Ga naar de inhoud van deze pagina Ga naar het zoeken Ga naar het menu
Vorige pagina

GS-Besluiten

maandag 26 april 2021

13:00 - 16:15
Locatie

Teams-vergadering

Voorzitter
J.H. Oosters

Agendapunten

  1. 0.11.H

    Essentie  /samenvatting:
    Eén van de ambities uit van het Uitvoeringsprogramma Smart Mobility wordt uitgesteld. De geplande realisatie van een nieuw platform/ applicatie voor multimodale sturing (het beïnvloeden van verkeersstromen, bijvoorbeeld met verkeerslichten) kan niet meer plaatsvinden binnen de uitvoeringsperiode van het uitvoeringsprogramma. Dit is omdat de ontwikkeling van een regionale visie op multimodaal verkeersmanagement meer tijd vergt dan voorzien.

    Besluit

    Gedeputeerde Staten besluiten de ambitie in het uitvoeringsprogramma Smart Mobility naar beneden bij te stellen, door een nieuw platform/applicatie voor multimodale sturing niet binnen de looptijd van het uitvoeringsprogramma te realiseren.

  2. 0.13.H

    Essentie / samenvatting:
    Bij de voorbereiding van de uitvoering van de projecten Rijnbrug te Rhenen/Kesteren en Rondweg-Oost te Veenendaal is een vertraging voor onbepaalde tijd opgetreden. De vertraging in de ruimtelijke procedure en vergunningaanvraag Wet natuurbescherming (Wnb) onderdeel gebiedsbescherming kan van invloed zijn op het tijdstip van realisatie van beide projecten. Dit wordt veroorzaakt door een (tussen)uitspraak van de Raad van State (RvS) over het Tracébesluit ViA15 van het Ministerie Infrastructuur en Waterstaat (IenW) op 20 januari 2021. Kern van deze uitspraak is dat de berekening van stikstofuitstoot van verkeer op beschermende natuurgebieden (Natura2000) niet op de juiste manier zou zijn gedaan. Deze uitspraak kan van invloed zijn op meerdere landelijke infrastructurele projecten waarbij dezelfde voorgeschreven rekenmethode is gebruikt en waarbij een vergunning in het kader van de Wnb benodigd is. Zo ook bij de projecten op de N233. De Statenleden Van Gilse en De Jager van de VVD hebben vragen gesteld over de Statenbrief betreffende “Vertraging projecten Rijnbrug en Rondweg-Oost door stikstofproblematiek”

    Besluit

    Gedeputeerde Staten besluiten de beantwoording van de schriftelijke vragen ex art. 47 van het Reglement van Orde Provincie Utrecht van de Statenleden Van Gilse en De Jager van de VVD betreffende “vertraging projecten Rijnbrug en Rondweg-Oost door stikstofproblematiek” vast te stellen en te verzenden.

  3. 0.14.H

    Essentie / samenvatting:
    Door Stichting Portaal is een bezwaarschrift ingediend tegen het GS-besluit van 24 december 2020 waarbij aan de Stichting Portaal op basis van de Wet natuurbescherming een ontheffing is verleend voor het opzettelijk doden, opzettelijk verstoren en het beschadigen en/of vernielen van voortplantings- of rustplaatsen van de gewone dwergvleermuis en de ruige dwergvleermuis.


    De Awb-adviescommissie van PS en GS heeft op 25 maart 2021 het advies uitgebracht over het ingediende bezwaar en adviseert het bezwaar ontvankelijk doch ongegrond te verklaren.

    Besluit

    Gedeputeerde Staten besluiten:
    1. conform het advies van de Awb-adviescommissie het door Econsultancy namens Stichting Portaal ingediende bezwaar ontvankelijk en ongegrond te verklaren.
    2. de beslissing op bezwaar vast te stellen en te verzenden onder toevoeging van het advies van de Awb-commissie en het verslag van de hoorzitting.

