Ga naar de inhoud van deze pagina Ga naar het zoeken Ga naar het menu
Vorige pagina

GS-Besluiten

dinsdag 23 maart 2021

09:30 - 12:30
Locatie

16.30

Voorzitter
J.H. Oosters

Agendapunten

  1. 0.07.H

    Essentie/ samenvatting:
    Ondernemers die groenafval (snoeihout, takken, boomstobben) willen toepassen voor het dempen van sloten of perceelsverbetering lopen al geruime tijd tegen een wettelijk probleem op. Sinds begin 2019 valt toepassing van groenafval onder een landelijke vrijstellingsregeling. Lastig is, dat groenafval nu alléén toegepast mag worden binnen een afstand van maximaal 5 kilometer van de plaats van herkomst. In de praktijk werkt dat niet en vallen er veel ontheffingvrije toepassingsmogelijkheden af. Toepassing van groenafval buiten de 5 km zone is nu ontheffingplichtig op grond van de Wet milieubeheer. De provincie had nog geen praktische set toetsingscriteria voor het onderbouwd kunnen beoordelen van aanvragen om ontheffing. Daarom hebben Gedeputeerde Staten nu een (in overleg met de Utrechtse waterschappen opgesteld) ‘Toetsingskader toepassing groenafval provincie Utrecht 2021’ vastgesteld.

    Besluit

    Gedeputeerde Staten besluiten:
    1. het ‘Toetsingskader toepassing groenafval provincie Utrecht 2021’ met de bijbehorende Statenbrief vast te stellen;
    2. de Statenbrief toe te zenden aan Provinciale Staten;
    3. het ‘Toetsingskader toepassing groenafval provincie Utrecht 2021’ in het Provinciaal Blad bekend te maken.

  2. 0.12.H

    Essentie/samenvatting:
    Op 18 november 2020 hebben Provinciale Staten het Programma Versnelling Woningbouw 2021-2024 vastgesteld. Dit heeft geleid tot een nieuwe Uitvoeringsverordening Subsidie Versnelling Woningbouw die op 15 december 2020 is vastgesteld door het college van Gedeputeerde Staten met een nog nader te bepalen datum van inwerkingtreding. Deze datum sluit aan op de inwerkingtreding van de Omgevingsvisie Provincie Utrecht omdat de uitvoeringsverordening uitvoering geeft aan het omgevingsbeleid zoals verwoord in de Omgevingsvisie. Omdat de publicatiedatum van de Omgevingsvisie in december 2020 nog niet vaststond, is besloten om de subsidieverordening op een nader te bepalen tijdstip in werking te laten treden. Op 10 maart 2021 hebben de Provinciale Staten de Omgevingsvisie vastgesteld. De Omgevingsvisie treedt op 1 april 2021 in werking, wat tot gevolg heeft dat de Uitvoeringsverordening Subsidie Versnelling Woningbouw ook per 1 april 2021 in werking treedt.

    Besluit

    Gedeputeerde Staten besluiten:
    1. het wijzigingsbesluit van de Uitvoeringsverordening Subsidie Versnelling Woningbouw vast te stellen, betreffende artikel 14 “Inwerkingtreding” waar de datum is aangepast naar 1 april 2021.
    2. het wijzigingsbesluit en de Uitvoeringsverordening Subsidie Versnelling Woningbouw te publiceren.

  3. 0.13.H

    Essentie / samenvatting:
    DELTA Fiber is gestopt met de aanleg van snel internet in het buitengebied. Hoewel het netwerk in een groot deel van de provincie wel is aangelegd, kan het nu in een aantal delen
    niet meer gerealiseerd worden.

    Besluit

    Gedeputeerde Staten besluiten de beantwoording van de schriftelijke vragen ex art. 47 van het Reglement van Orde Provincie Utrecht van het Statenlid Boswijk van het CDA betreffende glasvezel Utrecht-West vast te stellen en te verzenden.

