommissie Kamerik-Harmelen, nr. 82225B5D van 30 maart 2021 niet te publiceren;
4. het Herzien instellingsbesluit Provincie Utrecht Kavelruilcommissie Kamerik-Harmelen, nr. 82225B5D van 30 maart 2021 in te trekken;
5. een nieuw Herzien instellingsbesluit Provincie Utrecht Kavelruilcommissie Kamerik-Harmelen, vast te stellen en te publiceren.

Essentie / samenvatting:
Verzoek bijdrage onthulling Nationaal Holocaust Namenmonument (Amsterdam):
De voorzitters van het Nederlands Auschwitz Comité en het Nationaal Comité 4 en 5 mei doen een beroep op de provincies om gezamenlijk bij te dragen aan de begroting voor de onthulling op 21 september a.s. van het door architect Daniel Libeskind ontworpen Nationaal Holocaust Namenmonument aan de Weesperstraat in Amsterdam.

Het Nationaal Holocaust Namenmonument is een gedenkteken dat de ruim 102.000 namen van de Nederlandse Holocaust-slachtoffers zal tonen: Joden die vanuit Nederland zijn vervolgd en gedeporteerd, alsmede gedeporteerde Nederlandse Joden woonachtig in andere landen, die in naziconcentratie- en vernietigingskampen zijn vermoord, alsook zij die zijn omgekomen door honger of uitputting tijdens transporten en dodenmarsen en waar geen graf van bekend is. Ook de namen van 220 vermoorde Roma en Sinti – net als de Joden vermoord om wie ze waren – worden opgenomen.

Nederland is tevens het land van waaruit percentueel de meeste Joden van West-Europa zijn weggevoerd en tegelijkertijd het laatste West-Europese land dat nog geen nationaal Holocaust Namenmonument heeft. De verwachting van de organisatie is dat de officiële onthulling van het Nationaal Holocaust Namenmonument op 19 september 2021 grote internationale belangstelling zal trekken.

Verzoek bijdrage actualisatie ‘Namen op de zuilen’ Nationaal Indië-monument (Roermond):
De voorzitter van de Stichting Nationaal Indië-monument 1945-1962 vraagt een bijdrage aan het project ‘Namen op de Zuilen’: in het Nationaal Indië-monument in Roermond zijn zuilen verwerkt waarin de namen zijn gegraveerd van de ca. 6.250 omgekomen militairen in het voormalig Nederlands-Indië en Nieuw-Guinea gedurende de periode 1945 - 1962.

Onlangs is nader onderzoek afgerond naar de namen op de zuilen, dat leidt tot 250 mutaties aan het monument (betreft voornamelijk het bijplaatsen van namen van gesneuvelde militairen die onterecht niet waren vermeld).

De cvdK doet mededeling van een incidentele subsidie die hij verleent aan de noodzakelijke actualisatie van de zuilen van het Nationaal Indië-monument 1945-1962.

Besluit

Gedeputeerde Staten besluiten:
1. om € 7.500 bij te dragen aan de onthulling van het Nationaal Holocaust Namenmonument en deze bijdrage ten laste te brengen van het GS-budget bijzondere uitgaven;
2. de cvdK te machtigen de bijdrage aan de onthulling van het Nationaal Holocaust Namenmonument met de organisatie gereed te maken; en
3. kennis te nemen van de mededeling van de cvdK dat hij een incidentele subsidie van €1.000 toekent uit het budget cvdK communicatie, aan de Stichting Nationaal Indië-monument 1945-1962 voor de noodzakelijke actualisatie van de zuilen van het Nationaal Indië-monument 1945-1962 in Roermond.

