Ga naar de inhoud van deze pagina Ga naar het zoeken Ga naar het menu
Vorige pagina

GS-Besluiten

dinsdag 30 maart 2021

09:30 - 13:15

Locatie
Teams vergadering
Voorzitter
J.H. Oosters

Agendapunten

Essentie/samenvatting:
Met het onvoorziene vertrek van de heer A. Bolderdijk, wethouder van de gemeente Woerden, op 2 januari 2021, eindigt ook zijn lidmaatschap van de kavelruilcommissie Kamerik-Harmelen. Op basis van het Instellingsbesluit Provincie Utrecht Kavelruilcommissie Kamerik-Harmelen, is het, indien wijziging van de leden noodzakelijk is, aan Gedeputeerde Staten om het huidige lid uit de functie te ontheffen en een nieuw lid te benoemen. De kavelruilcommissie Kamerik-Harmelen draagt de heer A. de Regt, wethouder van de gemeente Woerden, bij Gedeputeerde Staten voor als lid van de kavelruilcommissie Kamerik-Harmelen. Op basis van het Instellingsbesluit is het aan Gedeputeerde Staten om het voorgedragen lid goed dan wel af te keuren.

Besluit

Gedeputeerde Staten besluiten:
1. de heer A. Bolderdijk te ontheffen uit zijn functie als lid van de kavelruilcommissie Kamerik-Harmelen;
2. de voordracht door de kavelruilcommissie Kamerik Harmelen van de heer A. de Regt, wethouder van de gemeente Woerden, als lid van de kavelruilcommissie, goed te keuren en hem als zodanig te benoemen;
3. het bestaande instellingsbesluit in te trekken en een herzien instellingsbesluit te publiceren.

Essentie / samenvatting:
In het stationsgebied Utrecht wordt al sinds 2001 door publieke en private partijen samengewerkt aan de feitelijke en beleefde veiligheid en leefbaarheid. In het toezichtarrangement stationsgebied Utrecht 2021-2026 leggen de deelnemende partijen globale afspraken met elkaar vast over samenwerking en eventuele opschaling op het gebied van sociale veiligheid in het stationsgebied van Utrecht. Meerwaarde van dit arrangement ligt in de praktische samenwerking van de partijen die actief zijn in dit gebied en de helderheid van verantwoordelijkheid en rolverdeling voor sociale veiligheid

Besluit

Gedeputeerde Staten besluiten het convenant Toezichtarrangement Stationsgebied Utrecht 2021-2026 vast te stellen en aan te gaan.

Essentie / samenvatting:
JA21 heeft vervolgvragen gesteld over het streven van 50% lokaal eigendom bij grootschalige opwek van hernieuwbare energie en vragen over de visualisatie van de Regionale Energie Strategieën (RES) door website RESinbeeld.

Besluit

Gedeputeerde Staten besluiten de beantwoording van de schriftelijke vragen ex art. 47 van het Reglement van Orde Provincie Utrecht van het Statenlid Fiscalini van JA21 over RES, vast te stellen en te verzenden.

Essentie/samenvatting:
Voor het plan om de carpoolplaats Maartensdijk uit te breiden moeten houtopstanden verwijderd worden.
Door de provincie is daartoe bij de gemeente De Bilt een omgevingsvergunning aangevraagd. De gemeente De Bilt heeft besloten de vergunningverlening voor de kap van bomen te weigeren. De provincie heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit.
Na ambtelijk overleg met de gemeente wordt voorgesteld het bezwaar van de provincie van 4 januari 2021 in te trekken. De gemeente heeft expliciet aangegeven dat indien de provincie een nieuwe aanvraag indient voor de kap, zij deze in behandeling neemt. Daarbij benadrukt de gemeente dat ook zij het belang ziet van de uitbreiding van de carpoolplaats.
In de eerstvolgende raadsvergadering wordt een gewijzigde APV besproken. Als deze wordt vastgesteld behoeft voor het uitbreidingsplan carpoolplaats Maartensdijk géén omgevingsvergunning voor de activiteit ‘Kappen’ meer te worden aangevraagd.
Gezien bovenstaande toezegging van de gemeente een nieuwe aanvraag in behandeling te nemen en gezien de mogelijke wijziging van de APV, is het doorzetten van de bezwaarprocedure niet meer van belang.