  4. 0.14.H

    Essentie/samenvatting:
    De gemeente Woudenberg heeft duidelijk aangegeven dat zij niet investeert in de snelfietsroute Amersfoort-Veenendaal, geen intentieovereenkomst tekent en daarmee niet de onderzoeksfase start. Er kan geen snelfietsroute onderzocht en gerealiseerd worden als één van de betrokken gemeenten niet meedoet. Daarom is ervoor gekozen de potentie van andere snelfietsroutes te onderzoeken. Dit past binnen het vastgestelde beleid.

    Besluit

    Gedeputeerde Staten besluiten de beantwoording van de schriftelijke vragen ex art. 47 van het Reglement van Orde Provincie Utrecht van het Statenfractie SGP betreffende de snelfietsroute Amersfoort-Veenendaal vast te stellen en te verzenden.

  5. 0.15.H

    Essentie/samenvatting:
    Een afvalverwerkingsbedrijf in de gemeente Bunschoten loost afvalwater dat met enige regelmaat niet geheel voldoet aan de in de omgevingsvergunning vastgelegde normering. Het bedrijf verbeurde om die reden al twee lasten onder dwangsom. Tegen een recent opgelegde derde last onder dwangsom is bezwaar gemaakt. De Awb-adviescommissie van PS en GS heeft vastgesteld dat Gedeputeerde Staten een oplossing in der minne hebben voorgesteld. Het bedrijf kan zich in dat voorstel vinden. Gedeputeerde Staten besluiten om de bestreden beschikking in zoverre te herroepen dat slechts éénmaal per week verbeurte van de dwangsom kan plaatsvinden. Voorts wordt besloten om de in de beschikking genoemde begunstigingstermijn vanwege de recent geïnstalleerde nieuwe bedrijfsafvalwatertechniek te verlengen tot en met jl. 21 januari 2021.

    Besluit

    Gedeputeerde Staten besluiten:
    1. het bezwaarschrift van 23 november 2020 tegen de bestreden derde last onder dwangsom als gegrond aan te merken;
    2. de bestreden last onder dwangsom in zoverre te herroepen dat met terugwerkende kracht slechts éénmaal per kalenderweek verbeurte van dwangsom kan plaatsvinden, en voorts de begunstigingstermijn te verlengen tot en met jl. 21 januari 2021;
    3. de beslissing op bezwaar vast te stellen, te verzenden en voor de motivering te verwijzen naar het advies van de Awb-adviescommissie van PS en GS van 9 februari 2021.

  6. 0.18.H

    Op 9 februari jl. zijn Gedeputeerde Staten in een BBOT in gesprek gegaan met de PCL over het werkprogramma 2021 dat de PCL voornemens is te gaan uitvoeren. Van dit BBOT heeft de PCL een verslag gemaakt dat zij aan GS wil aanbieden.

    Besluit

    Gedeputeerde Staten nemen het C-stuk 'Verslag BBOT bespreking werkprogramma 2021 PCL' voor kennisgeving aan.

  7. 01A
    Besluitenlijst GS-vergadering d.d. 16 maart 2021
  8. 03

    Essentie/samenvatting:
    De coronacrisis heeft grote impact op het OV. De reizigersinkomsten zijn sterk teruggelopen. Recent werd duidelijk dat de situatie nijpender wordt, omdat het Rijk voornemens is om per 1 oktober 2021 te stoppen met vergoeden van de derving. Continueren van de dienstregeling leidt tot en met 2025 tot grote tekorten, die kunnen oplopen in het worst case scenario tot ongeveer 100 miljoen euro. Zonder Rijkssteun zal dit tekort door provincie en vervoerbedrijven ‘opgelost’ moeten worden. Landelijk is afgesproken dat de decentrale OV autoriteiten in april transitieplannen presenteren, waarin staat hoe we de continuïteit van het regionale OV de komende jaren gaan borgen met een gezonde businesscase, maar ook met de ambities om OV een belangrijke rol te laten spelen bij gezonde verstedelijking en de mobiliteitstransitie. Een extra afschaling van de dienstregeling is in alle scenario’s noodzakelijk. De eerste stap hiertoe begint al in de tweede helft van 2021 door beperkte verdere afschaling en door aanspreken van het weerstandsvermogen in de begroting.