Essentie / samenvatting:
Eind 2020 vorderden Gedeputeerde Staten een verbeurde last onder dwangsom in bij een risicovol bedrijf in Nieuwegein. Het bedrijf tekende bezwaar aan. De Awb-adviescommissie van PS en GS heeft vastgesteld dat het bedrijf op meerdere punten niet de eigen veiligheidsvoorschriften heeft nageleefd. Andere bezwaargronden (verjaring, verzendingsprobleem) treffen evenmin doel, aldus de Awb-adviescommissie. Gedeputeerde Staten konden zich daarom terecht op het standpunt stellen dat het bedrijf de opgelegde last onder dwangsom had verbeurd. Volgens de Awb-adviescommissie zijn de bezwaren van het bedrijf ongegrond en is er daarom geen aanleiding tot het vergoeden van proceskosten. Gedeputeerde Staten nemen het advies over.

Besluit

Gedeputeerde Staten besluiten:
1.  het bezwaarschrift van Ecolab van 08-01-2021 tegen het invorderingsbesluit van 08-12-2020 als ongegrond aan te merken;
2.  de bestreden beschikking in stand te laten en geen proceskosten te vergoeden;
3.  de beslissing op bezwaar vast te stellen, te verzenden en voor de motivering te verwijzen naar het advies van de Awb-adviescommissie van PS en GS van 11 mei 2021.

Essentie/ samenvatting:
Door de Stichtingen Fauna4Life/Animal Rights is een bezwaarschrift ingediend tegen het besluit van 27 augustus 2020 waarbij aan de Faunabeheereenheid Utrecht ontheffing op basis van de Wet natuurbescherming is verleend voor verjagend afschot van spreeuwen in het kader van beheer- en schadebestrijding voor percelen met fruitteelt en olifantsgras.
De AWB-adviescommissie van PS en GS (hierna: de commissie) adviseert het bezwaar deels gegrond te verklaren en nader onderzoek te doen naar de effectiviteit en de rentabiliteit van netten om schade aan fruitpercelen door vogels (m.n. spreeuwen) te voorkomen. Ze adviseert verder dat, indien hieruit blijkt dat het aanbrengen van netten ter bescherming van fruitpercelen redelijkerwijs van de belanghebbende fruittelers kan worden verlangd, het bestreden besluit te herroepen en de gevraagde ontheffingen te weigeren.
Het advies om nader onderzoek te doen wordt niet opgevolgd nu, op basis van de huidige kennis en informatie, duidelijk is dat overnetting geen reëel alternatief voor ondersteunend afschot is. Een dergelijk onderzoek kan bovendien niet op korte termijn worden uitgevoerd. Naar aanleiding van het bezwaar wordt een quotum opgenomen voor het maximaal aantal te doden spreeuwen om zo te garanderen dat de staat van instandhouding niet zal verslechteren. Voor het overige worden de bezwaren ongegrond verklaard.

Besluit

Gedeputeerde Staten besluiten:
1. de bezwaren van de Stichtingen Fauna4Life/Animal Rights tegen het besluit van 27 augustus 2020, met kenmerk (Z-WNB-BSB-2020-0909), gedeeltelijk gegrond te verklaren en te vervangen door de bijlage bij dit besluit.
2. de afdoeningsbrief vast te stellen en te verzenden.

Essentie / samenvatting:
In de komende 10 tot 15 jaar wil de provincie Utrecht door intensivering van bestaande bedrijventerreinen extra ruimte voor bedrijven beschikbaar maken (streven 85 ha.). Zo is er 20-30% minder noodzaak voor de aanleg van en investering in nieuwe bedrijventerreinen, blijven er voldoende vestigingsmogelijkheden voor ondernemers en gaat men zorgvuldig en duurzaam om met de schaarse ruimte in de provincie Utrecht.

Hierbij blijft de vitaliteit van het lokale bedrijfsleven gewaarborgd en wordt de werkgelegenheid op bestaande bedrijventerreinen versterkt (met name voor bedrijven die niet te mengen zijn met andere functies). Ook is het gelijk opgaan van wonen en werken (ontwikkeling beroepsbevolking in verhouding tot beschikbaarheid van het aantal banen) een belangrijk uitgangspunt.