  4. 0.15.H

    Zoals bij de oprichting van de Advisory Board (hierna: “AB”) besloten, heeft een evaluatie plaatsgevonden naar de inzet van de AB bij het project Vernieuwde Regionale Tramlijn (hierna: “VRT”). Met dit C-stuk wordt deze evaluatie aan GS aangeboden.
    Uit de evaluatie is naar voren gekomen dat voor complexe projecten en niet dagelijkse impactvolle procedures (bijvoorbeeld onderhandelingen) de AB van meerwaarde is. Aan de Gedeputeerde Mobiliteit bood de AB politiek comfort en creëerde deze rust in de besluitvorming. Het betrekken van de AB bij de voorbereiding van de stukken draagt bij aan het vertrouwen in de besluitvorming. De AB moet echter geen reguliere werkzaamheden en verantwoordelijkheden overnemen. Het benutten van de standaardprocessen conform het Handboek projectmanagement (o.a. VTW's) biedt voldoende waarborgen bij reguliere projecten binnen domein Mobiliteit. De AB zal als entiteit beschikbaar (slapend) behouden worden voor advisering bij deelproject Nieuwegein-City als onderdeel van VRT indien hier vraag naar is. Ook heeft het CMT geconcludeerd het instrument van de AB in te zetten bij andere vraagstukken (ook buiten Mobiliteit) waar dat proportioneel is.

    Besluit

    Gedeputeerde Staten nemen het C-stuk evaluatie Advisory Board project Vernieuwing Regionale Tramlijn voor kennisgeving aan.

  5. 01A
    Besluitenlijst GS-vergadering d.d. 20 april 2021
  6. 03

    Essentie / samenvatting:
    De streek- en kasteelmusea nemen een speciale plek in in de provinciale erfgoedinfrastructuur. Zij bewaren én vertellen het ‘Verhaal van Utrecht’, de geschiedenis van de provincie Utrecht. Zij verkeren ook al enige tijd in een kwetsbare positie, maar zijn wel van groot belang om het Utrechts erfgoed toegankelijk en bekend te maken voor het publiek. Het beleidskader ‘Beter in verbinding’, Museumbeleid provincie Utrecht 2021-2025 beschrijft welke rol de provincie wil nemen om de positie van de streek- en kasteelmusea te versterken en ze toekomstbestendig te maken. De provincie wil met financiële steun en inzet van partners de musea gezamenlijk en in verbinding met elkaar steunen. Om ze zo sterker, inclusiever en toegankelijker te maken. Zodat het ‘Verhaal van Utrecht’ ook in de toekomst zichtbaar en in samenhang kan worden verteld voor een
    groot en breed publiek.

    Besluit

    Gedeputeerde Staten besluiten:
    1. het statenvoorstel met het beleidskader ‘Beter in verbinding’, Museumbeleid provincie Utrecht 2021-2025 vast te stellen en ter besluitvorming aan Provinciale Staten aan te bieden, onder voorbehoud van toekenning van de benodigde financiën bij de Kadernota 2022 (zie beslispunt 2);
    2. de voor de jaren 2022 tot en met 2025 benodigde incidentele middelen te betrekken in de afwegingen en besluitvorming van de Kadernota 2022;
    3. Gedeputeerde Van Muilekom te mandateren om inhoudelijke wijzigingen te doen die van ondergeschikt belang zijn voor het beleidskader en het Statenvoorstel.

  7. 04

    Essentie / samenvatting:
    Omdat een goed bestuur en een gezonde democratie belang hebben bij een gezond journalistiek ecosysteem  is in het coalitieakkoord 2019 – 2023 een onderzoek aangekondigd naar de pluriformiteit, toegankelijkheid en de vitaliteit van lokale en regionale media. Het onderzoek is gereed en bevat naast conclusies en aanbevelingen ook handelingsperspectieven voor Provincie Utrecht om de lokale en regionale journalistiek te versterken.
    Dit voorstel voorziet in de voorbereiding van een mediafonds en / of subsidieregeling(en) omdat op basis van de handelingsperspectieven uit het onderzoek nu nog niet concreet gemaakt kan worden welke vorm hiertoe het meest geschikt is en of dat één of verschillende regelingen moeten zijn. Ook wordt het ondersteunen van een mediacentrum bij wijze van pilot voor een journalistieke samenwerking onderzocht. Vanwege vergevorderde ontwikkelingen in deze samenwerking binnen de provincie tussen RTV Utrecht en andere mediapartners volgt hiervoor mogelijk voor het jaar 2021 nog een dekkingsvoorstel.  Een dit najaar te houden conferentie moet bovendien extra input opleveren voor de exacte invulling van de regeling. Bij de voorbereiding zullen ook juridische aspecten zoals het al dan niet wettelijk toestaan van staatsteun moeten worden meegenomen. Daarnaast gaat het om het daadwerkelijk vorm geven van de regeling (verordening) waartoe ook de wijze van beoordeling en toekenning behoort. Deze werkzaamheden komen toe aan een in te stellen projectleider. Het vaststellen van de verordening betreft een bevoegdheid van Provinciale Staten.
    Voor zowel de voorbereiding in 2021 als voor een mediafonds en / of subsidieregelingen vanaf 2022 moeten financiën beschikbaar worden gesteld.

