Ga naar de inhoud van deze pagina Ga naar het zoeken Ga naar het menu
Vorige pagina

GS-Besluiten

dinsdag 6 april 2021

09:00 - 12:15

Locatie
16.30
Voorzitter
J.H. Oosters

Agendapunten

Essentie/samenvatting:
Om de samenwerking met medeoverheden te bekrachtigen, is op basis van de vastgestelde Nationale Omgevingsvisie (NOVI) toegewerkt naar samenwerkingsafspraken tussen het Rijk, het IPO, de VNG en de UvW. Vanuit het IPO heeft een bestuurlijke kopgroep NOVI daarbij het voortouw gehad. Het IPO-bestuur heeft in december 2020 ingestemd met de concept samenwerkingsafspraken waarvoor u via de annotatie mandaat heeft gegeven. Op 3 maart 2021 hebben het ministerie van BZK (namens het Rijk), het IPO, de VNG en de UvW de Samenwerkingsafspraken Nationale Omgevingsvisie (NOVI) bestuurlijk geaccordeerd. Door middel van bijgevoegde brief worden de Staten hierover geïnformeerd.

Besluit

Gedeputeerde Staten besluiten de Statenbrief ‘Samenwerkingsafspraken NOVI’ vast te stellen en de Statenbrief ter informatie naar Provinciale Staten te sturen.

Essentie/samenvatting:
GS besluit tot wijziging van de Verordening subsidies POP3. Naar aanleiding van de verlenging van het POP3 met twee jaar en de toepassing van enkele vereenvoudigingen, moet de Verordening subsidies POP3 aangepast worden. Ook worden enkele onjuistheden in de verordening aangepast.

Besluit

Gedeputeerde Staten besluiten het wijzigingsbesluit Verordening POP3-subsidies 2014-2020 vast te stellen en te publiceren in het Provinciaal Blad.

Essentie / samenvatting:
Door het kabinet, werkgeversorganisaties en vakbonden is het pensioenakkoord gesloten. In de uitwerking van het pensioenakkoord hebben de sociale partners tot uiterlijk 1 januari 2024 de tijd om in de Pensioenkamer overeenstemming te bereiken over de nieuwe ABP- pensioenregeling die op 1 januari 2026 moet ingaan. De stichting Zelfstandige Publieke Werkgevers (ZPW)1 zal namens de drie decentrale overheden (gemeenten, provincies en waterschappen) en de zeven onderwijssectoren de onderhandelingen in de Pensioenkamer voeren. De onderhandelingen in de Pensioenkamer gaan starten op 15 april 2021.
ZPW neemt een gezamenlijk standpunt in over de werkgevers inzet bij pensioenvraagstukken. Dit wordt voorbereid door de werkgroep Pensioenen die bestaat uit pensioendeskundigen afkomstig van de ZPWsectoren. Vervolgens wordt deze werkgeversinzet teruggelegd bij de ZPW-sectoren met het verzoek in te stemmen.
Iedere ZPW-sector geeft het proces van “raadplegen achterban” anders vorm. Bij de meeste ZPW-sectoren ligt het mandaat hiervoor bij de bestuurlijke onderhandelingsdelegatie (o.a. bij de VNG), het Algemeen Bestuur of het Dagelijks Bestuur.
De bestuurlijke Onderhandelingsdelegatie van de provincies (BOD) adviseert de werkgevers GS en PS om mandaat te verlenen aan de BOD om namens de provinciale sector al dan niet in te stemmen met de vanuit het ZPW voorgestelde werkgeversinzet voor pensioenvraagstukken. De BOD zal als belangrijk toetsingscriteria de vastgestelde ZPW-ambities op het beleidsthema pensioenen toepassen.

Besluit

Gedeputeerde Staten besluiten de BOD namens de provincie Utrecht te mandateren om namens de provinciale sector al dan niet in te stemmen met de vanuit het ZPW voorgestelde werkgeversinzet voor pensioenvraagstukken.

Essentie/samenvatting:
In deze beantwoording worden de vragen van dhr. B. van den Dikkenberg omtrent de storingen van de ophaalbrug in Eembrugge beantwoord. Het telefoonnummer op het calamiteitenbord kan niet meer worden gebruikt voor het melden van calamiteiten. Het bord is daarom weggehaald. Er wordt hard gewerkt om de storingen in de toekomst te voorkomen.

Besluit

Gedeputeerde Staten besluiten de beantwoording van de schriftelijke vraag ex. Art. 47 Reglement van Orde Provincie Utrecht van het Statenlid B. van den Dikkenberg van de SGP-fractie betreffende ‘’ophaalbrug Eembrugge’’ vast te stellen en te verzenden.