Het plan Toekomstbestendige Werklocaties en de organisatie van de benodigde middelen ligt nu voor ter besluitvorming. Het beschrijft de vraag hoe men kan toewerken naar voldoende geschikte en duurzame bedrijventerreinen in relatie tot andere ruimtelijke (en maatschappelijke) opgaven in de provincie Utrecht. Daarbij wordt ingegaan op de bijbehorende investeringsbehoefte en wat dat betekent voor de rol van de provincie en van onze partners, zoals ondernemers, vastgoedeigenaren, gemeenten en de Ontwikkelingsmaatschappij Utrecht (OMU).

Besluit

Gedeputeerde Staten besluiten:
1.het statenvoorstel ‘Aanpak Intensivering en Verduurzaming Bedrijventerreinen’ vast te stellen en voor te leggen ter besluitvorming aan Provinciale Staten, met in dit statenvoorstel de volgende beslispunten:

1.kennis te nemen van het plan ‘Toekomstbestendige Werklocaties - Plan van Aanpak (PvA) Intensivering en Verduurzaming Bestaande Bedrijventerreinen’ opgesteld door de Ontwikkelingsmaatschappij Utrecht (OMU) met de volgende doelstellingen en uitgangspunten:
a. door intensivering investeert de provincie in de economische waarde én in de maatschappelijke en ecologische waarde van bedrijventerreinen. Hierdoor worden belangrijke maatschappelijke baten gerealiseerd.
b. het aanpakken van onderbenutting, veroudering, oneigenlijk gebruik en ondermijning op bedrijventerreinen;
c. het stimuleren van verduurzaming van werklocaties door vergroening en het versterken van het klimaatadaptief vermogen, de biodiversiteit en de circulariteit.
d. het stimuleren van herontwikkeling van vastgoed op bedrijventerreinen die ten opzichte van het huidige vastgoed energiezuiniger zijn en waar energie kan worden opgewekt.
e. het doorbreken van marktfalen in de markt van bedrijventerreinen, vanwege: het ontbreken van financiële prikkels bij herontwikkeling, gebrek aan organisatiekracht en kennis om als bedrijfsleven, eigenaren en overheden samen herontwikkeling op te pakken, en veranderende marktomstandigheden.
f. het accommoderen van 20-30% van de behoefte aan extra ruimte voor bedrijventerreinen (ca. 85 hectare) door intensivering van vierkante meters werkvloeroppervlakte op de bestaande terreinen.
3.ontwikkelingsmaatschappij Utrecht (OMU) in te zetten als uitvoeringsorganisatie om in tien tot vijftien jaar de beoogde intensiveringsopgave van gemiddeld zes hectare per jaar ruimtewinst te realiseren. Hierbij wordt rekening gehouden met gemiddeld € 7,8 miljoen per jaar aan onrendabele investeringen (behorende bij ambitieniveaus 1 en 2 uit het Plan Toekomstbestendige Werklocaties).
4.ontwikkelingsmaatschappij Utrecht (OMU) maximaal € 30 miljoen aanvullende financiering te verschaffen voor een eerste periode van vier jaar (2022 t/m 2025) en zo het initiatief te nemen in de totale intensiveringsopgave van 10 tot 15 jaar. Deze aanvullende financiering:
a. is gericht op vergroting van het benodigde investeringsvermogen met € 30 miljoen voor de genoemde periode hoofdzakelijk gericht op uitvoering van ambitieniveau 1;
b. geeft ruimte tot het aangaan van onrendabele investeringen tot een bedrag van € 12 miljoen voor de genoemde periode van vier jaar.