    Besluit

    Gedeputeerde Staten besluiten:
    1. kennis te nemen van het onderzoek Versterking Lokale Journalistiek en deze aan PS toe te sturen;
    2. de  statenbrief Voorbereiding mediafonds vast te stellen en toe te zenden aan Provinciale Staten.
    3. in te stemmen met de voorbereiding van een provinciaal mediafonds en /of subsidieregeling(en) versterking lokale journalistiek.
    4. de hiervoor meerjarig benodigde middelen te betrekken bij de integrale afweging bij de Kadernota 2022 voor een jaarlijks incidenteel bedrag van indicatief € 320.000 voor de jaren 2022, 2023 en 2024.
    5. een bedrag van € 95.000,- uit de post onvoorzien in 2021 aan te wenden voor de voorbereiding van een mediafonds en/ of subsidieregeling(en) en de daaruit voortvloeiende begrotingswijziging aan PS aan te bieden via het eerstvolgende P&C product over 2021.

  8. 05

    Essentie / samenvatting:
    Provinciale Staten worden middels een brief geïnformeerd over de voortgang van het programma Versnelling Woningbouw. Aan de aanbevelingen van de Randstedelijke Rekenkamer in het rapport “Bouwen aan regie. Onderzoek naar de provinciale rol op het gebied van wonen. Provincie Utrecht, december 2019’, is op een goede wijze opvolging gegeven. Onder andere zijn diverse aanbevelingen geborgd in het programma Versnelling Woningbouw, is de regierol van de provincie vergroot via de nieuwe systematiek voor woon- en weklocaties en wordt door bijvoorbeeld bijeenkomsten en het werken met regiocoördinatoren, gewerkt aan de zichtbaarheid. Via het programma wordt er onder andere veel inzet gepleegd op de versnelling van de woningbouw. Partijen worden bijvoorbeeld ondersteund bij concrete woningbouwprojecten. Dit door onder andere inzet van expertise
    en meedenkkracht of het beschikbaar stellen van financiële middelen. Deze inzet wordt door gemeenten zeer gewaardeerd en draagt bij aan de versnelling. Uit contacten met gemeenten is inzicht verkregen in de knelpunten. Daarbij zijn drie hoofdcategorieën te onderscheiden: financiële situatie gemeenten en tekort capaciteit en gestroomlijnd proces; onrendabele top projecten en externe factoren als wet/regelgeving. Op basis van deze informatie wordt bepaald waar inzet en ondersteuning vanuit het programma Versnelling
    Woningbouw het meest effectief is om bij te dragen aan de doelstelling van programmalijn 1 van het programma.

    Besluit

    Gedeputeerde Staten besluiten de statenbrief ‘Rol en inzet provincie Utrecht bij Versnelling Woningbouw’ vast te stellen en ter informatie toe te zenden aan Provinciale Staten.

  9. 06

    Essentie / samenvatting:
    De regio U16 heeft in de afgelopen periode een concept Integraal Ruimtelijk Perspectief (IRP) opgesteld. Het concept IRP bevat de eigen visie van de regio U16 op een toekomstbestendige, duurzame, gezonde groei van de regio met een aantrekkelijke leefomgeving. Dit concept IRP is voor een zienswijzeronde toegestuurd aan de gemeenteraden van de 16 betrokken gemeenten. Dit heeft de gemeenteraden de gelegenheid om aan de voorkant invloed uit te oefenen, alvorens het definitieve IRP ter besluitvorming aan hen wordt aangeboden. De provincie Utrecht heeft het concept IRP ter informatie ontvangen.

    Besluit

    Gedeputeerde Staten besluiten:
    1. kennis te nemen van het concept Integraal Ruimtelijk Perspectief van de Regio U16;
    2. de statenbrief ‘concept Integraal Ruimtelijk Perspectief van de Regio U16’ vast te stellen en ter informatie toe te zenden aan Provinciale Staten.

  10. 07

    Essentie / samenvatting:
    Samen staan we sterker. Dit staat opgetekend in de inleiding van het coalitieakkoord 2019-2023 en verwijst naar de manier waarop dit college uitvoering wil geven aan haar ambities: samen met de gemeenten, andere overheden, bedrijven en vooral de inwoners van onze provincie.