Voor de POP3-regeling Jonge Landbouwersregeling 2020 is sprake van een overtekening op het subsidieplafond. Voorgesteld wordt om het subsidieplafond van de POP3-maatregel Jonge Landbouwersregeling 2020 (JOLA 2020) te verhogen van € 400.000 naar € 672.000 door een wijziging van het openstellingsbesluit vast te stellen zodat hiermee alle ingediende aanvragen kunnen worden gehonoreerd.

Besluit

Gedeputeerde Staten besluiten de wijziging van het ‘Openstellingsbesluit POP3 Jonge Landbouwersregeling Utrecht 2020’ vast te stellen en tu publiceren in het Provinciaal Blad.

Essentie/samenvatting:
De eigenaar van een landgoed heeft een aanvraag ingediend voor subsidie voor natuurinrichtingswerkzaamheden in het kader van de Subsidieregeling Kwaliteitsimpuls natuur en landschap provincie Utrecht (hierna: SKNL). Deze aanvraag is bij besluit van 21 december 2020 afgewezen. Tegen dit besluit heeft de eigenaar van het landgoed bezwaar gemaakt.
De AWB-adviescommissie van GS en PS heeft geadviseerd het bezwaar ongegrond te verklaren, omdat er op grond van de SKNL geen subsidiabele kosten zijn.
Het advies van de Awb-adviescommissie wordt gevolgd.

Besluit

Gedeputeerde Staten besluiten:
1. het bezwaarschrift van 2 december 2020 tegen het besluit van 21 oktober 2020, met kenmerk 82174D52, ongegrond te verklaren;
2. de beslissing op bezwaar, waarin voor de motivering wordt verwezen naar het advies van de AWB-adviescommissie met nummer BZW.20.065.001, vast te stellen en te verzenden aan bezwaarmaker.

Essentie/samenvatting:
In de gemeente De Bilt is ten behoeve van een erfuitbreiding over een lengte van 30 meter een sloot gedempt. Desgevraagd verleenden Gedeputeerde Staten eind 2020 op grond van de Verordening natuur en landschap provincie Utrecht 2017 (Vnl) ontheffing om de sloot over die lengte gedempt te mogen houden. Twee inwoners van De Bilt hebben tegen de Vnl-ontheffing bezwaar gemaakt. De Awb-adviescommissie van PS en GS heeft getoetst of, als gevolg van de demping, de op basis van de Vnl in het geding zijnde waarden op het gebied van natuur, landschap, cultuur en archeologie ter plaatse en in de directe omgeving onaanvaardbaar zijn geschaad. Dat is volgens de Awb-adviescommissie  niet het geval. Vanaf de openbare weg bezien zijn de zichtlijnen van de sloot en de verkavelingslijnen in het landschap duidelijk zichtbaar gebleven en is ook de structuur in het landschap ter plaatse blijven bestaan. De Awb-adviescommissie meent dat de bezwaren daarom geen doel treffen en adviseert de bezwaren als ongegrond aan te merken. Gedeputeerde Staten volgen het advies op.

Besluit

Gedeputeerde Staten besluiten:
1.  de twee bezwaarschriften van 15 december 2020 tegen de Vnl-ontheffing van 5 november 2020 als ongegrond aan te merken;
2.  de Vnl-ontheffing van 5 november 2020 niet te herroepen;
3.  de twee beslissingen op bezwaar vast te stellen, te verzenden en voor de motivering te verwijzen naar het advies van de Awb-adviescommissie van PS en GS van 1 maart 2021.

Essentie / samenvatting:
De Uitvoeringsverordening Economic Board Utrecht 2016 wordt ingetrokken met het ontstaan van de Regionale Ontwikkelingsmaatschappij Regio Utrecht (ROM) en de daarmee veranderde rol voor het Economic Board Utrecht (EBU). De binnen deze uitvoeringsverordening opgenomen regelingen Algemeen (hoofdstuk 1), Groen, Gezond, Slim Fonds en Duurzame Warmtemarktintroductiefonds waren reeds in maart 2020 op nul vastgesteld vooruitlopend op de intrekking van de uitvoeringsverordening. De regeling MKB
innovatiestimulering Topsectoren zal in 2021 doorlopen en het voorstel is dit middels de Uitvoeringsverordening MKB Innovatiestimulering Topsectoren voort te zetten. Met het voortzetten van de MITregeling (middels een eigen specifieke regeling) wordt verdere uitvoering gegeven aan de landelijk afspraken op het gebied van innovatieondersteuning MKB. Daarnaast heeft er in 2020 een evaluatie plaatsgevonden van de MIT-regeling over de jaren 2015-2019 waaruit blijkt dat de MIT een positief effect heeft op het innovatieve
vermogen van het Utrechtse MKB en daarmee bijdraagt aan het behalen van de beleidsdoelen van de provincie.