Besluit

Gedeputeerde Staten besluiten:
1. het bezwaar, tegen het besluit van burgemeester en wethouders van De Bilt tot het weigeren van een omgevingsvergunning ten behoeve van het uitbreiden van een carpoolplaats te Maartensdijk langs de N234, in te trekken.
2. de brief inzake het intrekken van het bezwaar vast te stellen en te versturen naar het college van burgemeester en wethouders van De Bilt.

Essentie/samenvatting:
Gedeputeerde Staten hebben in augustus 2020 een ontheffing verleend aan de Stichting Faunabeheereenheid Utrecht voor het op grond van de Wet natuurbescherming jaarrond mogen doden van reeën gedurende de looptijd van het Faunabeheerplan 2019-2025. Dit in verband met de verkeersveiligheid, het voorkomen van schade aan landbouwgewassen en het voorkomen van onnodig lijden van zieke en gebrekkige dieren. Stichting Fauna4Life en Stichting Animal Rights hebben tezamen bezwaar aangetekend. Het blijkt dat het argument van gewasbescherming abusievelijk is gehanteerd. De Awb-adviescommissie van PS en GS meent dat de overige argumenten van Gedeputeerde Staten goed en aantoonbaar zijn onderbouwd en dat er van disproportionaliteit geen sprake is. De Awb-adviescommissie adviseert om het bestreden besluit in de beslissing op bezwaar te herroepen op het punt dat de ontheffing mede is verleend met het oog op bescherming van landbouwgewassen, en het bestreden besluit voor het overige in stand te laten. Gedeputeerde Staten volgen het advies op.

Besluit

Gedeputeerde Staten besluiten:
1. het bezwaarschrift van Fauna4Life en Animal Rights gegrond te verklaren voor zover het betreft de argumentatie in de ontheffing in relatie tot bescherming van landbouwgewassen;
2. in de beslissing op bezwaar de onder beslispunt 1. genoemde onjuistheid te herstellen en om het bestreden besluit voor het overige in stand te laten;
3. de beslissing op bezwaar vast te stellen, aangetekend te verzenden en voor de motivering te verwijzen naar het advies van de Awb-adviescommissie van PS en GS van 7 december 2020.

Essentie / samenvatting:
Door de stichtingen Fauna4Life/Animal Rights en De Faunabescherming zijn bezwaarschriften ingediend tegen het besluit van 31 augustus 2020 met kenmerk Z-WNB-BSB-2020-0901, waarbij aan de Faunabeheereenheid Utrecht een ontheffing op basis van de Wet natuurbescherming (hierna: Wnb) is verleend voor doden van vossen (Vulpes vulpes). De Awb-adviescommissie van PS en GS (hierna: de commissie) van heeft op 11 januari 2021 haar advies uitgebracht. Zij adviseert nader onderzoek te doen naar de noodzaak en effectiviteit van bejaging van vossen ’s avonds en ’s nachts om schade aan de fauna en aan pluimvee door vossen te voorkomen. Tevens adviseert zij om enkele gebreken in de ontheffing te herstellen. Het advies om nader onderzoek te doen wordt niet overgenomen. Gelet op de jurisprudentie van de Raad van State hoeft bij een (aanvullende) ontheffing voor landelijk vrijgestelde soorten niet meer onderbouwd te worden dat er sprake is van een dreiging van schade en hoeft ook niet meer te worden beoordeeld of er geen andere bevredigende oplossingen zijn dan afschot. Daarnaast is dergelijk onderzoek complex en, binnen de bezwaarprocedure, niet goed te realiseren. Daarbij is het zeer de vraag of de door de commissie gevraagde oorzakelijke verbanden hiermee wel voldoende duidelijk zullen worden. Eerder uitgevoerde onderzoeken gaven hierover geen duidelijk beeld.