c. kent voor € 18 miljoen een revolverend karakter , die zich vertaalt in een blijvende waarde van de aandelen OMU. Deze revolverendheid zal worden getoetst en verantwoord aan de nota financieringsbeleid.
5.drie jaar na de beschikbaarheid van extra kapitaal voor de OMU (eerste half jaar 2025) de aanpak van intensivering en verduurzaming bedrijventerreinen te evalueren, met daarbij een expliciet besluit om wel of niet door te gaan met een volgende tranche van financiering van het belegd vermogen of te stoppen.
6.ontwikkelingsmaatschappij Utrecht (OMU) te financieren door middel van een aanvullende storting van € 30 miljoen in het aandelenkapitaal van OMU, die zal worden overgemaakt in tranches. Daarnaast wordt gedurende vier jaar € 3 miljoen gedoteerd aan de ‘Reserve Afwaardering aandelen deelnemingen’. Deze dient ter afdekking van onrendabele investeringen door OMU, die naar verwachting gedurende vier jaar zullen oplopen tot € 12 miljoen. Bij het jaarlijks bepalen van de waarde van de aandelen OMU, wordt het eventuele verlies verrekend met de ‘Reserve afwaardering aandelen deelnemingen’.
7.Gedeputeerde Staten opdracht te geven om de mogelijke oprichting van een 100% dochteronderneming van de NV OMU door middel van een nieuwe vennootschap te onderzoeken. Het al dan niet oprichten is afhankelijk van:
a. de (on)mogelijkheden om een strikte scheiding te garanderen tussen economische en niet-economische activiteiten van OMU;
b. de mate waarin het oprichten van een dochteronderneming leidt tot nieuwe administratieve lasten.
8.de bestaande en nieuwe activiteiten van OMU aan te wijzen als ‘Diensten van Algemeen Economisch Belang’ (DAEB), zoals deze is vastgelegd in de Wet markt en overheid en in relatie tot de staatsteunregels.
9.de financiering van de activiteiten behorende bij de uitvoering van ambitieniveau 2 voor te leggen aan de Europese Commissie ter goedkeuring.
10.Gedeputeerde Staten opdracht te geven om met andere betrokken partijen (Ministerie van Economische Zaken, regio's, gemeenten, ondernemers en vastgoedeigenaren) te verkennen hoe en in welke mate zij in aanvulling op de inzet van de Ontwikkelingsmaatschappij Utrecht (OMU) extern financieel kunnen bijdragen aan de resterende onrendabele investeringen (gemiddeld € 7,8 – € 3,0 = € 4,8 miljoen per jaar).
11.de uitvoering van het Plan van Aanpak Intensivering en Verduurzaming Bestaande Bedrijventerreinen nauw af te stemmen op het Kader voor Regionale Programmering en op het Provinciaal Programma Wonen-Werken. Hierom worden jaarlijks programmeringsafspraken (in regionale programma’s) gemaakt met de regio’s U16, regio Amersfoort en regio Food Valley.
12.de voortgang op het intensiveren van bestaande bedrijventerreinen in de provincie goed te monitoren door middel van de jaarlijkse Vastgoedmonitor (C&W) en de jaarlijkse update bedrijventerreinenbestand IBIS (Integraal Bedrijventerreinen Informatie Systeem).
13.bij de begroting 2022 de egalisatiereserve ‘Reserve afwaardering aandelen deelnemingen’ in te stellen.