    Besluit

    Beslispunten:
    Gedeputeerde Staten besluiten:
    1. tot het opstellen van een transitieplan voor financieel gezonde OV-concessies, dat in mei 2021 ter besluitvorming aan GS voorgelegd wordt. Dit transitieplan bevat de uitgangspunten voor het verlengingsplan van de concessies tot en met 2025, het vervoerplan 2022, inbegrepen het worst case scenario (extra afschaling dienstregeling met circa 30%), en het tarievenplan 2022;
    2. een extra beperkte afschaling van 2% van de dienstregeling in de tweede helft van 2021 voor te bereiden, en om het resterende negatieve exploitatieresultaat over 2021 te compenseren vanuit het gereserveerde weerstandsvermogen, waar met dit risico rekening gehouden is;
    3. de Statenbrief vast te stellen en te verzenden.

  9. 04

    Essentie/samenvatting:
    In 2021 stelt de provincie samen met de gemeenten in de provincie Utrecht en Rijkswaterstaat Midden-Nederland een Regionaal Mobiliteitsprogramma (RMP) op. Dit is een gevolg van de afspraken uit het Klimaatakkoord. Met deze Statenbrief worden Provinciale Staten geïnformeerd over de opzet van het RMP.

    Besluit

    Gedeputeerde Staten besluiten de statenbrief ’Regionaal Mobiliteitsprogramma’ vast te stellen en te versturen aan provinciale staten.

  10. 05

    Essentie/samenvatting:
    Voor PFAS bestaat t.a.v. bodemsanering (nog) geen landelijk normenkader. Op basis van de vaststelling van indicatieve niveaus van ernstige bodemverontreiniging (INEV’s) door het RIVM is het bestaande tijdelijk beleid voor de verontreiniging met PFAS uit 2019 aangepast zodat wordt aangesloten bij deze INEV’s. Bij het beoordelen of een bodemsanering noodzakelijk is in het kader van de Wet Bodembescherming zal dit beleid worden gehanteerd. Voor PFOS wordt de interventiewaarde in grond 110 µg/kg en voor PFOA 1.100 µg/kg. Voor grondwater wordt een onderscheid gemaakt in grondwaterbeschermings- en waterwingebieden en gebieden daarbuiten. Binnen grondwaterbeschermings- en waterwingebieden is de interventiewaarde voor PFOS 0,2 µg/l en voor PFOA 0,39 µg/l. Buiten grondwaterbeschermings- en waterwingebieden wordt een interventiewaarde van 56 µg/l voor PFOS en 170 µg/l voor PFOA gehanteerd.

    Besluit

    Gedeputeerde Staten besluiten:
    1. de Beleidsregel PFAS provincie Utrecht 2021 vast te stellen;
    2. de statenbrief vast te stellen en ter informatie toe te zenden aan Provinciale Staten.