Besluit

Gedeputeerde Staten besluiten:
1. de bezwaren van de stichtingen Fauna4Life/Animal Rights en De Faunabescherming deels gegrond te verklaren en het besluit 31 augustus 2020, met kenmerk Z-WNB-BSB-2020-0902, aan te passen;
2. aan de stichting De Faunabescherming een vergoeding van de in de bezwaarfase gemaakte kosten van de rechtsbijstand van € 1.068,00 toe te kennen;
3. de afdoeningsbrieven vast te stellen en te verzenden.

Essentie / samenvatting:
16 Juni 2020 is het rapport Internationalering onderwijs in de regio Utrecht toegestuurd aan PS. Op 16 september is dit besproken in de commissie BEM. De statenbrief gaat in op de voortgang en de nieuwste ontwikkelingen rondom internationalisering van het onderwijs.

Besluit

Gedeputeerde Staten besluiten de statenbrief over ontwikkelingen internationalisering onderwijs vast te stellen en aan PS toe te sturen.

Essentie/samenvatting:
Op 10 maart 2021 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie en Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht vastgesteld. Ook is de nota van beantwoording vastgesteld. Daarbij zijn door fracties van Provinciale Staten twee amendementen en een motie ingediend inzake het Ronald McDonaldhuis. Het amendement past de reactie op de zienswijze van de USP-partners in de nota van beantwoording aan. Gelet op het besluit van PS, de beraadslagingen, de motie en het amendement is er geen ruimte voor locatie E. Via bijgevoegde brief worden de USP-partners geïnformeerd over het vervolgtraject naar aanleiding van de besluitvorming in Provinciale Staten.

Besluit

Gedeputeerde Staten besluiten in te stemmen met bijgevoegd brief aan de USP-partners inzake het Ronald McDonaldhuis

Essentie/samenvatting:
Sinds jaren publiceert de provincie een maandelijkse pagina in de huis- aan-huiskranten in de provincie Utrecht. In 2020 heeft een nieuwe Europese aanbesteding plaatsgevonden voor de inkoop van media, waar de publicatie van deze pagina onder valt. De aanbesteding heeft geleid tot gunning aan Auke Smits uit Den Haag. Provinciedekkend verschijnen is een van de randvoorwaarden die vanuit de politiek is gesteld. Dit leidt ertoe dat bij andere kranten moet worden ingekocht. Daarnaast is door de Coronapandemie de bureaukorting verdwenen. Dit leidt tot hogere lasten. Daarnaast is gedurende de afgelopen jaren het verspreidingsgebied enkele malen uitgebreid. De meerkosten hiervan zijn steeds binnen de andere budgetten van communicatie opgevangen. Inmiddels is het verschil tussen het beschikbare budget voor de pagina en de werkelijke kosten opgelopen tot € 100.000. Dit kan niet meer worden opgevangen binnen het budget van Communicatie. Voor 2021 wordt daarom een beroep gedaan op de post onvoorzien van Gedeputeerde Staten. Voor de Kadernota 2022 wordt een verzoek ingediend om het structurele budget op te hogen om de gestegen lasten te kunnen dragen.

Besluit

Gedeputeerde Staten besluiten:
1. € 100.000 beschikbaar te stellen uit de post onvoorzien voor de dekking van de meerkosten van de huis- aan- huispagina in 2021, en de benodigde begrotingswijziging hiervoor mee te nemen bij de eerste voortgangsrapportage;
2. de structurele dekking van de huis-aan-huispagina te betrekken bij de integrale afwegingen van de Kadernota 2022.