    Het concept werkprogramma ‘Participatie voor en door de provincie Utrecht’ beoogt het samenspel tussen de provincie en haar inwoners verder vorm te geven door middel van een viertal sporen. Het heeft als doel om de betrokkenheid van inwoners bij de provincie te vergroten en omgekeerd. Het geven van ruimte aan initiatieven uit de samenleving, is hierbij een belangrijk uitgangspunt. De sporen geven onder andere uitwerking aan een wettelijke verplichting vanuit het Rijks wetsvoorstel ‘Versterking participatie op decentraal niveau’ en zorgen voor een meer eenduidige participatie-aanpak binnen de provinciale organisatie, door onder andere handvatten te bieden om praktisch mee aan de slag te gaan. Meer eenduidigheid is handig en wenslijk voor zowel de betrokken medewerkers van de provincie als voor de inwoners. Inwoners weten dan wat ze kunnen verwachten en het is belangrijk voor de rechtsgelijkheid en -zekerheid.


    De rol en inspanning van het werkprogramma ‘participatie voor en door de provincie Utrecht’ bestaat vooral uit het coördineren, aanjagen en faciliteren van activiteiten en producten die bijdragen aan een meer verbonden en eenduidige manier van werken binnen onze organisatie op het gebied van participatie. Dit werkprogramma is een eerste stap daartoe en beoogt meer lijn en afstemming aan te brengen in de beschikbare middelen en instrumenten.

    Besluit

    Gedeputeerde Staten besluiten:
    1. het concept werkprogramma Participatie voor en door de provincie Utrecht vast te stellen, met daarin de volgende sporen:
    A.    Opstellen participatievisie, leidraad en verordening
    B.    Verbinden en verbreden, participatie toegankelijker maken
    C.    Uitwisselen en versterken kennis en ervaring (intern en extern)
    D.    Inspiratie toolbox
    2. de statenbrief en het concept werkprogramma Participatie voor en door de provincie Utrecht toe te zenden aan Provinciale Staten ter informatie.

  11. 08

    Essentie / samenvatting:
    Provinciale Staten hebben op 11 november 2020 de motie M110, ‘Schone lucht begint thuis’, aangenomen, waarin Gedeputeerde Staten de opdracht krijgen te onderzoeken hoe een provinciale subsidie op rookgasfilters voor houtkachels kan bijdragen aan schonere lucht. Gedeputeerde Van Muilekom heeft toegezegd de problemen met betrekking tot houtstook te onderzoeken en welke maatregelen het meest kosteneffectief zijn en passen bij de rol van de provincie. Naar aanleiding hiervan is een onderzoek naar de
    (kosten-)effectiviteit van houtstookmaatregelen uitgevoerd. In de statenbrief wordt ingegaan op de uitdagingen rond houtrookoverlast, de inzet die wordt gedaan binnen de provinciale uitvoeringsagenda Gezonde Lucht en het Schone Lucht Akkoord en de wijze waarop Gedeputeerde Staten omgaat met de motie. Een subsidie op
    rookgasfilters is beperkt effectief voor schonere lucht. Gezien de huidige beleidsontwikkelingen rond particuliere houtstook doen Gedeputeerde Staten daarom geen voorstel in de kadernota.

    Besluit

    Gedeputeerde Staten besluiten de statenbrief vast te stellen en met de rapportage van Buro Blauw en van Motivaction ter informatie toe te zenden aan Provinciale Staten.

  12. 10

    Essentie / samenvatting:
    De provincie Utrecht is opdrachtgever voor de kavelruil Kamerik-Harmelen. De kavelruil is onder andere gericht op landbouwstructuurversterking, afremmen bodemdaling, verbeteren waterbeheer en biodiversiteit. De kavelruil is vrijwillig.
    Om nog meer resultaat te kunnen boeken besluiten Gedeputeerde Staten om aanvullend 12,3 ha provinciaal eigendom in te brengen in de kavelruil. Voorwaarde voor de inbreng van deze gronden is versterking van het weidevogelbeheer in de polder Gerverscop.

    Besluit

    Gedeputeerde Staten besluiten:
    1. toestemming te geven voor start onderhandelingen voor inbreng (verkoop) van aanvullende provinciale  grond in de kavelruil Kamerik-Harmelen, kadastraal bekend als Breukelen sectie L 628 (ca. 2,2 ha), Kockengen sectie E 406 (ca 5,7 ha) en sectie E 928 (ca 4,4 ha ha), totaal ca. 12,3 ha, tegen de taxatiewaarde.
    2. de grond alleen te verkopen als wordt bijgedragen aan uitbreiding van het weidevogelbeheer in de polder Gerverscop.