Besluit

Gedeputeerde Staten besluiten:
1. de Uitvoeringsverordening Economic Board Utrecht 2016 (inclusief wijzigingsbesluiten) in te trekken;
2. de Uitvoeringsverordening MKB Innovatiestimulering Topsectoren (MIT) vast te stellen;
3. de statenbrief ‘Intrekking Uitvoeringsverordening Economic Board Utrecht 2016 en vaststelling Uitvoeringsverordening MKB Innovatiestimulering Topsectoren’ vast te stellen en toe te sturen naar Provinciale Staten.

Essentie/samenvatting:
Provincie Utrecht gaat een “Convenant waterstof in mobiliteit provincie Utrecht” ondertekenen met publieke, maatschappelijke en kennis-organisaties en private bedrijven. De deelnemende partijen hebben een gezamenlijke ambitie om het gebruik van groene waterstof voor mobiliteit en de productie van groene waterstof  in de regio te willen versnellen door een doelgerichte samenwerking van verschillende partijen. Partijen willen komen tot een gedragen en samenhangend pakket aan maatregelen die elkaar versterken en ondersteunen en bovendien aansluiten bij andere relevante initiatieven.

Besluit

Gedeputeerde Staten besluiten:
1. het Convenant waterstof en mobiliteit provincie Utrecht vast te stellen en aan te gaan;
2. dat de gedeputeerde voor mobiliteit participeert in de stuurgroep;
3. de statenbrief ‘Ondertekening Regionaal convenant waterstof en mobiliteit provincie Utrecht’ vast te stellen en ter informatie te sturen aan Provinciale Staten.

Essentie/samenvatting:
De provincie werkt met publiek geld, zodat taken kunnen worden uitgevoerd en de ambities kunnen worden gerealiseerd. Vanzelfsprekend moeten de provincie inzicht geven in de wijze waarop het geld wordt besteed. Om te kunnen bepalen of het juist besteed is en of het heeft opgeleverd waar het voor bestemd was, verantwoordt de provincie zich door middel van de planning en control cyclus. Echter, de provincie Utrecht had de financiële functie nog niet op het gewenste niveau. Zo zijn er problemen geweest met de tijdige oplevering van de jaarrekeningen, werkte het financiële of administratieve systeem niet optimaal waardoor sturingsinformatie niet actueel of niet beschikbaar was én werkten we niet op een eenduidige en efficiënte wijze. Daarom is sinds januari 2020 het programmateam ‘Versterken financiële functie’ aan de slag gegaan om verbeteringen aan te jagen en te borgen in de organisatie om zo de kwaliteit van de financiële functie naar een hoger niveau te tillen.

Besluit

Gedeputeerde Staten besluiten de Statenbrief voortgangsrapportage 1e kwartaal 2021: programma Versterken Financiële Functie 2020/2021 vast te stellen en ter informatie aan Provinciale Staten te verzenden.

Essentie/samenvatting:
Bij de voorbereiding van de uitvoering van de projecten Rijnbrug te Rhenen/Kesteren en Rondweg-Oost te Veenendaal is een vertraging voor onbepaalde tijd opgetreden. De vertraging in de ruimtelijke procedure en vergunningaanvraag Wet natuurbescherming (Wnb) onderdeel gebiedsbescherming die kan van invloed zijn op het tijdstip van realisatie van beide projecten. Dit wordt veroorzaakt door een (tussen)uitspraak van de Raad van State (RvS) over het Tracébesluit ViA15 van het Ministerie Infrastructuur en Waterstaat (IenW) op 20 januari 2021. Kern van deze uitspraak is dat de berekening van stikstofuitstoot van verkeer op beschermende natuurgebieden (Natura2000) niet op de juiste manier zou zijn gedaan. Deze uitspraak kan van invloed zijn op meerdere landelijke infrastructurele projecten waarbij dezelfde voorgeschreven rekenmethode is gebruikt en waarbij een vergunning in het kader van de Wnb benodigd is. Zo ook bij de projecten op de N233.

Besluit

Gedeputeerde Staten besluiten de statenbrief “N233 vertraging projecten verbredingen Rijnbrug en Rondweg-Oost door stikstofproblematiek” vast te stellen en ter informatie toe te zenden aan Provinciale Staten.

Essentie / samenvatting:
Provinciale Staten van Utrecht hebben op 10 december 2018 een besluit genomen voor de Verbreding Rijnbrug Rhenen / Kesteren (PS2018MME24-2) van 2x1 naar 2x2 rijstroken. Provinciale Staten van Gelderland hebben eveneens voor het Rijnbrugproject eind 2018 voor hun gebied een besluit genomen. Om de uitvoering van beide besluiten mogelijk te maken is een Bestuursovereenkomst opgesteld die door de betrokken partijen dient te worden ondertekend. Deze partijen zijn de provincies Utrecht en Gelderland, Ministerie van
Infrastructuur en Waterstaat (eigenaar Rijnbrug), de regio’s Foodvalley en Rivierenland vertegenwoordigd door de gemeenten Rhenen, Buren en Neder-Betuwe.