Essentie/samenvatting:
Provinciale Staten (PS) stelden op 10 maart 2021 de Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht vast. Daarmee hebben ze de juridische doorwerking van de integrale lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving van de provincie Utrecht vastgelegd.
De Wegenverordening 2010 is opgegaan in de Interim Omgevingsverordening. GS hebben in het verleden beleidsregels bij de Wegenverordening vastgesteld en voor uitwegen is in de Wegenverordening een toetsingskader opgenomen. Met deze beleidsregels is voor bepaalde activiteiten een toetsingskader gemaakt dat gebruikt wordt bij de vergunningverlening. Om het toetsingskader uitwegen uit de Wegenverordening en de beleidsregels Wegenverordening vanaf 1 april 2021 nog te kunnen gebruiken, moeten ze opnieuw door GS vastgesteld worden als beleidsregels onder de Interim Omgevingsverordening. Het gaat om een technische omzetting om de continuïteit van de juridische werking te waarborgen.

Besluit

Gedeputeerde Staten besluiten:
De beleidsregels Kabels en Leidingen Interim Omgevingsverordening vast te stellen;

  1. de beleidsregels Objectbewegwijzering Interim Omgevingsverordening vast te stellen;
  2. de beleidsregels Uitwegen Interim Omgevingsverordening vast te stellen;
  3. de beleidsregels Evenementen en Wegwedstrijden Interim Omgevingsverordening vast te stellen;
  4. de beleidsregels Brandstofverkooppunten Interim Omgevingsverordening vast te stellen;
  5. de beleidsregels Kabels en Leidingen Wegenverordening in te trekken;
  6. de beleidsregels Objectbewegwijzering Wegenverordening in te trekken;
  7. de beleidsregels Evenementen Wegenverordening in te trekken;
  8. de beleidsregels Brandstofverkooppunten Wegenverordening in te trekken.

Essentie / samenvatting:
De KNVB heeft plannen om haar campus in de gemeente Zeist verder uit te breiden. De KNVB heeft haar plannen in een artikel op de nieuwssite van RTV Utrecht openbaar gemaakt. De Partij van de Dieren heeft naar aanleiding van dit artikel statenvragen gesteld.

Besluit

Gedeputeerde Staten besluiten de beantwoording van de schriftelijke vragen ex art. 47 van het Reglement van Orde Provincie Utrecht van het Statenlid Van der Steeg van de Partij van de Dieren betreffende de Uitbreidingsplannen KNVB vast te stellen en te verzenden.

Essentie / samenvatting:
Door de Stichtingen Fauna4Life/Animal Rights, de Faunabescherming en Dierenradar, alsmede door een particulier (mevr. Kemkens), zijn bezwaarschriften ingediend tegen een aan de Faunabeheereenheid Utrecht verleende ontheffing op basis van de Wet natuurbescherming, voor het verjagen met ondersteunend afschot en het onklaar maken van eieren van de Knobbelzwaan. De AWB-adviescommissie van PS en GS (hierna: de commissie) heeft geadviseerd de Stichting Dierenradar en mevrouw Kemkens niet-ontvankelijk te verklaren. Dit advies wordt overgenomen. De commissie adviseert bezwaren van de Stichtingen Fauna4Life/Animal Rights en de Faunabescherming deels gegrond te verklaren en nader onderzoek te doen naar de noodzaak en effectiviteit van afschot van knobbelzwanen om schade te voorkomen. Van dit advies wordt afgeweken. Dergelijk onderzoek is niet eerder uitgevoerd en kan, gelet op de tijd en complexiteit, niet binnen de bezwarenprocedure worden gerealiseerd. Ook zonder dergelijk onderzoek wordt het voldoende aannemelijk geacht dat met verjaging met ondersteunend afschot schade kan worden voorkomen.

Besluit

Gedeputeerde Staten besluiten:
1. de bezwaren van de Stichting Dierenradar en mevrouw Kemkens niet-ontvankelijk te verklaren;
2. de bezwaren van de Stichtingen Fauna4Life/Animal Rights en de Faunabescherming deels gegrond te verklaren en het besluit 31 augustus 2020, met kenmerk Z-WNB-BSB-2020-0902, te vervangen door de bijlage bij dit besluit;
3. aan de stichting de Faunabescherming een vergoeding van de in de bezwaarfase gemaakte kosten van de rechtsbijstand van € 1.068,00 toe te kennen;
4. de afdoeningsbrieven vast te stellen en te verzenden.