  11. 06

    Essentie / samenvatting:
    Tot 2040 is er vraag naar rond de 100.000 extra woningen in de regio’s Arnhem-Nijmegen (60.000 woningen) en FoodValley (40.000 woningen). Daarom zijn Rijk, provincie Gelderland en gemeenten een proces van ontwerpend onderzoek gestart om te komen tot een integrale regionale verstedelijkingsstrategie 2020-2040. In die verstedelijkingsstrategie wordt de woonopgave gekoppeld aan opgaven van verduurzaming van economie, bereikbaarheid en kwaliteit van de leefomgeving (groen, energietransitie en klimaatadaptatie). Omdat de gemeenten Renswoude, Rhenen en Veenendaal binnen de provincie Utrecht liggen en vanwege de samenhang met het Ontwikkelbeeld 2030-2040 regio Amersfoort, is de provincie Utrecht ambtelijk en bestuurlijk betrokken. Afgelopen jaar is benut om een contourennotitie op- en vast te stellen waarin de bouwstenen en bijbehorende uitgangspunten zijn vastgelegd. Ook is met behulp van het Dashboard Verstedelijking van het College van Rijksadviseurs op hoofdlijnen een inschatting gemaakt van wat de effecten zouden zijn als de verstedelijking via een geconcentreerde stedelijke ontwikkeling; polycentrische ontwikkeling en regionale spreiding zou voltrekken. Het concept van de verstedelijkingsstrategie zal ter bespreking worden voorgelegd op het Bestuurlijk Overleg (BO) Leefomgeving Oost (20 mei 2021) en moet leiden tot een
    verstedelijkingsakkoord in het najaar. Dit verstedelijkingsakkoord zal worden vastgesteld in de BO’s MIRT Oost en Noordwest najaar 2021. Rondom de verschillende BO’s worden de colleges van B&W en GS, de gemeenteraden en PS op verschillende momenten geïnformeerd en om besluiten gevraagd. Met bijgevoegde Statenbrief worden PS van Utrecht hiervan op de hoogte gebracht.

    Besluit

    Gedeputeerde Staten besluiten:
    1. de Statenbrief ‘Verstedelijkingsstrategie Arnhem-Nijmegen-Foodvalley’ vast te stellen en de Statenbrief ter informatie naar Provinciale Staten te sturen;
    2. Gedeputeerde Van Muilekom het mandaat te geven om de in de Statenbrief opgenomen planning eventueel aan te passen op basis van de bespreking daarvan in het bestuurlijk kernteam Verstedelijkingsstrategie Arnhem-Nijmegen-Foodvalley van 11 maart 2021.

  12. 08

    Essentie/samenvatting:
    Uit de ontvangen inschrijvingen voor de lopende aanbesteding van de Spooromlegging Nieuwegein City blijkt dat het beschikbare krediet naar alle waarschijnlijkheid niet voldoende is. Dit risico van overschrijding van de raming ten gevolge van de spanning op de aanbestedingsmarkt voor civiele projecten is voorzien binnen het project VRT. Daarom heeft Gedeputeerde Staten in april 2019 besloten een Bestuurlijk Onvoorzien van € 2,0 miljoen in stand te houden voor het marktrisico van het deelproject Nieuwegein City en dit onder aansturing van Gedeputeerde Staten te plaatsen. Gedeputeerde Staten wordt gevraagd een deel van dit Bestuurlijk Onvoorzien nu vrij te geven en geheimhouding op te leggen op de financiële bijlage totdat de gunning voor het werk onherroepelijk is en het contract is ondertekend.

    Besluit

    Gedeputeerde Staten besluiten:
    1. De eerder gevormde risicoreservering Bestuurlijk Onvoorzien ten behoeve van de gunning vrij te geven zoals opgenomen in “Bijlage 1 Financiële onderbouwing vrij te geven Bestuurlijk Onvoorzien”.
    2. Op grond van art. 55, eerste lid, van de Provinciewet in samenhang met het belang genoemd in art. 10, tweede lid sub b, van de Wet openbaarheid van bestuur, geheimhouding op te leggen op “Bijlage 1 Financiële onderbouwing vrij te geven Bestuurlijk Onvoorzien”, totdat de gunning voor het werk onherroepelijk is en het contract is ondertekend, omdat deze marktinformatie bevat.

  13. 09

    Essentie / samenvatting:
    In de bestuurlijke planning van de P&C documenten is een extra Voorjaarsrapportage 2021 opgenomen. De Voorjaarsrapportage wordt besproken in PS van 7 juli 2021. De uitgangspunten voor de Voorjaarsrapportage worden aan GS ter besluitvorming voorgelegd.