Besluit

Gedeputeerde Staten besluiten de bestuursovereenkomst Rijnbrug N233 vast te stellen en aan te gaan.

Essentie/samenvatting:
Door de fractie van de PvdD zijn vragen gesteld over de kap van bomen in Amersfoort. De provincie Utrecht is voor deze ruimtelijke ingreep bevoegd gezag voor de Wet natuurbescherming (Wnb Houtopstanden en Wnb soortbescherming). De kapmelding in het kader van de Wnb Houtopstanden is geaccepteerd, en de ontheffing Wnb soortbescherming afgegeven. Er is nog geen aanvraag ontheffing herplantplicht ter plaatse aangevraagd. Per saldo zal er twee keer zoveel oppervlakte bos worden aangeplant als dat er nu verdwenen is om dit initiatief te kunnen realiseren.

Besluit

Gedeputeerde Staten besluiten de beantwoording van de schriftelijke vragen ex art. 47 van het Reglement van Orde Provincie Utrecht van het Statenlid Keller (PvdD) betreffende bomenkap Amersfoort vast te stellen en te verzenden.

Essentie/samenvatting:
JA21 heeft vragen gesteld over de te gebruiken type windturbines bij de Regionale Energie Strategieën (RES), hun opbrengsten en toepassing milieuwetgeving.

Besluit

Gedeputeerde Staten besluiten de beantwoording van de schriftelijke vragen ex art. 47 van het Reglement van Orde Provincie Utrecht van het Statenlid M. Fiscalini (JA21) betreffende windturbines Regionale Energie Strategie, vast te stellen en te verzenden.

Essentie/samenvatting:
Het plattelandsontwikkelingsprogramma (POP3) wordt gecontinueerd in 2021 en 2022 onder de noemer POP3+. Voor deze transitieperiode wordt het secretariaat van de Lokale Aanjaaggroep Utrecht Oost en de Lokale Actiegroep Weidse Veenweiden ondergebracht bij de provincie Utrecht. De instellingsbesluiten van beide groepen worden hierop aangepast.

Besluit

Gedeputeerde Staten besluiten:
1. de wijziging van het Instellingsbesluit Lokale Aanjaaggroep LEADER Utrecht Oost van 15 december 2015, geregistreerd onder nummer 82223B05, vast te stellen en te publiceren in het Provinciaal Blad;
2. de wijziging van het Instellingsbesluit Lokale Actiegroep LEADER Weidse Veenweiden van 15 december 2015, geregistreerd onder nummer 82228158, vast te stellen en te publiceren in het Provinciaal Blad.

U heeft op 20 april a.s. een ontmoeting met de vier waterschappen. Voor deze ontmoeting hebben de waterschappen gezamenlijk een conceptprogramma opgesteld. Aanvankelijk was het idee om er gezamenlijk op uit te trekken en om ontwikkelingen te laten zien. Helaas is dit vanwege de corona-maatregelen nu niet mogelijk; het wordt een digitale ontmoeting. Naast gelegenheid tot kennismaking willen de waterschappen graag met u in gesprek gaan over het onderwerp Water in de Ruimtelijke Ordening. Dit onderwerp speelt nu en is urgent.

Besluit

Het conceptprogramma voor het werkbezoek in GS bespreken en eventueel aanvullen met wensen en onderwerpen.

Vijfheerenlanden is veroordeeld tot het betalen van een schadeclaim van € 92 mln. aan Niemans Beton. Het betalen van deze schadeclaim heeft impact op de financiële positie en hun (beleids)ambities maar mogelijk ook op de provinciale beleidsambities. In verband hiermee heeft Berenschot de opdracht om de impact van het betalen van de schadeclaim voor Vijfheerenlanden in beeld te brengen en welk perspectief voor de gemeente, inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties wel geboden kan worden mede met ondersteuning door Rijk en provincie op grond van hun beleidsambities en bijbehorende mogelijkheden. Gedeputeerde Staten (GS) worden geïnformeerd over de opzet van het onderzoek en wat in de loop van dit onderzoek de rol van de provincie is.

Besluit

Kennisnemen van de onderzoeksopzet naar de impact van de Niemans Beton-zaak voor Vijfheerenlanden, van de betrokkenheid en rol van GS bij dit onderzoek, en van het verzoek om een financiële bijdrage ad € 23.233, - voor het onderzoek dat via mandaat als een begrotingssubsidie wordt afgehandeld.