2.geheimhouding op te leggen op bijlage 5 (Onderzoek ‘Begroting zorgvuldig ruimtegebruik bedrijventerreinen Provincie Utrecht‘ (Metafoor)), op grond van artikel 10 WOB lid 2b en artikel 25 lid 1 Provinciewet.

.

Essentie / samenvatting:
Voor de jaren 2019-2020 wordt aan Provinciale Staten verzocht om de geheimhouding op te heffen op statenbrieven, statenvoorstellen en mondelinge mededelingen voor zover Provinciale Staten deze conform artikel 25 lid 3 bekrachtigd hebben.

Besluit

Gedeputeerde Staten besluiten:
1.de geheimhouding op te heffen van de volgende documenten:
- Advies voorkeursvariant Rondweg Oost, bijlage 10 (2019MME29)
- Principe besluit gebiedsraad O-gen opheffen werkorganisatie (2020RGW71))
- Statenbrief Copernicus project (2020BEM59)
- Concept accountantsverslag 2018 en 2019 (2020AC37)
2. de geheimhouding op te heffen van de volgende mondelinge mededelingen:
- Mededeling van gedeputeerde Strijk, door PS vastgesteld op 11-12-2020
- Mededeling van gedeputeerde Strijk, door PS vastgesteld op 15-01-2020

.

Essentie / samenvatting:
Het IPO bestuur vergadert op 10 juni 2021 en vanuit de provincie Utrecht is er een annotatie voor deze
bestuursvergadering opgesteld.

Besluit

Beslispunten:
Gedeputeerde Staten besluiten de annotatie over de volgende punten vast te stellen:
1. 2a ‘Kaderbrief 2022’, met inachtneming van de opmerkingen in het advies;
2. 2b. ‘Werksessie integrale weging begroting 2022’;
3. 2c. ‘Inzet tijdens de formatie’;
4. 3a. ‘Reactie IPO-bestuur leidraad best practices’.

Essentie / samenvatting:
Arbeidsmigranten zijn van wezenlijk belang voor de economie in onze provincie. Ruim 7.600 Utrechtse bedrijven werken met arbeidsmigranten. Dit zijn voornamelijk bedrijven in de horecasector, uitzendbranche, groothandel en detailhandel. Arbeidsmigranten krijgen veel te maken met misstanden op het gebied van combinatiecontracten voor wonen, werk en zorg, onwenselijke woonsituaties, malafide uitzendorganisaties etc.
Specifiek over de woonsituatie van arbeidsmigranten in de Utrechtse gemeenten is vervolgonderzoek gedaan door Companen/Decisio. Dit onderzoek is nu opgeleverd en bevat een aantal waardevolle conclusies en aanbevelingen voor een vervolgaanpak. In het rapport wordt onder meer gesteld dat bestaande woonlocaties vaak ongeschikt zijn, gelet op de veiligheidssituatie, leefbaarheid of regelgeving. Daar komt bij dat vanwege een verwachte jaarlijkse groei van het aantal in de provincie werkzame arbeidsmigranten tussen 3,6% en 4,6%, tot 2030 nog eens behoefte is aan 11.835 extra woonplekken.
Met een statenbrief worden Provinciale Staten geïnformeerd over de uitkomsten van het rapport, en de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de aanbevelingen.

Besluit

Gedeputeerde Staten besluiten de statenbrief ‘rapport huisvesting arbeidsmigranten’ vast te stellen en samen met het rapport ‘Arbeidsmigranten in de Utrechtse gemeenten’ en het rapport ‘Geen tweederangsburgers’ toe te zenden aan Provinciale Staten.

Essentie / samenvatting:
Het programma Invoering Omgevingswet heeft de ambitie om bij de invoering van de Omgevingswet als organisatie ‘omgevingswetproof’ te zijn. Bijgaand treft u de Statenbrief aan over de voortgang van het programma Omgevingswet. In deze brief staat de stand van zaken van de voortgang op vijf onderdelen:

  1. Landelijke ontwikkelingen
  2. Omgevingsvisie, omgevingsverordening en programma’s
  3. Vergunningverlening, toezicht en handhaving
  4. Digitaal Stelsel Omgevingswet
  5. Aanpassen manier van werken
Besluit

Gedeputeerde Staten besluiten de Statenbrief Voortgang programma Omgevingswet vast te stellen en ter informatie naar Provinciale Staten te verzenden.

Essentie / samenvatting:
GS hebben op 25 mei jl. het Ontwerp Provinciaal Programma Wonen en werken en de bijbehorende planMER vastgesteld. Ten behoeve van de planMER is begin 2021 een Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) vastgesteld, die ter inzage heeft gelegen. De drie ontvangen zienswijzen en de reactie daarop zijn verwerkt in een Nota van beantwoording. Tevens heeft de commissie m.e.r. advies uitgebracht over de NRD. Deze beide stukken zijn betrokken bij het opstellen van de planMER.