    Besluit

    Gedeputeerde Staten besluiten:
    1. in te stemmen met de uitgangspunten voor de Voorjaarsrapportage 2021 dat over de volgende zaken wordt gerapporteerd;
    - Voortgang Covidreserve en stelpost 2% vertragingsfactor;
    - Verwerken bestemmingsvoorstellen, circulaires en technisch neutrale aanpassingen;
    - Verwerken Statenvoorstellen met financiële consequenties;
    - Aanpassing Staat van Begrotingssubsidies;
    - Aanpassing Meerjareninvesteringsplan;
    - Ontwikkelingen die om directe bijsturing vragen;
    - Gevolgen Coronavirus.
    2. als coördinerend portefeuillehouder Robert Strijk te benoemen.

  14. 10

    Essentie / samenvatting:
    Het CMT werkt aan versterking van de organisatie en de werkprocessen waarbij het voortbouwt op de ingeslagen koers waarin o.a. opgavegericht werken en verschillende verbeterprogramma’s een plek hebben gevonden. Het is goed om regelmatig stil te staan bij de vraag of die koers tot de gewenste resultaten leidt en/of bijstelling nodig is. Het CMT heeft de verschillende onderwerpen die van het belang zijn voor het functioneren van de organisatie bezien, en bekeken hoe bij de opgaven het beste tot resultaat kan worden gekomen; zich daarbij bewust zijnde van de door veel medewerkers ervaren hoge werkdruk. Het signaal van teamleiders, sommige opgavemanagers, programmamanagers en de resultaten uit het Medewerkerstevredenheidsonderzoek (MTO) vragen om een duidelijker koersbepaling (wat doen we wel, wat doen we minder en wat doen we niet) en om heldere sturingslijnen. Daarnaast vraagt het college om duidelijkheid omtrent verantwoordelijkheden en vraagt het van het CMT dat het concernbreed stuurt op het behalen van de doelen en opgaven uit het coalitieakkoord. Het voorstel is daarop een antwoord.

    Besluit

    Gedeputeerde Staten besluiten:
    1. kennis te nemen van de notitie “Een opgavegerichte organisatie in ontwikkeling”;
    2. goedkeuring te geven aan de in de notitie “Een opgavegerichte organisatie in ontwikkeling” voorgestelde wijziging in de sturing, waarbij de ambtelijke verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de opgaven wordt ondergebracht bij de algemeen directeur of een concernmanager en dus hetzelfde wordt als voor de uitvoering van de lijnwerkzaamheden;
    3. de provinciesecretaris opdracht te geven tot het aanpassen van het organisatiebesluit en het mandaatbesluit secretaris aan de nieuwe sturingslijn.

  15. 11

    Essentie/samenvatting:
    De Beleidsregels natuur en landschap (hierna: BNL) zijn de vaste gedragsregels en nader toetsingskader voor de uitvoering van verschillende onderdelen van de Wet natuurbescherming en de Verordening natuur en landschap provincie Utrecht 2017 (hierna: VNL). Deze laatste verordening zal met de inwerkingtreding van de interim Omgevingsverordening op 1 april 2021 worden ingetrokken; de regels in de VNL zullen opgaan in hoofdstuk 6 van de interim Omgevingsverordening. De beleidsregels voor zover die zijn gebaseerd op de VNL worden met deze wijziging “onder” hoofdstuk 6 van de interim Omgevingsverordening gehangen en deze worden technisch afgestemd op die verordening. Aanvullend worden de artikelen uit de beleidsregels die nog zien op de niet meer geldende PAS, geschrapt.

    Besluit

    Gedeputeerde Staten besluiten:
    1. de “Beleidsregels natuur en landschap provincie Utrecht 2017” te wijzigen zoals vermeld in het besluit tot technische wijziging opgenomen als bijlage 1;
    2. de portefeuillehouder te machtigen tot het aanbrengen van tekstuele en redactionele wijzigingen;
    3. het besluit tot wijziging van deze beleidsregels te publiceren in het Provinciaal Blad.