Besluit

Gedeputeerde Staten besluiten:
1. de Nota van Antwoord zienswijzen NRD Provinciaal Programma Wonen en werken vast te stellen;
2. kennis te nemen van het advies van de commissie m.e.r. over de reikwijdte en het detailniveau van het milieueffectrapport
3. de statenbrief 'Nota van Antwoord Notitie Reikwijdte en Detailniveau planMER Programma Wonen en werken' vast te stellen en ter informatie toe te zenden aan Provinciale Staten

Essentie / samenvatting:
In het kader van het Programma Natuur heeft het Rijk voor de jaren 2021-2023 € 600 miljoen ter beschikking gesteld aan de provincies voor natuurplannen. Hiertoe is op 22 april jl. de Regeling specifieke uitkering Programma Natuur gepubliceerd. Op basis van die regeling heeft de Provincie Utrecht een aanvraag ingediend om een beroep te doen op de voor Utrecht beschikbare middelen van ruim € 17,4 miljoen, inclusief bijna €630.000 voor boscompensatie. De aanvraag omvat het maatregelenpakket voor de jaren 2021-2023 om de
condities te realiseren die nodig zijn voor een gunstige staat van instandhouding van stikstofgevoelige soorten en habitats. Daarbij ligt de focus op de overbelaste, stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. De aanvraag geeft inzicht in de beoogde besteding en verdeling van die middelen. Ook geeft het een beschrijving van de strategie voor de eerste fase (2021-2023) en de tweede fase (2024-2030) van de provinciale uitvoering van het Programma Natuur. Het maatregelenpakket is tot stand gekomen in nauw overleg met de gebiedspartners.

Besluit

Gedeputeerde Staten besluiten de Statenbrief ‘Aanvraag Regeling SPUK Programma Natuur’ vast te stellen en ter informatie toe te zenden aan Provinciale Staten.

Essentie / samenvatting:
De provincie Utrecht is opdrachtgever voor de kavelruil Kamerik-Harmelen. Het eerste ruilplan, dat op andere ruilplannen vooruitloopt i.v.m. vrijwillige verkoop van alle gronden en gebouwen van een melkveehouderij in het gebied, is gereed. Het ruilplan wordt vastgelegd in een ruilovereenkomst.
Het ruilplan voldoet aan de doelstellingen van de kavelruil, namelijk verbeteren van de landbouwstructuur, afremmen bodemdaling en uitbreiden weidevogelbeheer. Met het ruilplan wordt ook ruim 13 ha nieuwe natuur gerealiseerd in natuurgebied Ruygenborg (Nieuwkoop, Zuid-Holland).
Gelet op de bereikte resultaten van het eerste ruilplan én het positieve advies van de Kavelruilcommissie Ka-merik-Harmelen, wordt aan Gedeputeerde Staten gevraagd akkoord te gaan met de verkoop van 27,4 ha pro-vinciaal grondbezit. Tevens wordt aan Gedeputeerde Staten gevraagd akkoord te gaan met de toedeling van 6,4 ha ruilgrond in de ruilovereenkomst ten behoeve van het vervolg van de kavelruil. Om de ontsluiting van zowel het te verkopen als het overblijvende bezit te verbeteren wordt 0,0220 ha aangekocht gelegen tegen de N198.

Besluit

Gedeputeerde Staten besluiten:
1. akkoord te gaan met het eerste ruilplan van de kavelruil Kamerik-Harmelen;
2. akkoord te gaan met de inbreng (verkoop) in de kavelruil Kamerik-Harmelen van totaal ca. 27.37.40 ha provinciale grond tegen de getaxeerde waarde;
3. akkoord te gaan met de toedeling (aankoop) ten behoeve van het vervolg van de kavelruil Kamerik-Harmelen van in totaal ca. 6.43.58 ha tegen de getaxeerde waarde;
4. akkoord te gaan met de aankoop van 0.02.20 ha grond om als ontsluiting te dienen voor het overblijvende provinciaal bezit;
5. team GEB opdracht te geven om deze transacties te begeleiden en te laten plaatsvinden binnen de ka-ders van de vastgestelde Nota grondbeleid 2020 en het Uitvoeringskader grondbeleid 2020 en de notariële en kadastrale afhandeling te verzorgen.

Essentie / samenvatting:
De gemeente De Ronde Venen heeft een brief gestuurd in het kader van de toekomstige samenwerking van de Recreatieschappen. In die brief wordt gevraagd hoe de provincie aankijkt tegen het verstrekken van middelen voor het recreatiegebied de Vinkeveense Plassen wanneer de gemeente zelfstandig deze taak op zich neemt en geen deel uitmaakt van de nieuw op te stellen samenwerking. Door Provinciale Staten is een kaderstelling voor de governance van de Recreatieschappen vastgesteld op 14 april 2021. Hierin is opgenomen dat voor de provinciale bijdrage er sprake moet zijn van samenwerking.

Besluit

Gedeputeerde Staten besluiten de brief aan het college van burgemeester en wethouders van de gemeente De Ronde Venen, Financiële bijdrage provincie bij nieuwe samenwerking Recreatieschappen, kenmerk 8226862B, vast te stellen en aan hen toe te zenden.

Essentie / samenvatting:
Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (hierna: RVO) heeft op 5 juli 2016 aan Stichting Portaal (hierna:
stichting) een ontheffing verleend op grond van de toenmalige Flora- en faunawet, thans artikel 3.8 van de Wet natuurbescherming (hierna: Wnb), voor het project ‘Oude Geinlaan’ en voor de sloop van een complex aan de Linschotensingel en Vronesteinlaan te Utrecht. Sinds 31 maart 2021 is deze ontheffing verlopen. Vanwege COVID-19 en de tijdelijke wet ‘Verlenging tijdelijke huurcontracten’, hadden de bewoners van het complex langer de tijd om een alternatieve woonruimte te vinden. Om voornoemde redenen is de sloop van het complex uitgesteld. De stichting heeft op 6 april 2021 een schriftelijk verzoek ingediend bij de RUD Utrecht om zonder geldige ontheffing het complex te kunnen slopen. Vanwege deze bijzondere uitzonderlijke situatie, waar sprake is van overmacht, wordt aan GS voorgesteld in te stemmen met het verzoek om onder voorwaarden niet te handhaven tegen de stichting vanwege het zonder geldige ontheffing op grond van de Wnb slopen van een complex aan de Linschotensingel en Vronesteinlaan te Utrecht. Er worden wel de volgende voorwaarden aan de sloop verbonden:
- De mitigerende maatregelen uit de ontheffing van 5 juli 2016 blijven van kracht.
- De sloop kan pas na 15 juli 2021 uitgevoerd worden.
- Een ecoloog begeleidt de werkzaamheden.
- Monitoring vindt drie jaar plaats.

Besluit

Gedeputeerde Staten besluiten:
1. onder het stellen van voorwaarden geen handhavingstraject te starten tegen de stichting vanwege het zonder geldige ontheffing slopen van het complex.
2. de voorwaarden worden middels voorschriften in de gedoogbeslissing vastgelegd.
3. in te stemmen dat de RUD Utrecht namens GS hierover een besluit neemt.

Essentie / samenvatting:
De SGP fractie heeft de vraag gesteld of GS bereid is aan de eerder geformuleerde voorwaarden vast te houden waaronder GS bereid is om af te wijken van de beleidsregels voor natuur en landschap in verband met de ontwikkeling van landgoed Paleis Soestdijk.

Besluit

Gedeputeerde Staten besluiten de beantwoording van de schriftelijke vragen ex at. 47 van het Reglement van Orde Provincie Utrecht van het Statenlid de heer Van den Dikkenberg van de SGP betreffende “Paleis Soestdijk” d.d. 25-05-2021 vast te stellen en te verzenden.